Afzuiger

Uit Imkerpedia
Versie door Gerard B.W. Vos (Overleg | bijdragen) op 30 apr 2010 om 18:52 (Nieuwe pagina aangemaakt met '=Afzuiger= De naam afzuiger in de bijenteelt wordt gebruikt voor het maken van een aflegger, of ook wel broedaflegger genoemd. Een afzuiger wordt ge...')

(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

Afzuiger

De naam afzuiger in de bijenteelt wordt gebruikt voor het maken van een aflegger, of ook wel broedaflegger genoemd.

Een afzuiger wordt gemaakt om een nieuw volk te telen, maar ook om aan een bijenvolk een aantal bijen te ontnemen om hiermee eventuele zwermdrift te onderdrukken.

In een broedkamer worden enkele broedramen geplaatst met voer, een raam met uitlopend broed en een raam met jong open broed.

De kast wordt dan bovenop het moedervolk geplaatst met tussenplaatsing van een moerrooster om te voorkomen dat de moer in deze broedkamerkast kan komen.

Na 24 uur wordt deze broedkamerkast afgenomen, voorzien van bodem, dekplank en dak en op een plek geplaatst waar voorkomen wordt dat de aanwezige bijen kunnen terug vliegen naar het moedervolk.

Deze afstand zal dus minimaal 4 - 6 kilometer moeten wezen.

In de afzuiger zitten dan hoofdzakelijk jonge verzorgende en voedsterbijen die het open broed verzorgen, voeden en verwarmen.

Het uitlopend broed zal weldra bijdragen een het verzorgen van het volk.

Vliegbijen en darren zullen dus niet of nauwelijks in de afzuiger aanwezig zijn. Een door de bijen zelf geselecteerd aantal jonge bijen is aanwezig wat een bijna natuurlijke samenstelling heeft zonder ingrijpen van de imker.

Afhankelijk van de gewenste volksterkte kunnen wat meerdere broedramen worden gegeven.

Na 13 dagen kunnen de aangezette doppen worden gebroken, of na 9 a 10 dagen alle aanwezige moerdoppen breken en een geselecteerde moer kan worden ingevoerd.

Zorg in een afzuiger altijd voor voldoende ramen met voer omdat het nieuwe volk nog weinig vliegbijen heeft en weersinvloeden er voor kunnen zorgen dat het volk langere tijd op eigen kracht moet overleven.

Het hoofd- of moedervolk mist een groot aantal bijen, en de afgenomen ramen met broed worden aangevuld met raampjes met kunstraat waardoor de eventuele zwermdrift wordt onderdrukt.

Na het uitlopen van het laatste broed kan een behandeling tegen Varroa worden uitgevoerd.