Albertkastje

Uit Imkerpedia
Versie door Albert Stoter (Overleg | bijdragen) op 8 mrt 2017 om 17:42

(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken
Foto 01: Vooraanzicht. Dat vlieggat is niet geheel toevallig 3-hoekig (dit wordt verklaard in foto 10).
Foto 02: Achteraanzicht. De achterkant is verwijderbaar. Vanaf deze kant vinden de meeste werkzaamheden plaats (zie toelichting).
Foto 03: In het deksel zit isolerend piepschuim. Als je dat deksel van het kastje afhaalt dan zitten de bijen nog ongestoord achter plexiglas. Je kunt dan al wel goed zien of ze al raatjes bouwen. Dat bruine plakband zit er op om zo 'handgreepjes' te hebben om het plexiglas gemakkelijker uit het kastje op te kunnen tillen.
Foto 04: Het plexiglas rust in het kastje op dezelfde spijkertjes als waarmee de bovenlatjes op hun plaats worden gehouden. Je ziet in het plexiglas nu ook goed het - met een doorzichtig stukje hard plastic afgesloten - gat voor het koninginnenteeltdopje.
Foto 05: Na verwijdering van de achterkant kom je eerst het voerbakje tegen. Als dat leeg is wordt het vervangen door een extra toplatje (zie foto 11). Als er dan later toch nog eventueel moet worden bijgevoerd dan gebeurt dat via de bovenkant (zie foto 14).
Foto 06: Het voerbakje is zo te zien al bijna leeg. Je ziet alleen nog de houtjes tegen verkleven.
Foto 07: Het voerbakje er uit, en je kunt nu 1 kant van dit raatje al goed bekijken. Geen eitjes (niet dat je dat op deze foto kunt zien hoor).
Foto 08: Omdat er ook aan de andere kant geen eitjes zaten wordt het raatje even weg gehangen in een speciaal daartoe gemaakte constructie. Op deze foto zie je toevallig rechts ook de binnenkant van de achterwand waaraan een kromgeslagen spijker zit om het voerbakje op zijn plaats te houden. Dat kan van belang zijn bij eventueel vervoer vanaf de plek waar het kastje met de jonge bijen wordt gevuld.
Foto 09: Helaas ook op het volgende raatje nog geen eitjes.
Foto 10: Het 2e raatje zonder eitjes ook even in de constructie. Op deze foto (en de vorige 2) zie je ook het ventilatiegaas middenin de bodem van het kastje. Doordat de hoeken van de schuine wanden daar weer terug lopen, is de bodem (en dus ook de ventilatieopening) breder dan je zo ziet. Door deze min of meer 3-hoekige bodem heeft ook de hier op uitkomende vliegopening (zie foto 01) een 3-hoekige vorm meegekregen.
Foto 11: Het 3e raatje: eitjes en toevallig ook de moer. Missie geslaagd, kastje kan weer dicht.
Foto 12: Op een latere datum bij een ander albertkastje (oudere versie met een hogere bodem): het voerbakje wordt vervangen door een extra toplatje met een strookje kunstraat. Dat strookje kunstraat mag overigens veel kleiner zijn dan hier wordt getoond (1 cm is al meer dan genoeg).
Foto 13: Twee dagen later is het in foto 12 toegevoegde toplatje al weer behoorlijk uitgebouwd.
Foto 14: Van 4 plankjes en een stukje plastic is simpel een opzetrandje te maken waaronder gevoerd kan worden. Dit gedeelte maak je voor de bijen toegankelijk door het in foto 04 genoemde gat voor het koninginnenteeltdopje te openen.
Foto 15: De onderkant van het albertkastje. Op de foto is het vlieggat al weer afgesloten met een ventilatiegaasje, zodat het kastje al weer gereed is om in het voorjaar jonge bijen en een jonge koningin te ontvangen.

Het albertkastje is een type bijenkast dat is ontworpen door Albert Stoter. Het albertkastje moet niet worden verward met de albertikast.

Omschrijving

In 2009 werd er op het Imkerforum van bijenhouden.nl een wedstrijd gehouden omtrent de leukste en/of origineelste bijenkast.

Albert Stoter zond toen een door hem ontwikkeld (en al een paar jaar door hem gebruikt) bevruchtingskastje in dat alras werd gedoopt tot het albertkastje. Later bleek dit kastje de wedstrijd te hebben gewonnen. Het albertkastje is gebaseerd op het Top Bar Hive concept (=alleen toplatjes) van het Keniase type (= schuine binnenwanden).

In de warmte-isolatie wordt voorzien door piepschuim in het deksel en door piepschuim in de ruimte tussen de schuine binnenwanden en de rechte buitenwanden.

Het albertkastje is wat groter dan de reguliere bevruchtingskastjes. Hierdoor moeten / kunnen er wat meer jonge bijen in (anderhalf tot twee soeplepels), maar kan een jonge bevruchte moer er ook wat langer in blijven. Ze heeft iets meer ruimte om te leggen.

De toplatjes worden bewust van vrij dun hout gemaakt (uit hout van een fruitkistje bijvoorbeeld). Hierdoor kunnen de toplatjes desgewenst gemakkelijker aan het eind van het bevruchtingsseizoen naar een grotere kast worden overgezet door ze (bijvoorbeeld met behulp van een tie-wrap of een touwtje) onder de toplat van een regulier raam te bevestigen.

De achterkant van het albertkastje is om verschillende redenen verwijderbaar:

  • Bijen bouwen raat wel degelijk aan schuine wanden vast. Via die open achterkant kan dat dan vrij gemakkelijk en netjes van de wand worden losgesneden.
  • Soms kun je zo vanaf de achterkant de eitjes al zien zitten (en constateren dat de moer bevrucht is) zonder dat je het betreffende raatjes nog uit het kastje hoeft te halen. Minder verstoring dus.

Werkinstructies zelfbouw

  • Eerst bijgaande foto's goed bekijken.
  • hout van 1,8 cm dik.
  • De 2 buitenste zijwanden zijn 13,5 cm hoog x 29 cm lang. In de lengterichting zet je een streep op 2 cm (oftewel 11,5 cm, net hoe je het bekijkt). Deze streep moet aan de binnenkant van de kast bovenin komen en biedt later een leidraad bij het plaatsen van de schuine zijwanden.
  • De voor- en achterwand: 13,5 cm hoog x 18 cm breed (dit is tevens de lengte van de toplatjes, die je dan net iets korter maakt zodat het niet wrikt). Deze voor- en achterwand vallen binnen de zijwanden zodat het plexiglas (29 cm minus (2 x 1,8) =) 25,4 lang x 18 cm breed is.
  • De schuine wanden zijn (net zo lang als het plexiglas =) 25,4 cm lang en 13 cm hoog. Deze monteer je zo binnen het kastje dat de bovenkant van de zijwand de streep raakt, en net niet onder de onderkant van het kastje uitsteekt.
  • Hierna vul je de ruimte tussen de schuine wanden en de buitenwanden op met isolatiemateriaal, waarna je deze ruimten afsluit met de bodemplankjes.
    • Op foto 15 (van de onderkant van het kastje) kun je zien dat daarbij in het midden een paar dunnere plankjes en een roestvrij ventilatiegaasje worden gemonteerd.
  • Voor het maken van het deksel lijkt me geen toelichting nodig. Dat is goed van de foto's af te leiden. Datzelfde geldt ook voor het uitzagen van de driehoek achterin (en hoe deze weer terug te kunnen plaatsen, hetgeen ook beslist anders zal kunnen).
  • De onderlinge afstand tussen de 7 spijkertjes is 3,5 cm. Omdat 6 x 3,5 21 cm is, en de binnenlengte 25,4 cm, is er 4,4 / 2 = 2,2 cm over voor de afstand tussen de voorwand en het eerste spijkertje, respectievelijk tussen de achterwand en het laatste spijkertje.

Navigatie