Ambrosius

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Ambrosius afgebeeld in een strokorf uit het begin van de 19e eeuw. staf, mijter en korf behoren tot de gebruikelijke attributen.

Ambrosius patroon van de imkers

(oorspronkelijke tekst: Oude Essink)


7 december is de naamdag van Sint Ambrosius; op die dag in het jaar 370 werd hij gedoopt én bisschop gewijd.

Als Romeins gezagsdrager had hij het bestuur over Milaan en omgeving en zowel heidenen als christenen hadden groot ontzag voor hem. Toen er in de jonge Christengemeenschap een heftige strijd losbrandde over een leerstelling en men elkaar te vuur en te zwaard ging bestrijden, deed men een beroep op Ambrosius; deze nam het ambt van bisschop op zich, schonk zijn niet onaanzienlijke bezittingen aan de armen en kreeg als kerkvader een enorme invloed op de jonge christengemeente.

Zijn relatie met bijen dankt hij aan zijn dichterlijke welsprekendheid. In het denken van de oudheid zijn het de bijen, die de dichterlijke inspiratie als geschenk van de goden naar de mensen overbrengen. Ambrosius was alom vermaard om zijn preken en hymnen, die tot de dag van vandaag gezongen en gelezen worden.


Ambrosius op een Romeins mozaïek.

Ambrosius; historie en mythe.

Wie was Ambrosius en waarom is hij de patroon van de imkers?


1. Generaalszoon uit Trier; Romeins bestuurder werd bisschop in Milaan.

Wij schrijven het jaar 374 na Chr. In Milaan, residentie van de Romeinse keizers in het Westrijk, kwam bisschop Auxentius te overlijden; hij was een fel aanhanger van de leer van het Arianisme, dat in die dagen het jonge christendom verscheurde; Jezus, zoon van God zou volgens Arius niet zelf ook God zijn maar een sterfelijk mens. De tegenstellingen waren groot en bedreigden zelfs de maatschappelijke verhoudingen, want ook de Romeinse keizer hing het Arianisme aan en ruimde in zijn omgeving iedereen uit de weg die het tegendeel durfde beweren.

De keuze van de opvolger van bisschop Auxentius leidde tot heftige uitbarstingen tussen de Arianen en de Orthodoxen, die de goddelijkheid van Christus aanhingen. Beide groepen wilden te vuur en te zwaard een nieuwe bisschop van hun zienswijze. Men kwam er niet uit en besloten werd de bemiddeling in te roepen van de Romeinse stadhouder ter plaatse.

Sinds 370 werd het district Milaan bestuurd door Ambrosius, "de Onsterfelijke", een hooggeplaatste Romein, geboren rond 340 in het ons naburige Trier, als zoon van de generaal van de keizerlijke troepen aldaar. Een wijs en beminnelijk mens die al snel carrière gemaakt had in de keizerlijke hierarchie en nu met de hoogste rang van consul zijn district met groot gezag bestuurde.

Consul Ambrosius ging in op het verzoek te bemiddelen en aanhoorde met groot geduld de uitzichtloze discussies van de twistende partijen, tot tijdens een fel debat een jongetje, aan de hand van zijn vader meegekomen, luidkeels riep: "maak Ambrosius bisschop!". Grote stilte; het was alsof Salomon zelf gesproken had. De partijen waren het eens en benoemden Ambrosius tot hun nieuwe bisschop. Ambrosius verzette zich aanvankelijk tegen de benoeming maar stemde uiteindelijk toch in. In diezelfde week nog werd hij gedoopt, priester gewijd, bisschop gewijd: 7 december 370: zijn toekomstige naamdag.

Als de wiedeweerga legde Ambrosius zich toe op de studie van de theologie; hij gaf zijn bezittingen aan de armen en ging een sober bestaan leiden.

Al snel kreeg hij grote vermaardheid als zielzorger, predikant en schrijver. Van verre kwam men naar hem luisteren en las men zijn geschriften; de mooiste kerkelijke hymnen staan op zijn naam.

Hij stierf op 4 april 397; het Arianisme was naar het tweede plan verschoven. Al spoedig na zijn dood werd hij heilig ("sanctus") verklaard en wordt zijn naam met vroom respect genoemd: Sanctus (Sint) Ambrosius.


Een houtfiguur van sint Ambrosius uit Beieren; 70 cm. hoog.

2. Ambrosius, Patroon van de Imkers.

Was Ambrosius een imker? Nee, dat was hij niet. Waarom dan strijkt een bijenzwerm neer- zoals de geschiedenis wil- op de lippen van de zojuist in het generaalkwartier in Trier geboren Ambrosius?

Om dit te begrijpen gaan wij terug naar het geloof, de mythen en sagenwereld van onze verre voorvaderen, overgeleverd van stam naar stam, van geslacht naar geslacht, vanaf de oorsprong van de oeroude Indo-Europese mens. Geboorte, liefde, angst,vreugde,schoonheid, het mysterie van leven en dood, het Noodlot waar je geen greep op hebt, alles wordt in die wereld vanuit goede en kwade machten ervaren en verklaard.

"Alles is vol goden" verzucht een oude Griekse wijsgeer en zo voelde men het. Goden, schimmen van gestorvenen, elfen, nimfen en muzen, zij allen spelen hun rol. In dit denken nemen BIJEN een veelomvattende plaats in. Uit holen en spleten worden zij door Moeder Aarde naar ons gezonden om ons te doen delen in Haar Vruchtbaarheid. "Bijen hebben deel aan de Goddelijke Geest en de Hemelse Bezieling" zegt Vergilius en zij zijn er de overbrengers en toedelers van.

Een door Jan Engelberts gevlochten ambrosiuskorf.

Kreta was de bakermat van een oeroude beschaving: De jonge Zeus wordt er verborgen gehouden voor zijn niets ontziende vader Kronos; hij wordt er gevoed en grootgebracht met de door goden bezorgde honingspijs; zijn voedsters zijn twee nimfen; de ene heet "Melissa" ("honingbij"), hun vader was "Melisseus" ofwel "bijenkoning"of "honingkoning". Op Kreta werd de bij vereerd als de brengster van de goddelijke Inspiratie, de bezielende Vervoering die ons boven het materiële verheft en goddelijk maakt.

Ook de drie voedsters van Apollo, de orakelgod van Delphi, zijn bijen. Bij Homerus heten zij "Drie zusters met snelle vleugels, bestrooid met wit meel (stuifmeel; vergelijk onze witte wieven), huizend in een kloof; zij doen zich tegoed aan de honingraat; als zij van de honing eten, raken zij in vervoering en spreken de waarheid; blijft de zoete spijs haar ontzegt, dan zwermen zij onrustig rond en raaskallen onzin."

Ook de muzen zelf zijn bijen die de goddelijke inspiratie overbrengen naar profeten, dichters, redenaars en schrijvers. Als muzen zijn de bijen daarom ook schenksters van zang en muziek.

EEN BIJ, NEERSTRIJKEND OP DE LIPPEN VAN EEN DICHTER, GEEFT AAN, DAT DEZE OVER EEN UITZONDERLIJKE GODDELIJKE INSPIRATIE BESCHIKT.

Grote schrijvers en dichters uit de oudheid werden met de goddelijke honingspijs gevoed: Homerus, Sophocles (zelf een bij genoemd), Vergilius. De Romeinse schrijver Cicero meldt dat bijen zich neerzetten op de lippen van Plato, toen deze als zuigeling lag te slapen in zijn wieg.

En dan weten wij waarom in deze denkwereld een bijenzwerm de goddelijke inspiratie kwam aanreiken aan de zuigeling Ambrosius, de latere welsprekende vertolker van goddelijk zaken.

In handboeken vindt men onder de term AMBROSIUS als toelichting vaak "Als klein kind zou, aldus de legende, een bijenzwerm op zijn gezicht zijn neergestreken om even later zonder hem te steken weer weg te vliegen". Dit is wel erg mager en dan moet de conclusie zijn, dat in onze tijd voor het denken in mythen en sagen geen begrip meer is overgebleven.