Apis cerana

Uit Imkerpedia
Versie door Webmaster (Overleg | bijdragen) op 28 dec 2016 om 18:04

(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken
Apis cerana foeragerend op de bloemen van de banaan.

Inleiding

Apis cerana (ook wel Aziatische- of oosterse honingbij) is net als onze westerse honingbij één van de soorten binnen het geslacht honingbij (Apis). Dit naaste familielid van onze westerse honingbij is daarbij buitengewoon interessant omdat deze honingbij de oorspronkelijke gastheer is van de varroa destructor. Deze varroamijt is momenteel de grootste plaag voor onze westerse honingbij, terwijl de Aziatische honingbij er al eeuwen mee in balans leeft.

De Aziatische- en westerse honingbij lijken veel op elkaar. Ze hebben in het zuiden van Azië dan ook een gemeenschappelijke voorouder gehad (de eerste holenbroedende honingbijen). De Aziatische - en westerse honingbij zijn pas vanaf zo'n 100.000 jaar geleden van elkaar gaan verschillen nadat de voorouders van de westerse honingbij via de hoorn van Afrika naar het Westen trokken en de voorouders van de Aziatische honingbij in Azië bleven (en daar hun gebied juist naar het oosten uitbreidden).

Toch zijn deze beide soorten absoluut niet meer met elkaar te kruisen. Dit komt enerzijds door Reproductieve isolatie, maar anderzijds leidt ook kunstmatige inseminatie niet tot levensvatbare eitjes.


De Aziatische honingbij komt voor in het Zuiden, het Zuidoosten en het Oosten van Azië[1] (tot in Siberië, waar zij door menselijk toedoen weer in contact kwam met onze westerse honingbij; zie de primorskibij) . Dit grote verspreidingsgebied met zowel (sub-) tropische als gematigde gebieden heeft er toe geleid dat er (net als bij de onze westerse honingbij) sprake is van verschillende ondersoorten[2] met zowel een verschillend uiterlijk (met name wat betreft de grootte) als verschillende gedragingen (zoals hoeveelheid broed en neiging tot zwermen).

Zo beschreef Fabricius in 1793 eerst de in o.a. China voorkomende Apis Cerana, en later in 1798 de in India voorkomende Apis indica. Toen naderhand bleek, dat het in beide gevallen om dezelfde soort ging, kreeg deze totale soort de oudere naam: Apis cerana (met daarbinnen dus respectievelijk o.a. de ondersoorten Apis cerana cerana en de Apis cerana indica).


De Aziatische honingbij wordt verdeeld in 8 verschillende ondersoorten, te weten:

  • Apis cerana cerana
  • Apis cerana heimifeng
  • Apis cerana indica
  • Apis cerana japonica
  • Apis cerana javana
  • Apis cerana johni
  • Apis cerana nuluensis
    • Volgens recent onderzoek heeft deze "ondersoort" dusdanig afwijkend DNA dat deze ook als een aparte soort kan worden beschouwd. Tot op heden is dit binnen de formele classificatiesystemen echter (nog?) niet bijgewerkt.
  • Apis cerana skorikovi


De ondersoorten die in de tropen leven zijn kleiner dan de ondersoorten in de koudere regionen.


Overeenkomsten en verschillen met onze mellifera

Bij de A. cerana zijn de verschillen tussen de moer, dar en werksters minder groot dan bij de mellifera. Op deze foto zie je een leggende koningin met omringende werksters.
De A. cerana heeft ook een tomentum (haarband) op het zesde segment.
De A. cerana heeft een extra ader in de achtervleugel.

In vergelijking met onze mellifera:

  • is de gemiddelde cerana iets kleiner en slanker dan de gemiddelde mellifera, die eveneens veel ondersoorten bevat; de grootste ondersoorten van de cerana zijn groter dan de kleinste van de mellifera.
  • verschillen bij de cerana de moer, de dar en werkster minder van elkaar in grootte (hierdoor heeft de bijenraat van de cerana ook overeenkomstig kleinere cellen),
  • heeft de werkbij van de cerana ook op het zesde segment van het achterlijf een tomentum (band met korte haartjes),
  • zijn de banden op het achterlijf bij de cerana scherper afgetekend,
  • heeft de cerana minder vleugelhaakjes ter verbinding van de voor- en achtervleugel,
  • zijn de vleugels van de cerana spitser met een zeer hoge cubitaal index,
  • heeft de cerana een extra adertje in de achter vleugel, en
  • heeft de cerana gelige vlekjes op de kop die de mellifera mist.


Beide soorten hebben (onder andere) de volgende overeenkomende gedragingen:

  • De cerana is ook een "holbewoner".
  • De cerana is eveneens in staat om schommelingen in de buitentemperatuur zodanig op te vangen dat de temperatuur binnen de bijenwoning op de gewenste temperatuur (van 33 - 35,5°C) blijft. Hierdoor kan de cerana verschillende klimaatomstandigheden aan, waardoor de cerana evenals de mellifera een groot verspreidingsgebied kent.
    • Ook de cerana gebruikt hierbij het van de vleugels losgekoppeld bewegen van de borstspieren om op de warmen, en het ventileren om af te koelen. Bij het ventileren staat de cerana echter met haar achterste naar de vliegopening, terwijl de mellifera met haar kop naar de vliegopening staat.
  • De cerana heeft ook last van de grote wasmot[3]
  • De cerana communiceert ook via een bijendans over de gevonden voedselbronnen.
    • De cerana zoekt die voedselbronnen echter binnen een kleinere actieradius (van slechts 1 - 2 kilometer) dan de mellifera.
    • De cerana ken bovendien een zogeheten reinigingsdans waarmee een werkster andere werksters aanspoort om haar schoon te maken. Dit reinigingsgedrag is ook een (klein) aspect van de varroaresistentie van de Apis cerana.
  • De cerana hanteert ook een bijenruimte tussen de raten.
  • De cerana zwermt ook, waarbij de zwerm na vertrek vaak eerst op relatief korte afstand van de oorspronkelijke locatie neerstrijkt om daarna op aangeven van speurbijen naar een nieuwe locatie te vertrekken.
  • Ook bij de cerana wordt het ontstaan van eierleggende werksters voorkomen door de koninginnenstof van de koningin,
  • Ook de cerana heeft de broedstadia van ei / larve / pop, maar met de volgende dagduur[4]:


eitje larf pop totaal
Koningin: 3 dagen 4 - 5 dagen 6 - 7 dagen 14 – 15 dagen
werkster: 3 dagen 5 dagen 12 dagen 20 dagen
dar: 3 dagen 5 - 6 dagen 14 - 15 dagen 23 - 24 dagen


Ventilatie voor darrenpoppen

Tunneltjes door dekseltjes van gesloten darrenbroed.

De dekseltjes van de cerana-darrencellen hebben tunneltjes. Dit heeft de mellifera niet. Men heeft wel gedacht, dat de varroa destructor deze tunneltjes maakte om in en uit de darrencel te kunnen gaan maar daarvoor zijn de tunneltjes (van nog geen halve millimeter) te klein.

Nader onderzoek heeft geleerd dat de tunneltjes op de achtste dag ontstaan, nadat de cellen net zijn afgedicht. De cerana-strekmade produceert dan tijdens het begin van de verpopping een gelig vocht, waardoor er een aan de bovenkant van de cocon een opening komt in de draden. Hierdoor krijgt het celdekseltje in het midden een lichte verkleuring. Hier maken de werkbijen vervolgens een tunnelachtige opening, waardoor de leefruimte van de pop in contact blijft met de “buitenwereld”.

De wanden van de darrencel zijn bijzonder dik en de tunneltjes dienen derhalve om de larve van zuurstof te voorzien.

Nadat de cel is gesloten en van een opening is voorzien, bemoeien de werksters zich absoluut niet meer met de toekomstige dar, die zelf maar moet zien hoe hij zijn cel uitkomt. Als de dar bij voorbeeld te veel door Varroa is verzwakt, dan lukt het hem niet de cel te verlaten en sterft hij samen met zijn gasten (dit is één van de oorzaken van de varroaresistentie van de cerana).


De woning

Bijenklos voor een ceranavolk in Nepal

In de natuur bevindt het nest van de cerana zich in de holte van een boom of in een rotsholte. Ceranavolken zijn kleiner dan mellifera volken, en in zo'n hol bouwt de cerana dan ook hooguit een zevental raten. In Thailand is het nest ter grootte van 7000 bijen wel volledig; in Japan kan het nest uitgroeien tot 10.000 à 20.000 bijen. Zo'n woning in de natuur is meestal te groot voor het volk, en door de slechtere hygiëne van de cerana loopt er nogal eens iets fout. Het gebruik van propolis kent de cerana niet. Vervuilde raten worden simpelweg afgeknaagd en van een nieuwe cellenlaag voorzien. De afgeknaagde was blijft op de bodem liggen en veroorzaakt al snel een paradijs voor wasmotten. Pogingen om een volk in een Langstroth-kast onder te brengen mislukten: de vervuiling groeide sneller dan de omvang van het volk!.

In Indonesië (Apis cerana javana) kun je segmenten van de kokospalm tegenkomen als behuizing. Korea kent de bijenklos. In India en Birma wordt ook gewerkt met kleigebakken potten.

Op de Himalaya, waar de temperatuur kouder is, brengen ze de volken wel onder in de muren van de huizen. Deze volken hebben een vliegopening naar buiten maar worden van binnen uit behandeld. Ze worden van de woonruimte gescheiden door een houten wand of simpel een gordijn of er is helemaal geen afsluiting en dan is het volk volledig tot huisdier gepromoveerd.


Imkerij met de cerana

Apis cerana werksters op cellen met stuifmeel.

Ook de cerana wordt al eeuwen[5] door de mens gehouden (voor de honing en voor bestuiving) in door de mens gemaakte bijen-behuizingen.


De hedendaagse door mens gemaakte cerana-behuizing betreft meestal nog steeds vaste bouw. Omdat de ceranavolken kleiner zijn dan die van onze honingbij zijn ook de gebruikte bijen-behuizingen en de honingoogsten kleiner.

Her en der is de mellifera ingevoerd en verdringt dan meestal de cerana als door de mens gehouden bij. In China zijn 5 van de 6 volken mellifera’s.

Met name de volgende eigenschappen maken het werken met de cerana lastig:

  • In de (sub-)tropische gebieden, waar langdurige koude ontbreekt en zelfs een klein volk gemakkelijk kan overleven, zwermt de inheemse cerana veel meer dan onze (met name noordelijkere ondersoorten) mellifera. Dit is ook een van de redenen waarom de cerana-volken kleiner zijn.
  • De cerana gaat ook sneller over tot trekzwermen, dan de mellifera (die overigens ook wel tot hongerzwermen kan overgaan).
    • Een belangrijke oorzaak van dit veelvuldige trekzwermen van de cerana is waarschijnlijk de kleinere voedselvoorraad en de geringere actieradius van de haalbij waardoor een ceranavolk kwetsbaarder is voor tekorten in de dracht. Zodra die tekorten zich aandienen stopt de koningin met het leggen van eitjes. Na het uitlopen van het laatste broed vullen de volwassen bijen hun honingmaag (met de laatste restanten van de voedselvoorraad), om daarna op de wieken te gaan naar een nieuwe plek met voldoende aanbod van stuifmeel en nectar. Voor de imkerij is deze oorzaak van trekzwermen lastig te hanteren: men moet onmiddellijk na het slingeren gaan drijfvoeren, koninginnetrucs toepassen of verhuizen naar een ander drachtgebied.
    • Trekzwermen ontstaan ook bij grote droogte of niet te hanteren hitte of ook wanneer de situatie onhoudbaar wordt door vijandigheden, een overvloed aan wasmotten of dreigende ziektes. Omdat de ceran-koningin alleen eitjes legt in nieuwe raat[6] knagen de werksters regelmatig oude cellen weg om weer nieuwe cellen op te kunnen bouwen. Dit zorgt voor veel wasmul onder het broednest, met alle gevolgen vandien (ziekten, wasmotten]. Het advies aan cerana imkers is dan ook: zorg dat je altijd een schone woning klaar hebt om een ziek volk op te vangen. De traditionele cerana-imkerij in japan biedt ook een oplossing.
  • De cerana-moer heeft kleinere eierstokken (ze legt in de kleinere ceranavolken minder eitjes) dan die van de mellifera en komt tot een leg van 300 tot maximaal 800 eitjes per dag. De eierstokken bij de werksters daarentegen zijn groter dan die van de mellifera en wanneer een volk moerloos wordt, zijn er na twee/drie dagen al eierleggende werksters!
  • De ziekten die met de mellifera het cerana-gebied zijn binnengekomen: Europees Vuilbroed, Zakbroed, en de tracheeënmijt. De cerana heeft even weinig verweer tegen deze ziekten als de mellifera tegen de varroa destructor.


De verdediging van de cerana

Apis cerana foeragerend op de bloemen van de Chinese mandarijn.
Apis cerana foeragerend op de bloemen van een Aster.

De cerana is meer dan de mellifera geneigd om zich bij gevaar in het hol terug te trekken. De wachtbijen zullen minder snel individueel optreden dan bij de mellifera. Het angelapparaat van de cerana heeft minder gif en de angel heeft rudimentaire weerhaken. Pas zodra ook de veiligheid van dat hol in gevaar is zullen de ceranabijen uitvliegen en collectief het hol verdedigen. De cerana gebruikt daarbij vervolgens niet alleen haar angel om te steken), maar ook haar kaken om te bijten.


Vooral de Apis cerana japonica is bekend geworden vanwege diens buitengewone verdediging tegen de Vespa mandarinia japonica (een in Japan voorkomende ondersoort van de Vespa mandarinia, dat de grootste soort hoornaar is).

Ook andere cerana-ondersoorten weten zich echter te verdedigen tegen lokale soorten hoornaars (zoals tegen de in India, Indochina, China en Indonesië voorkomende Vespa velutina die per abuis in 2004 in Zuid-Frankrijk is beland, en sindsdien optrekt naar het noorden).


Filmpje met cerana-koningin

Voetnoten

  1. In o.a. de landen: Afghanistan, Bangladesh, Bhutan, China, India, Myanmar, Nepal, Pakistan, Indonesië, de Korea's, Japan, Maleisië, Papoea-Nieuw-Guinea, Thailand, en Vietnam.
  2. Binnen Imkerpedia onderscheiden we soorten, ondersoorten (rassen), stammen en lijnen.
  3. M.K.H.Bhuiyan, M.M.Hossain, M.N.Bari.Rearing and Management of Apis cerana (F.) and occurrence of pests in honeybee colonies. OnLine Journal of Biological Sciences 2 (1): 14-17, 2002.
  4. Via email verkregen vanaf Gudrun Koeniger, die aangaf deze gegevens te hebben betrokken uit: Punchihewa, RWK. Beekeeping for honey production in Sri Lanka. Sri Lanka Department of Agriculture (1994). Blijkbaar is deze dagduur niet bij alle ondersoortven van de cerana hetzelfde aangezien M.K.H.Bhuiyan, M.M.Hossain, M.N.Bari (in hun artikel "Rearing and Management of Apis cerana (F.) and occurrence of pests in honeybee colonies. OnLine Journal of Biological Sciences 2 (1): 14-17, 2002") tot ietwat andere dagduren ( ei / larve / pop ) komen: Koningin 3 / 5 / 7 - 8, werkster 3 / 4 - 5 / 11 - 12, dar 3 / 5 - 7 / 13 - 14.
  5. In 800 voor Christus is er al sprake van wetten inzake de bijenteelt, en honing als wettig betaalmiddel waarmee je zelfs belastingen kon betalen.
  6. f.Hisashi. Profitable beekeeping with Apis cerana. Bees for Development Journal (94, 2010), blz. 8 - 11.
Eitjes van de Apis cerana.
Larven van de Apis cerana.
Het gesloten broed van Apis cerana. Apis cerana hergebruikt waarschijnlijk zelden oude wasdeeltjes voor het afsluiten van de broedcellen (zoals onze Apis mellifera wel doet) want de dekseltjes zijn bijna net zo mooi als bij gesloten honingraat.