Apis mellifera ruttneri

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Xemxija, een Maltees bijenhuis daterend vanuit de Phoenicische of de daaropvolgende Romeinse periode.

De Apis mellifera ruttneri is één van de ondersoorten[1] van de Apis mellifera en heeft haar oorsprong op Malta.


Gedurende de laatste ijstijd - en een lagere zeespiegel - was Malta nog via een landbrug aan Sicilië verbonden, maar na die ijstijd zorgde het smeltende ijs voor een hogere zeespiegel en kwam die landbrug onder het zeewater te liggen. Malta werd een eiland waarop de aanwezige Apis mellifera vanaf dat moment een eigen ontwikkeling volgde, specifiek toegesneden op de Maltezer omstandigheden.


De Apis mellifera ruttneri heeft geen nederlandse naam, maar Maltezer honingbij ligt nogal voor de hand. Bij dezen.


Tot 1992 was de Maltezer honingbij nagenoeg de enige Apis mellifera ondersoort op Malta, maar in 1992 stierven er zo'n 4000 bijenvolken (zo'n 2/3 van de totale populatie) als gevolg van de varroa waarna er veel bijenvolken vanaf elders werden geïmporteerd om de tekorten aan te vullen.

Uiteraard moet er ook voor 1992 al sprake van enige import zijn geweest, want anders was de varroa er niet terecht gekomen.


Toen de Maltezer honingbij pas in 1997[2] als aparte ondersoort werd geïdentificeerd, was deze echter nog steeds goed te onderscheiden en dominant op Malta aanwezig. De Maltezer honingbij werd toen in de Latijnse naam vernoemd naar prof. dr. F. Ruttner om diens werk aangaande de classificatie van de diverse (onder)soorten van de honingbij te eren.


Nog een ander eeuwenoud bijenhuis op Malta.

Mitochondriaal DNA-onderzoek, en het gedrag van de Maltezer honingbij veronderstellen een sterkere relatie met de Noord-Afrikaanse Apis mellifera intermissa en de Siciliaanse Apis mellifera sicula, dan met de (Noord) Europese ondersoorten Apis mellifera. Dit wijst er op dat deze ondersoorten waarschijnlijk opkomend vanuit Afrika een gemeenschappelijke evolutie hebben gehad[2].

De Maltezer honingbij heeft een donkere kleur en is relatief klein. In vergelijking met de intermissa en de sicula heeft de Maltezer honingbij kortere benen en kortere smallere vleugels. Van alle ondersoorten heeft de Maltezer honingbij het dikste achterlijf, bedekt met een lange beharing.

De Maltezer bijenkoningin blijft voortdurend aan de leg maar minder voor de zomer en de winter waarin het volk haar honingvoorraden opbouwd. Voorafgaand aan de lente en herfst neemt de eileg weer toe.

De Maltezer honingbij is een hardwerkende honingbij die zowel bij harde wind als bij grote hitte stug verder blijft gaan. Bij al te grote hitte wordt er wel een "siesta" gehouden, die echter ruim wordt gecompenseerd in de perioden voor- en nadien. De Maltezer honingbij weet ook in droge omstandigheden goed stand te houden.

De Maltezer honingbij heeft een sterke zwermneiging, en ook als het volk te vaak wordt gestoord vertrekt het naar elders (trekzwerm).

De Maltezer honingbij is van nature defensief en agressief. Dat gedrag is met name tegen de lokale wesp, muizen en kevers gericht, maar ook de imker heeft er wel last van. Om die reden wordt er steeds meer met de veel zachtardiger Apis mellifera ligustica volken gewerkt waardoor het de vraag is hoe lang de Maltezer honingbij nog stand zal houden.


Een aardenwerken pot zoals nog op Malta gebruikt tot circa 1950.

Op Malta bestaat er al een lange traditie van bijenhouden. De naam Malta komt (verbasterd) zelfs vanaf het Griekse woord voor honing (μέλη - méli).

Waarschijnlijk zijn het de Phoeniciërs[3] geweest die vanaf ongeveer 700 voor Christus op Malta het bijenhouden introduceerden. Ze deden dat in horizontale aardenwerken potten.

Nog steeds zijn er her en der op Malta bijenhuizen (in het maltees 'Miġbħa') te vinden die dateren uit die tijd. De Miġbħa Xemxija is een van de oudste ter wereld, en in principe (met gebruik van die horizontale aardenwerken potten) nog steeds te gebruiken.

Nog tot 1950 werd er op Malta met overeenkomende potten (Qolla) geïmkerd. Aan de voorkant was er een opening van zo'n 10 centimeter, en aan de achterkant meestal gewoon open. Zo'n Qolla werd met de voorkant richting het zuiden op een beschaduwde plek op de grond (of in een Miġbħa) gelegd. Met het groter worden van een volk werden er ringen aan de pot toegevoegd.

Het oogsten van honing gebeurde door het aan de achterzijde wegsnijden van de honingraat. Dit was uiteraard het gemakkelijkst als het bijenvolk de raten in de lengterichting van de pot hadden gebouwd, maar dat was niet altijd zo. De bijenhouders probeerden de bouw daarom (bij) te sturen door zelf handmatig een raat in de lengterichting van de pot te plaatsen.


Navigatie


Voetnoten

  1. Binnen Imkerpedia onderscheiden we soorten, ondersoorten (rassen), stammen en lijnen.
  2. 2,0 2,1 W.S.Sheppard, M.C.Arias, A.Grech, M.D. Meixner. 'Apis mellifera ruttneri, a new honey bee subspecies from Malta', Apidologie 28 (1997) , 287–293.
  3. Een volk dat ongeveer in het huidige Libanon woonde.