Apis mellifera scutellata

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Apis mellifera scutellata.
Ondersoorten mellifera in Afrika (m = monticola).

Op veel internetsites worden de Afrikaanse honingbij (de Apis mellifera scutellata) en de Geafrikaniseerde honingbij (ook wel de killer bee) met elkaar verward.

Toch is er duidelijk onderscheid:

  • De Apis mellifera scutellata is een van de vele door natuurlijke processen gevormde ondersoorten[1] van de Apis mellifera.
    • De naam "scutellata" verwijst naar de hel-gele bochel (=scutella) op het borststuk van deze ondersoort.
  • De geafrikaniseerde honingbij is echter dankzij de mens ontstaan, en betreft een in Zuid-Amerika ontstane hybride van meerdere ondersoorten (met daarin wel een grote invloed van de Apis mellifera scutellata).


De scutellata heeft komt van nature alleen voor in het Zuiden en de onderste oostflank van Afrika op een hoogte tussen zo'n 500 en 2000 meter.

  • In het noorden van dat verspreidingsgebied komt eveneens de Apis mellifera monticola voor (die een geheel ander gedrag heeft dan de scutellata). De monticola prefereert echter de ecologische omstandigheden op een hoogte van 1500 - 3100 meter. Er komt in geringe mate wel hybridisatie tussen beide ondersoorten voor[2], maar door de verschillende geprefereerde ecologische omstandigheden (en wellicht ook sperma preferentie en reproductieve isolatie) neemt de ene ondersoort de andere ondersoort niet over.
  • De scutellata komt ondanks de ecologische geschiktheid van het gebied niet helemaal tot in het zuiden van Afrika voor, want daar heeft de Kaapse honingbij (de Apis mellifera capensis) het primaat. Kaapse werkbijen kunnen zelfs zodanig op pure scutellata volken parasiteren dan deze ten gronde gaan. Gelukkig zit er tussen het gebied van de scutellata en het gebied van de capensis een voor beide ondersoorten onneembare en daardoor stabiele Zone met capensis-scutellata-hybriden.


De scutellata heeft enkele gele banden, en is in vergelijking met de meeste Europese ondersoorten iets kleiner. In vergelijking met onze honingbij:

  • is de scutellata agressiever bij verstoringen,
    • er reageren drie tot vier maal zoveel bijen op een verstoring dan bij onze honingbij (een scutellata volk heeft in verhouding ook meer wachtbijen).
    • zelfs alleen de nabijheid van mens of dier kan al voldoende reden zijn om aan te vallen en tot op een kilometer te achtervolgen.
    • bij de verdedigingsreactie is de scutellata steeklustiger
      • gelukkig is het bijengif van de scutelata (30 %) minder krachtig dan van onze honingbij
  • is de scutellata zwermlustiger
    • dit kan oplopen tot wel zo'n acht keer per jaar
    • de scutellata is ook sneller geneigd om als volk op zoek te gaan naar een andere plek (hongerzwermen)
  • is de maximale volksgrootte van de scutellata kleiner (Uit onderzoek bleek een scutella volk in Kenia zelden uit meer dan 10 (Langstroth) ramen en meer dan 30.000 bijen te bestaan[3].
    • de scutellata hoeft natuurlijk niet (zoals onze honingbij) voor de overwintering een bepaalde grootte te bereiken
    • zodra een bepaalde omvang wordt bereikt wordt er alweer gezwermd
  • heeft de scutellata een grotere maximale eileg zodat een scutellata-volk sneller kan groeien (en opnieuw zwermen)
    • aangezien er geen sprake is van de benodigde opbouw van wintervoorraden kan alle energie in de voortdurende volksopbouw worden gestopt
    • de eileg van de koningin is (buiten het zwermen om) voortdurend maximaal. Alleen bij voldoende stuifmeel-dracht zullen alle eitjes ook daadwerkelijk volwassen bijen zullen worden. Bij onvoldoende stuifmeeldracht wordt er "simpelweg" broed geruimd[3].
  • heeft het werksterbroed van de scutellata een kortere broedduur (18½ tot 19 dagen in plaats van 21 dagen), en ook de broedduur van koninginnen is korter dan bij onze honingbij.
Een samenwerkingsverband van meerdere werkbijen van de scutellata houdt enerzijds de kleine bijenkastkever op z'n plaats en metselt anderzijds de kever in met propolis.
  • heeft de scutellata een verdedingingstrategie tegen de kleine bijenkastkever.
  • is de scutellata resistenter tegen vuilbroed
  • heeft de scutellata een grotere haaldrift
  • leeft een scutellata werkbij korter
  • produceert een scutellata volk meer darren
  • heeft de scutellata minder licht nodig om te vliegen (ze vliegt daardoor dus langer, zowel vroeger als later op de dag)
  • is de scutellata veel minder gevoelig voor de varroa
    • Dit komt waarschijnlijk voornamelijk door:
      • de kortere broedduur van het werksterbroed, in combinatie met
      • het vakere zwermen (en de daarbij horende broedstops waarin ook de varoa zich niet kan voorplanten)

Bovenstaande gedragingen betreffen vaak het volk als geheel. Een fouragerende afrikaanse honingbij is echter niet gevaarlijker dan onze honingbij, en ook een zwerm scutellata is zachtaardig.


Op het eind van het onderstaande filmpje wordt er met de scutellata geimkerd in een Top Bar Hive. Je ziet dat de scutellata niet de gemakkelijkste ondersoort is om mee te imkeren.

Apis-mellifera-scutellata-01.jpg
(Dit filmpje bevat een aan/uit te zetten ondertiteling.)


Navigatie


Voetnoten

  1. Binnen Imkerpedia onderscheiden we soorten, ondersoorten (rassen), stammen en lijnen.
  2. Erik Österlund. Exploring Monticola — Efforts to Find an Acceptable Varroa-Resistant Honey Bee. America Bee Journal, (1991) 131: 49-56.
  3. 3,0 3,1 Shi Wei, Suresh K.Raina, Ingemar Fries. Colony development and queen rearing in Kenyan honey bees (Apis mellifera scutellata ). Publicatie: http://www.beekeeping.com/articles/us/queen_rearing_kenya.htm