Beil's Hollandsche Magazijnkast

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Omschrijving

Dhr.H.Stienstra met een bijenzwerm voor zijn zelfgemaakte observatiekastje met drie raampjes uit Beil's Hollandsche magazijnkast, inwendige maat 350 bij 210 mm. [1]

'Beil's Hollandsche Magazij was in 1901 voor F 5,= verkrijgbaar bij de bekende handelaar Firma H.A. Beil te Dinxperlo (die ook Beil's reiskast heeft ontworpen).

Inwendige afmeting van 30cm breed, 22cm hoog en 37cm diep, ingericht voor koude bouw met 8 ramen.

Op bladzijde 110-113 van Handboek voor bijenhouders, door T. C. Hootsen te Hoevelaken, redacteur voor bijenteelt van ‘de veldbode’ staat het volgende verhaal over deze kast:

Deze is door H.A.Beil te Dinxperlo ontworpen. Veel moeite heeft hij gedaan om de magazijnkast te verbeteren. De woning heeft een broed- en een honingkamer, terwijl de laatste even groot is als de eerste. De broedkamer staat op een losse bodem, waarin het vlieggat is, dat 20 cm. lang is en dat verkleind of afgesloten kan worden door een schuif, welke bij het reizen lucht kan door laten. De achterzijde van het ondergedeelte kan worden weggenomen en met 2 houtschroeven bevestigd worden, wat alleen bij reizen nodig is. Anders wordt het los ingezet en uitgenomen bij voeren of reinigen van de bodem. Elke kamer is 50 cm. lang, 43 cm. breed en 24 cm. hoog. De voor- en achterzijden hebben dubbele wanden, doch de 2 zijwanden zijn dun. Bij de overwintering plaatst men de kasten 5 cm. van elkaar en vult de ruimten op met droog mos. Eveneens legt men bovenop een zak met mos. In de broedkamer zijn 10 raampjes, terwijl men met een afsluitplankje de ruimte kan regelen, wanneer de bijen de gehele broedruimte niet nodig hebben. Broed- en honingkamer kunnen door een koninginnerooster worden gescheiden. De honingkamer is eigenaardig ingericht. Men kan de onderste helft of lage kamer in gebruik nemen. Een raampje hiervan heeft de halve grootte van een raampje van de broedkamer. Twee halve raampjes kunnen doormiddel van een paar krammen aan elkaar worden bevestigd, om ze te gebruiken in de grote honingkamer, wanneer de lage kamer vol is. Worden in de broedkamer 10 raampjes gebruikt, in de honingkamer kan men 8 raampjes hangen, welke elk breder zijn en waarvan de bijen de raten ook dikwijls uitbouwen. Men heeft zo weinig kans dat de koningin in de diepere cellen eitjes legt. Men kan in deze kamer zelfs prachtige raathoning krijgen, zonder een rooster te leggen. Op de broedkamer legt men, wanneer de honingkamer niet is opgezet, een dekplank, welke zo is gemaakt, dat ze niet trekt en dus niet hol of bol gaat staan. De lage honigkamer kan men van boven met dunne plankjes afsluiten. Al de raampjes rusten op zinken lopers, zodat de bijen de bovenlatjes niet met propolis kunnen vastzetten. Bij het reizen neemt men de bovendekplank af en legt daar een raam met ijzergaas, waarna onder en boven 2 klemhaken worden gelegd, die 2 aan 2 door touw zijn verbonden, dat men dubbel neemt en ineen draait, zodat klemhaken en touwen alles vast bijeen houden. In de honingkamer kan een bak met secties worden geplaatst.


Datering

1900-1910


Voorkomen

Midden Nederland.


Voetnoten

  1. H.Stienstra. Een zwerm. Maandschrift Bijenteelt], augustus 1910


Navigatie