Beil's reiskast

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Omschrijving

Bovenstaande tekening werd gepresenteerd in Maandblad "De Practische imker" in 1921.

Beil's reiskast is in 1906 ontworpen door H.A. Beil, handelaar in bijenartikelen te Dinxperloo. De kast is een z.g. achterbehandelingkast.


2de pagina van de Beil catalogus uit 1909 / 1910
De heer Beil was buiten imker, ontwerper ook Redacteur van dat imkerblad.
De heer Beil was ook handelaar.

In het boek "De bijenteelt Handboek voor bijenhouders" van T. C. Hootsen staat de volgende omschrijving:

De kast heeft een hoogte van 58 cm. bij een breedte van 25,5 cm (binnenwerks). De honingkamer ligt boven de broedkamer, zodat deze kast tot de ‘hoge’ woningen behoort, in tegenstelling van de ‘lagere’ woningen, waarvan de hoogte minder is dan de andere afmetingen. Heeft bij de meeste kasten de honingkamer de helft van de grootte van de broedkamer, bij deze kast zijn beide kamers gelijk van inhoud. Toch kan de honingkamer zonder enige moeite op de helft van haar ware grootte worden gebracht, om later vergroot te worden, wanneer dat nodig is.

Deze kast heeft koude bouw, terwijl de ramen op dezelfde wijze vastgezet worden als in de Albertikast (krammetjes aan voor- en achterzijde, die de raampjes onderling op afstand houden). De ramen zijn 40 bij 25 cm. groot en hebben dus dezelfde afmeting als die van de Thuringer kast. Zij verschillen echter van deze, doordat ze liggen, terwijl de Thuringer ramen staan. In de broedkamer staan 7 ramen. Er worden in de voorste helft van de honingkamer kleine half-ramen gebruikt, die 25 cm. hoog en 20 cm. lang zijn, en welke eveneens aan de achterzijde door de krammen van een glasvenster stevig op zijn plaats worden gehouden.

De bijen krijgen toegang tot de kleine honingkamer door 2 roostertjes, welke aangebracht zijn in het dunne houten schot, dat beide kamers scheidt.

De halframen kunnen op praktische wijze door krammetjes aan elkaar worden bevestigd. Gebruikt men de hele ramen in de honingkamer, dan wordt eenvoudig het glasvenster wat achteruit gezet. In de honingkamer kan ook een bak geplaatst worden met 16 Amerikaanse secties, terwijl de heer Beil voor deze kamer ook ramen heeft gemaakt om honing in raat te winnen.

De deur van deze kast wordt voor dagelijks gebruik gesloten met 2 schroefgrendels en kan door een slot op de heide afgesloten worden, zodat nieuwsgierigen of kwaadwillenden verhinderd zijn nieuwsgierige of begerige blikken naar binnen te werpen.

De kast heeft enkele wanden. De voorwand van de honingkamer is van dubbel hout, en die van de broedkamer is dubbel met en ruimte, welke is opgevuld. De kasten worden tegen elkaar geplaatst, terwijl aan de voorzijde een plankje is aangebracht om de vlucht der bijen te scheiden.

Omdat de bijen aan de achterkant worden behandeld, kan men deze kasten gemakkelijk in 2 rijen op elkaar plaatsen en kunnen er in een betrekkelijk kleine ruimte verscheidene gezet worden, zodat de vorming van een paviljoen weinig kost.

Terecht draagt deze woning de naam reiskast. Zij leent zich uitmuntend om te reizen, vooral omdat er geen losse delen van buiten, een vaste bodem en geen onnodige uitsteeksels of aanhangsels aan zijn, zodat men op een wagen verscheidene van deze kasten kan bergen. Voor ventilatie is gezorgd, doordat in de achterdeur een paar roostertjes zijn, welke afgesloten kunnen worden met een draaischuifje.


Datering

1900- 1920


Voorkomen

niet bekend, vermoedelijk de Achterhoek.

Leerstal Enschede-Lonneker in het jaar 1910. Nummer 1 op de bovenste plank toont de Beil's reiskast.


Navigatie