Boswilg

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

(Salix Capria)

Vrouwelijke katjes.
Mannelijke katjes.
Stekken van boswilg met behulp van pas uitgelopen knopjes en stekpoeder: je haalt de onderste blaadjes van de knopjes af, doet er stekpoeder aan, en stopt de aldus behandelde knopjes in een gaatje in de grond (in een gaatje opdat het stekpoeder anders niet aan het onderste punt van het knopje blijft zitten). Daarna de grond even aanduwen en de plantjes uit de zon in een kasje (of plastic zak, etc.) wegzetten. Zodra er wortels aan komen kunnen de plantjes langzamerhand uit het kastje.
Vrouwelijke katjes met het na bestuiving gevormde zaad.

Omschrijving en kenmerken

De boswilg wordt ook wel waterwilg genoemd. De soort komt algemeen voor in Europa en Noordoost-Azië en niet uitsluitend op vochtige plaatsen.

De boswilg heeft katjes, die met lange behaarde schutbladen bedekt zijn. Mannelijke katjes zijn eivormig en aanvankelijk bedekt met zilverachtige haartjes. Daarna verschijnen gele meeldraden dicht opeen. Vrouwelijke katjes zijn slank, bleekgroen met witachtige, korte stijlen. De vrouwelijke katjes zijn langer dan de mannelijke. Zowel de mannelijke als de vrouwelijke bloemen hebben één honingklier.

Door de vroege bloei is de boswilg een geliefde bijenplant.


Vermenigvuldiging

De meeste soorten wilg zijn gemakkelijk te vermenigvuldigen door middel van stekken. Bij de boswilg is hiervoor echter wel een speciale aanpak nodig. De boswilg stekt namelijk alleen met behulp van stekpoeder op de net iets uitgelopen knopjes (die anders de nieuwe eenjarige scheuten zouden vormen).

De boswilg kun je ook vermeerderen door het zaad te oogsten en in wat natte grond te laten kiemen. Zaad van de wilg is meestal maar zo'n 24 tot 36 uur kiemkrachtig, maar als het (nog) kiemkrachtig is dan kun je (op natte grond) al in een paar uur de kiemplantjes zien. Vermeerdering met zaad heeft natuurlijk als nadeel dat je niet direct weet welke planten de mannelijke of de vrouwelijke planten zijn.



Verwijzingen en bronnen