Bruidsvlucht: verschil tussen versies

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Regel 2: Regel 2:
  
  
Voorafgaand aan de bruidsvlucht (i.c. vanaf drie dagen nadat ze uit haar dop is gelopen) voert de jonge koningin een aantal [[oriënteringvluchten]] uit, zodat ze de weg naar het volk ook weer goed weet terug te vinden. Wellicht verkent ze gedurende die oriënteringvluchten ook alvast de route naar de darrenverzamelplaatsen. Ze zal dan nog niet door darren worden "lastig" gevallen omdat ze dan nog niet bronstig is en dan nog niet de juiste feromonen afgeeft.
+
Voorafgaand aan de bruidsvlucht (i.c. vanaf drie dagen nadat ze uit haar dop is gelopen) voert de jonge koningin een aantal [[oriënteringvluchten]] uit, zodat ze de weg naar het volk ook weer goed weet terug te vinden. Wellicht verkent ze gedurende die oriënteringvluchten ook alvast de route naar de darrenverzamelplaatsen. Ze zal dan nog niet door darren worden "lastig" gevallen omdat ze dan nog niet bronstig is en dan nog niet de juiste [[feromonen]] afgeeft.
  
 
Terwijl de jonge koningin op bruidsvlucht is gaan de achtergebleven werkbijen vaak [[stertselen]] bij de vliegopening. Op die manier wapperen ze met hun vleugels geuren uit hun geurklier (de Nassanovklier) de lucht in zodat de jonge koningin haar weg nog gemakkelijker weer terug vindt.
 
Terwijl de jonge koningin op bruidsvlucht is gaan de achtergebleven werkbijen vaak [[stertselen]] bij de vliegopening. Op die manier wapperen ze met hun vleugels geuren uit hun geurklier (de Nassanovklier) de lucht in zodat de jonge koningin haar weg nog gemakkelijker weer terug vindt.

Versie van 20 dec 2011 om 19:41

Een jonge koningin kan natuurlijk niet eerder bevruchte eitjes leggen dan dat ze daartoe ook sperma heeft. Hiervoor gaat ze zodra ze bronstig is (i.c. vanaf vijf dagen nadat ze uit haar dop is gelopen) een of meerdere keren op bruidsvlucht naar de darrenverzamelplaatsen om met een of meerdere darren te paren. Het kan ook voorkomen dat ze onderweg naar die darrenverzamelplaats al wordt bevrucht door darren die vanaf het bijenvolk met haar meevliegen. Dit is geen probleem als dit onverwante darren betreft die vanuit andere volken op "bezoek" zijn gekomen, maar anderszins probeert de jonge koningin deze meekomende darren af te schudden om inteelt te voorkomen.


Voorafgaand aan de bruidsvlucht (i.c. vanaf drie dagen nadat ze uit haar dop is gelopen) voert de jonge koningin een aantal oriënteringvluchten uit, zodat ze de weg naar het volk ook weer goed weet terug te vinden. Wellicht verkent ze gedurende die oriënteringvluchten ook alvast de route naar de darrenverzamelplaatsen. Ze zal dan nog niet door darren worden "lastig" gevallen omdat ze dan nog niet bronstig is en dan nog niet de juiste feromonen afgeeft.

Terwijl de jonge koningin op bruidsvlucht is gaan de achtergebleven werkbijen vaak stertselen bij de vliegopening. Op die manier wapperen ze met hun vleugels geuren uit hun geurklier (de Nassanovklier) de lucht in zodat de jonge koningin haar weg nog gemakkelijker weer terug vindt.

Voor moerloze volken is dat stertselen juist vaak een methode om te proberen om een koningin bij hen naar binnen te lokken (waarna het volk waar de jongen koningin vandaan kwam weer moerloos is).


De ideale omstandigheden voor een geslaagde bruidsvlucht zijn als volgt:

  • jonge koninginnen van 5 à 6 dagen oud,
    • een jonge koningin kan echter nog tot 3 weken na de geboorte op bruidsvlucht gaan (kleine kans dat het in die 3 weken altijd slecht weer is, maar het kan natuurlijk wel; opletten dus),
  • zonnige dagen met temperaturen boven de 18 graden en niet te veel wind (lager dan 18 kilometer per uur), en
  • de aanwezigheid van veel darren vanaf 12 dagen oud op darrenverzamelplaats(en) op korte afstand (naarmate die afstand toeneemt - en de koninginnen verder moeten vliegen - gaan er meer koninginnen verloren en nemen de koninginnen minder sperma op [1] ).


Bij een paring stulpt het geslachtsorgaan van de dar naar buiten waardoor deze direct het leven laat. Dit geslachtsorgaan blijft dan aan de koningin zitten (het bevruchtingsteken) en moet eerst door haar, of door een volgende dar worden verwijderd. Als dat niet lukt dan moet ze eerst weer naar het volk terug om zich door de werkbijen te laten helpen om het bevruchtingsteken te verwijderen. Hierna gaat ze zo nodig weer op weg naar een volgende paring.


Het zal duidelijk zijn dat het voor bijenverdelaars vrij lastig is om tot gecontroleerde paringen te komen waarbij zowel de afkomst van de koningin als die van de darren bekend is.


In onderstaand filmpje zie je eerst een geënsceneerde bruidsvlucht, en vervolgens een (door Hennie Kroese) gemaakte korte opname van een koningin met bevruchtingsteken die terugkomt bij het (in dit geval) bevruchtingsvolkje. <VideoFlv>/movies/Bruidsvlucht.flv</VideoFlv>

Paren en bevruchten op verschillende momenten

Paren en bevruchten vindt bij onze honingbij op verschillende momenten plaats. Bij de paringen slaat de koningin het sperma op in haar zaadblaas (spermatheca) waarin men wel van 28 verschillende darren zaad heeft gevonden. Op zich kan 1 dar voldoende sperma leveren voor het geheel vullen van de spermatheca. Blijkbaar werkt de koningin telkens een gedeelte naar buiten om uiteindelijk maar van zoveel mogelijk verschillende darren sperma te hebben.

Pas op het moment van het leggen van een eitje 'beslist' de koningin (op grond van de grootte van de betreffende broedcel) om het eitje wel (werksterbij) of niet (dar) te bevruchten.


Voetnoten

  1. Astrid Schoots. Darrenkometen als noorderlicht. Bijenhouden, november 2007. In dit artikel verwijst zij naar de bron: T.en D. Szabo, American Bee Journan, augustus 2007