Cancrinuskast

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Omschrijving

Deze door S.Cancrinus (overleden 1977) ontworpen kast won in 1929 een door de VBBN kast uitgeschreven prijsvraag voor een goedkope en doelmatige bijenkast (waarbij de raammaat die van de Simplexkast moest zijn). [1][2][3]

S.cancrinus won hiermee het bedrag van 25 gulden (terwijl zijn kast toendertijd voor 1 gulden te maken was).


De kast werd door de beoordelende commisie als volgt omschreven:

"Bodem en onderste broedkamer uit één stuk. Deze bak is aan de zijkanten enkelwandig; voor- en achterwand zijn dubbel. Er is een aan scharniertjes hangend vliegplankje, dat opgeklapt kan worden en dan in het vlak van den voorwand valt; alleen de wervel steekt ongeveer 1 cm uit. In een tweeden bak, die op den ondersten past, kunnen de honingraampjes gehangen worden. Door op de plankjes, waarop de bovenste raampjes rusten, 2 losse klampen te plaatsen, wordt de honingzolder tot broedkamerhoogte vergroot. In deze kast passen 9 broedraampjes en 9 honingzolderraampjes of nogmaals 9 broedraampjes. Het eenvoudige en lichte dak is met zink bedekt. Er is een separator en een reisraam bijgevoegd".[2]


Dit boekje van S.Cancrinus is ook in het Maandschrift voor bijenteelt beschreven [4]

Commissielid R.S.Frankenhuis blijkt ook later (1934) nog steeds enthousiast over deze kast:

"Na verscheidene jaren van onderbreking ben ik dezen zomer, met twee collega's met de bijen weer naar de heide geweest. En hierbij is mij gebleken dat de Cancrinuskast veel voordeelen heeft bij mijn andere V.S. kasten, welke mij overigens ook best bevallen. Doch de Cancrinus wint het in het vlugge reisklaar maken en gemakkelijker transport. Ik kan ze dan ook een ieder aanbevelen; alleen behooren ze in het gure jaargetijde, bv. van 1 Nov. tot 1 Mei, onder dak te staan. Staan ze onafgedekt buiten, gedurende den winter, dan heeft men bij de voorjaarsinspectie veel verschimmelde raten. [5]


Eveneens in 1934 beschrijft S.Cancrinus in 4 artikelen in achtereenvolgende edities van het 'Maandschrift voor bijenteelt' de bedrijfsmethode waarmee men met deze kasten heideraathoning kan winnen. Hij beschrijft eveneens dat hij (inmiddels?) de raammaat van het broedraam van de Simplexkast te groot vind (waardoor daar teveel honing terecht komt) en dat hij ook liever één raammaat voor zowel broed- als honingkamer heeft:

"Uitgaande van de totaal hoogtemaat van een Simplex-broedraam en een honigraam, tezamen 32 cm, hebben we de maat voor ons raam de helft daarvan gekozen. ... In den beginne waren we een beetje huiverig hiertoe over te gaan. Men leest van wintervoorraad, doodhongeren op te kleine ramen enz. Dus durfden we de ramen niet korter te maken. Wel hebben we negen, inplaats tien ramen in de versmalde broedbak. De practijk heeft ons geleerd, dat de volken uitmuntend overwinteren op zeven van onze ramen met binnenwerksche afmeting van 16x35 cm. ... Alles tezamen kan onze broedbak zoo ongeveer 15 pond honig minder dan de Simplex bevatten. Er bestaat kans, dat deze boven terecht komt, daar waar wij ze wenschten. In de honigbak gebruiken we dus ramen van dezelfde afmeting. Dit geeft een groot voordeel. Men heeft nu een machtig middel de bijen eerder naar boven te krijgen, door een raam met broed met een ledig honigraam te verwisselen. Dit leege honigraam komt heelemaal aan de kant te hangen. Na een week herstelt men de oude toestand.


Datering

1929 - 1940


Voetnoten

  1. Joh.A. Joustra. "Officieele mededeelingen", Maandschrift bijenteelt, januari 1929
  2. 2,0 2,1 A.Minderhoud, G. v. D. Brink. Verslag der Commissie; belast met de beoordeeling der woningen, Maandschrift bijenteelt, november 1929
  3. Joh.A.Joustra. "Officieele mededeelingen", Kort verslag van de Hoofdbestuursvergadering op 19 Augustus 1929, Maandschrift bijenteelt, september 1929
  4. Redactie. Boekbespreking, Maandschrift voor bijenteelt, februari 1936.
  5. R.S.Frankenhuis. Practische ervaringenn. Maandschrift bijenteelt, december 1934


Navigatie