Ein Waben Kästchen

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Een 1/3 Duits-Normaal-EWK bovenop de geopende isolatiekast van foto hieronder.
Buitenopstelling van een door Hennie Kroese bedachte isolatiekast waar tegelijkertijd 3 EWK's in kunnen.

Omschrijving

Het Ein Waben Kästchen (in de Lage Landen meestal EWK genoemd) is in de jaren 40 in Duitsland ontstaan, en is een bevruchtingskastje met slechts één raatje. De EWK's zijn verplicht op bepaalde bevruchtingsstations (zoals Kreverhille of de stations op de Duitse waddeneilanden). Er bestaan zowel houten als plasticen EWK's.


Omdat het kastje aan beide zijden een glasplaatje heeft kan men de vorderingen van het volkje eenvoudig volgen. Het vlieggat aan de voorzijde is afgedekt met een draaibaar rond plaatje met twee vliegopeningen waarvan één (alleen) de koningin de weg verspert.


Er bestaan 3 soorten EWK's:

  • het halve-Zandermaat-EWK,
  • het 1/3 Duits-Normaal-EWK, en
  • het kleine EWK (ook wel halve EWK genoemd).


Het 1/3 Duits-Normaal-EWK is indertijd zo ontwikkeld dat er precies 3 EWK-toplatjes in een raam van de Duits-Normaal raammaat passen. Voor de kleine EWK geldt hetzelfde voor 6 raatjes. Hierdoor hoeft het broed uit de bevruchtingskastjes aan het eind van het koninginnenteeltseizoen niet te worden weggegooid.

In de praktijk heb je echter per EWK maar met weinig broed, en veel meer met al uitgelopen bijen te maken. Die bijen kun je dan beter gebruiken voor een verzamelzwerm. Het raampje broed geef je (net als bij de darrenraatmethode) gewoon aan de (kriel)kippen[1] of smelt je in de zonnewassmelter).

Het toplatje wordt daarom in het algemeen niet meer gebruikt. De voorbouw kan ook zonder latje in het kastje worden aangebracht. Het EWK heeft een bovenverdiepinkje voor voer over de hele lengte met uitzondering van een klein gedeelte waarin een moerroostertje is aangebracht om te voorkomen dat de moer in dat gedeelte terecht komt. Ook dit voergedeelte is aan de bovenkant met een glasplaatsje afgedicht.


Ten gunste van de warmtehuishouding worden er meestal meerdere EWK's samen in een beschermkastje worden ondergebracht ((met ieder natuurlijk wel een eigen vliegopening).


Het 1/3 Duits-Normaal-EWK dient met 100 - 120 gram[2] (= 250 cc = een flinke soeplepel vol) jonge bijen te worden gevuld. Een half uurtje na het vullen van het kastje zou het tot "rust" gekomen bijentrosje ongeveer de helft van het kastje moeten vullen[3].

De kleine EWK's zijn alleen geschikt voor thuisgebruik. Je heb er minder bijen voor nodig (125 cc), maar op de bevruchtingsstations worden ze niet geaccepteerd.


Een inmiddels bevruchte koningin kan niet al te lang in een EWK blijven. Na korte tijd kan ze haar eitjes niet meer kwijt, en raakt dan van de leg.


Datering

Vanaf de jaren veertig van de vorige eeuw tot en met heden.


Voorkomen

In de Lage Landen en Duitsland.


Navigatie


Voetnoten

  1. In dat geval is het aan te bevelen om het raatje eerst in de vriezer te doen om de varroa te doden, want soms komen er ook bijen langs om restanten honing op te likken.
  2. Dus geen 100 - 120 cc zoals abusievelijk vermeld in: Jan Trip, Ton Thissen. Het Einwabenkästchen (EWK). Bijen mei 2005
  3. Friedrich-Karl Tiesler, Eva Englert. Aufzucht, Paarung und Verwertung von Königinnen. September, 1989.