Feeka-kast

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Acht Feeka-kasten met de daken in reisstand en bij vieren op een onderstel. Links de fabrikant E. G. Engelen. (Foto Feeka)
Evenals het reisraam is de voederinrichting van de Feeka-kast in de (hier tegen de kast staande) dakring gemonteerd. In gebruik zijnde is hij afgedekt met een metalen rooster; de bijen kunnen de voederruimte door een afsluitbare spleet binnenkomen. (Foto Feeka)
De Feeka vliegspleet in gesloten stand. De vliegplank is ingeschoven, de luifel neergeklapt.
Bij geopende vliegspleet rust de luifel op de sluitingspen; de vliegplank is uitgetrokken.
De aan de achterzijde neerklapbare bodem van de Feeka-kast.

Omschrijving

(Overgenomen uit het boek 'Bijen en bijenhouden' van J.G. de Roever, blz. 222 - 245):

De Feeka-kasten hebben voor het reizen al een bijzonder handige inrichting. Het gaasvenster bevindt zich daarbij namelijk in de zo geheten dakring naast de voederinrichting en blijft als deze voortdurend gebruiksklaar op het volk staan.

Ook het dak hoeft niet afzonderlijk vervoerd te worden en omdat juist de daken meestal onhandige en kwetsbare stukken zijn, moet ook dat als een niet te onderschatten voordeel beschouwd worden.

Belangrijker bij deze inrichting is echter, dat het reis vaardig maken van deze kasten op uiterst simpele wijze geschiedt: het wegnemen van een losse wand der dakring en het draaien van het dak is alles.

Op de reisstand aangekomen, wordt het plankje weer ingezet en het dak in zijn vorige positie gebracht.

Is het reisvaardig maken met een gewoon reisraam dus een vrij omslachtig werk, waarbij rook of carbol en bij voorkeur een goede weersgesteldheid en een gunstig uur nodig zijn, bij de Feeka-inrichting kan er geen bij ontsnappen en het reisvaardig maken kan in luttele minuten en desnoods's nachts gebeuren.


De Feeka-voederinrichting is weer op het „zichtbare systeem" ingesteld; deze ingenieuze vinding, die evenals de Perfect gepatenteerd werd, blijft op het volk gebruiksklaar staan, wat een enorm voordeel betekent. Het enige bezwaar er tegen is, dat langzaam opnemen van de stroop, wanneer wel een grote hoeveelheid tegelijkertijd gegeven wordt, niet mogelijk is.

Langzame voedering eist dus een dagelijks bezoek aan de stand met dagelijkse arbeid.

Inderdaad,al hebben dan maar zeer weinige voedertoestellen de kwaliteiten van een Feeka-inrichting, in feite is het uitdenken van een apparaat, waarmee de immen in onze kasten met bovenbehandeling te voeren zijn, een hoogst eenvoudige zaak.


De eigenaardige constructie van de vliegplank sluit inwateren en bijen-lekken volkomen uit, maar onverlaten kunnen de kast evenmin met de klomp dichtklappen.


Van achteren kan de bodemplank neergeklapt worden.


Roever was zijn tijd ver vooruit, en misschien heeft Johan Cruif zelfs zijn boek gelezen want schrijft Roever "Zijn er dan helemaal geen bezwaren? Natuurlijk wel want met elk voordeel wordt immers maar al te dikwijls weer een nadeel binnengesmokkeld. Het dak , overigens zeer stevig, zal in afgenomen toestand zeer kwetsbaar blijven.


Feeka heeft ook nog andere "innovatie" voor zijn/haar rekening genomen, nl een vliegopening bij de Lenstarokast.


In de expositieruimte van het Bijenhuis aan de Grintweg te Wageningen is een exemplaar aanwezig van de Feeka-kast.


Datering

jaren 1940 - 1950


Voorkomen

Alleen in Nederland


Navigatie