Gewone paardenbloem

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

(Taraxacum officinale)

De bijtjes komen helemaal onder de geeloranje stuifmeel thuis. Zelfs de raten zijn dan geheel gekleurd.

Omschrijving en kenmerken

Van de paardenbloem werden voorheen binnen de Lage Landen enkele honderden microsoorten onderscheiden. Dat paardenbloemen zichzelf kunnen[1] klonen speelt hierin een rol, en aan de andere kant is er ook sprake van veel onderlinge kruisingen. Uiteindelijk is het onderscheid tussen al die microsoorten niet praktisch houdbaar gebleken. Het totaal van al deze microsoorten wordt inmiddels samen aangeduid als de gewone paardenbloem.


De paardenbloem komt van oorsprong voor in Afrika, Azië en Europa, maar is door toedoen van de mens ook op veel andere plaatsen terecht gekomen.


De paardenbloem is voor vele soorten insecten van belang, waaronder onze honingbij. Boeren zijn vanwege de rozetvormige bladen echter minder van de paardenbloem gecharmeerd, en willen ze het liefst niet in hun land. Dit levert wel eens spuitschade aan de bijen op. Voor een optimale bloei mag niet voor eind april-mie worden gemaaid.


Taraxacum is oudgrieks voor 'medicijn tegen darmstoornis', en de paardenbloem kent in de kruidengeneeskunde ook nog verschillende andere toepassingen.


  • Bloeiperiode: maart - mei, en nog eens september - november
  • Grootte: 10 - 50 centimeter
  • bevlieging door honingbijen: (np)5
  • Honing:
    • Geur: pittig aroma (ook wel "zweetvoeten" genoemd),
    • Smaak: duidelijke smaak,
    • kleur: goudgeel met snelle kristallisatie.



Pollen informatie

Pollen van de paardebloem. Zoals je ziet kunnen de afmetingen flink verschillen.
  • apertuurtype  : fenestraat
  • Afmeting  : 28 x 34 mμ
  • Kleur  : Oranje geel
  • Pollen %  : geen criteria vastgesteld


Verwijzingen en bronnen


Voetnoten

  1. Het vruchtbeginsel van de paardenbloem kán ook zonder bevruchting uitgroeien tot een zaad.