Goudenregen

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Goudenregen-boom.jpg
Bloemen, en peulen van het vorige jaar.

(Latijnse naam: Laburnum)

Omschrijving en kenmerken

De goudenregen dankt zijn nederlandstalige naam aan de lange hangende gele bloemtrossen. Het Latijnse woord Laburnum is de wisselvorm (anagram) van het Latijnse woord alburnum, hetgeen rotting betekent en verwijst naar de problemen die kunnen ontstaan bij het snoeien van de boom.

Er bestaan twee verschillende soorten goudenregen, te weten Laburnum alpinum (Alpengoudenregen), en Laburnum anagyroides ("gewone" Goudenregen). De hybride van deze twee heet Laburnum × wateri die de langere bloemtrossen van de gewone goudenregen combineert met de bloemdichtheid van de alpengoudenregen. Alleen de bloemen van de alpengoudenregen geuren, de andere zijn geurloos.

De hele gouden regen is giftig, en vooral de peulen. Om die reden wordt de goudenregen inmiddels veel minder in het openbare plantsoen aangeplant dan voorheen.

De boom heeft een gladde schors die eerst groen is, maar later groenachtig bruin wordt.

Het hout van de gouden regen is bijzonder hard en bijna zwart. Het wordt wel eens gebruikt voor fijn meubelhoutwerk, en ook worden er vroeger wel blaasintrumenten (zoals bijvoorbeeld een fluit) van gemaakt. Hedendaags gebruikt men daarvoor inmiddels liever weer andere houtsoorten.


  • Goudenregen (Laburnum anagyroides):
    • Bloeiperiode: mei - juni
    • Grootte: tot 8 meter hoog
    • Bevlieging door honingbijen: (np)1
    • Kleur stuifmeel: bruinachtig geel (zie filmpje).


Filmpje

Opnamen van 28 april 2011 en 17 mei 2011 te Apeldoorn. Betreft waarschijnlijk een gewone goudenregen.

Verwijzingen en bronnen