Gravenhorster boogkorf

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Omschrijving:

Gravenhorster boogkorf
Gravenhorsterwagen
6 raams Gravenhorster
In de korf werden D-vormige raampjes geplaatst, afhankelijk van de soort korf kan dat variëren tussen de 9- en 20 ramen.

De boogkorf, een langwerpige korf met een boogvormige bovenkant, is een mobielkorf: een tussenvorm tussen de oude, ronde strokorf en de moderne bijenkast.

De Gravenhorster boogkorf werd in 1866 ontwikkeld door Christoph Johann Heinrich Gravenhorst, de zoon van de familie H. Gravenhorst van 'Grosz-Imkerei-Esbeck'.

C.J.H.Gravenhorst was toen op de hoogte van de verrichtingen met losse ramen door Dzierzon, Berlepsch en Langstroth, maar wilde vanwege de lagere kosten stro blijven gebruiken.

Aldus combineert de Gravenhorster boogkorf als een van de eerste korven het goedkope materiaal van stro met de voordelen van losse bouw. "Losse bouw" betekend dat de imker uitneembare raampjes kon aanbrengen. De raten behoefden niet meer te worden uitgebroken, zoals dat bij een vaste bouw tot dan gebruikelijk was. In de praktijk is een korf op den duur echter niet vormvast, waarmee de bijenafstand verdwijnt en de ramen vastgekit of vastgebouwd worden. Vlieggaten kunnen zowel op de kopse kant als op de lange zijde zijn aangebracht.

De boogkorven werden van stro gevlochten en zijn er in velerlei maten en voor iedere maat heb je een mal nodig; een mal voor de korf zelf en een mal voor de bijpassende ramen.


Datering:

vanaf 1866


Voorkomen:

Duitsland Lunenborgerheide (heet dan: Gravenhorster Bogenstülper) en als liefhebbers in Gelderland.


In het korfvlechtcentrum van Gerrit Oudendorp in Speuld, Garderenseweg 126, 3852NV, Speuld (Ermelo), 0577-407317 zijn zeer veel gebruikte korven te bewonderen. Men geeft hier ook cursussen in het korfvlechten. Informeer maar eens!

De ramen worden bovenin op hun plaats gehouden door een strip waar de raampjes in geduwd klemvast komen te zitten
Hier zien we 2 manieren om de ramen onderin de korf op de juiste afstand van elkaar te houden. De oudere ramen worden onderin via eigen breedte op de juiste afstand gehouden, met de jongere (lichtere) ramen gebeurt dat middels een spijker eerst door het raam en dan door de korf
Deze afbeelding komt uit het maandblad van de VBBN[1] waar ook een beschrijving van de diverse onderdelen, aanwijzingen voor zelfbouw, en van de bijbehorende imkermethode, is te vinden
De boogkorven van resp. 12 en 16 boogjes kan men door middel van een afscheidplank, voorzien van een koninginnerooster, in broed- en honingkamer splitsen. [2]

Voetnoten

  1. "Bijenteelt in Beeld en Woord", Maandschrift Bijenteelt, juni 1915.
  2. H.A.Beil. De Gravenhorstsche Boogkorf (II). Maandschrift Bijenteelt, december 1926


Navigatie