Gustav Dathe

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Gustav Dathe
Een tekening van een raam uit een Dathekast. De oren van de onderste lat helpen bij het handhaven van de juiste afstand tussen zijlatten en kastwand.

Gustav Dathe (1813 -1880) werd geboren in Königshofen bei Eisenach (Duitsland). Hij was naast imker vooral leraar, maar vanwege een halsaandoening (waardoor hij niet goed meer kon spreken) moest hij daarmee stoppen.

Hij stortte zich vervolgens geheel op de imkerij en sloot zich aan bij von Berlepsch en Gerstung, die in Weimar (Thüringen) een geheel eigen visie op het imkeren ontwikkelden. Net als dezen kan ook Gustav Dathe als een van de pioniers van de Duitse imkerij worden beschouwd. Hij ontwierp verschillende zaken waarvan sommige tot op de dag van vandaag nog worden gebruikt:

  • Voortbouwend op de ideeën van von Berlepsch ontwikkelde ook Dathe een eigen kast:
  • Ook de bekende Dathepijp is van hem afkomstig. Deze pijp kan ook goed door niet-rokers worden gebruikt (omdat de rook alleen kan worden weggeblazen, niet ingezogen), en maakt het mogelijk om gericht te beroken terwijl beide handen nog vrij zijn.

Als voormalig leraar die niet meer goed kon spreken leefde hij zijn leraarschap uit door het schrijven van verschillend bijenteelt-leerboeken: "Anleiting zum Italisieren" (over het imkeren met Ligustica's en "Lehrbuch der Bienenzucht" (1870). Vooral de laatste werd een bestseller die meerdere edities heeft gekend.

Voetnoten

  1. Dat gold later ook voor de halve Datheramen (dat wil zeggen de helft van de hoogte) die als honingramen werden gebruikt in de later ontwikkelde achterbehandelingskast waarin - op basis van de Dathekast - het honinggedeelte boven het broedgedeelte was geplaatst. Dit worden Drei- of zelfs Vieretager genoemd. In het broedgedeelte (ter hoogte van twee etagen) werd dan vaak wel het hele raam van Dathe gehandhaafd. Er kan ook sprake zijn van twee halve ramen in een Zweietager.