Het opslaan van bijenraat

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Gedurende het bijenseizoen houdt de bijenhouder menigmaal ramen met al uitgebouwde raat over. Dit is onder andere het gevolg van:


Opslag van natte ramen in een goed afgesloten en droge ruime. Zo - met die ruimte tussen de ramen - zou je ook droge ramen kunnen opslaan zonder dat die ruimte goed afgesloten hoeft te zijn.
Opslag van natte ramen in een goed afgesloten niet meer werkende dieprieskist. Ijsazijn in een potje, met een doekje om het verdampen van de ijsazijn te bevorderen.

Uit een volk genomen oude donkere raten worden zondermeer gesmolten, maar voerramen en niet - of nauwelijks - bebroede ramen (herkenbaar aan hun nog lichte kleur) kun je bewaren en hergebruiken.

Het kost onze honingbij veel energie om raten uit te bouwen, en hergebruik van reeds uitgebouwde ramen scheelt het ontvangende bijenvolk dus ook veel energie die daardoor niet ten koste gaat van de honingvoorraad en bovendien sneller aan het volk de benodigde ruimte geeft (voor de koningin om eitjes in te leggen, of voor het volk om de nieuwe honing in op te slaan).

Bovendien spaart hergebruik van uitgebouwde ramen ook het gebruik van het kostbare kunstraat uit.


Bij de opslag van ramen moet je onderscheid maken tussen de opslag van voerramen, geslingerde (maar nog natte) ramen en droge (wellicht door de bijen leeg gelikte ) ramen:

  • De opslag van voerramen.
    • Bij de opslag van voerramen is vooral van belang dat de bijen ze niet kunnen vinden, want anders ontstaat er roverij. Bij het uit een volk nemen van voerramen werk je heel voorzichtig om de afsluitende wasdekseltjes ongeschonden te laten. Zonder die wasdekseltjes kan er vocht bij het voer komen en kan deze gaan gisten. Om dat te voorkomen is ook opslag in een droge omgeving aan te bevelen. Bij opslag in een werkende vrieskist wordt ook de vorming van het voor bijen giftige Hydroxymethylfurfural (HMF) vertraagd.
    • Waarschijnlijk is voor menigeen de opslag in een luchtdicht afgesloten bijenkast het meest voor de hand liggend. Bijvoorbeeld met behulp van een stuk plastic folie, zowel onder als boven het kastdeel met de voerramen.
  • De opslag van honingnatte ramen na het slingeren.
    • Hierbij moet je de volgende maatregelen nemen:
      • net als bij voerramen tegen rovende bijen
      • net als bij gekwetste voerramen tegen het gaan gisten[1].
      • tegen de wasmot (dit risico is niet zo groot want de wasmot legt geen eitjes in natte ramen, en zal voorafgaand aan het slingeren ook haast geen kans hebben gehad om bovenin de honingkamer te komen. Maar als er ergens op de raat na het slingeren toch een droog plekkie blijkt te zijn, en de imker let niet op ...)
    • Waarschijnlijk is voor menigeen de opslag in een luchtdicht afgesloten bijenkast het meest voor de hand liggend. Bijvoorbeeld met behulp van een stuk plastic folie, zowel onder als boven het kastdeel met de honingnatte ramen. Tussen slingeren en opslag de wasmot gewoon geen gelegenheid geven.
  • De opslag van droge ramen.
    • Hierbij moet je de volgende maatregelen nemen:
      • tegen verschimmeling: dit doe je door opslag op een tochtige en/of droge plek (bijvoorbeeld in een toren van kastdelen met aan de onder en bovenkant gaas).
      • tegen de wasmot.


Als je de bewaarde honingnatte of droge ramen voordat je ze aan volk geeft even bespuit met lauw water of een lichte concentratie lauw suikerwater (overdaad aan (suiker-)water er weer een beetje uitschudden), dan bevordert dit het hergebruik.


Ramen met eveneens wat stuifmeel zijn aantrekkelijk voor muizen. In dat geval moet je dus ook maatregelen tegen muizen nemen.


Voetnoten

  1. Honing is antibacterieel, maar ook hydroscopisch (wateraantrekkend). Naarmate de honing meer water bevat neemt de antibacteriële werking er juist van af, zodat op een bepaald moment de "honing" toch gaat gisten.