Honing: verschil tussen versies

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Regel 2: Regel 2:
 
'''Honing''' bestaat vooral uit [[nectar]] of [[honingdauw]]. [[Apis Mellifera|Onze honingbij]] dikt deze waterachtige grondstoffen in en voegt er [[enzymen|bepaalde enzymen]] aan toe. Vooral die enzymen maken die grondstoffen tot honing.
 
'''Honing''' bestaat vooral uit [[nectar]] of [[honingdauw]]. [[Apis Mellifera|Onze honingbij]] dikt deze waterachtige grondstoffen in en voegt er [[enzymen|bepaalde enzymen]] aan toe. Vooral die enzymen maken die grondstoffen tot honing.
  
De bijen zuigen de nectar of honingdauw vanaf planten op naar hun honingmaag en voegen er daar direct al de eerste enzymen aan toe. Na thuiskomst wordt de nectar via de monddelen aan de huisbijen afgegeven. De verrijking met enzymen vindt vooral in de monddelen van die huisbijen plaats. Daarom is het van belang dat de nectar meermalen de monddelen passeert. Dat gebeurt massaal tijdens het indampen van de nectar. Middels ventilatie wordt het ingedikt tot een vochtgehalte van circa 19% (pas dan wordt de honing [[verzegelen|verzegeld]]).
+
De bijen zuigen de nectar of honingdauw vanaf planten op naar hun honingmaag en voegen er daar direct al de eerste enzymen aan toe. Na thuiskomst wordt de nectar via de monddelen aan de huisbijen afgegeven. De verrijking met enzymen vindt vooral plaats vanuit de kopklieren van de bij. Daarom is het van belang dat de nectar meermalen door de bijen wordt "overgenomen" waardoor er een hoger enzymgehalte in de honing bereikt zal worden. Het "overgeven" gebeurt massaal tijdens het indampen van de nectar.  
 +
Middels ventilatie wordt het ingedikt tot een vochtgehalte van circa 19% (pas dan wordt de honing [[verzegelen|verzegeld]]).
  
De bijen zorgen voor die ventilatie door met hun vleugels de lucht weg te wapperen. Dit wegwapperen kun je tot op de vliegplank waarnemen en is wat anders dan [[stertselen]].
+
De bijen zorgen voor die ventilatie door met hun vleugels de lucht weg te wapperen. Dit wegwapperen van de vrijgekomen waterdamp kun je tot op de vliegplank waarnemen en is wat anders dan [[stertselen]].
  
 
Tijdens dit proces wijzigt de zuurgraad. Bij de rijping van honing wordt de sacharose uit de nectar grotendeels in glucose en fructose omgezet. Bij het indampen worden de sappen zuurder, en tegelijk zoeter, wat het bederf tegengaat.
 
Tijdens dit proces wijzigt de zuurgraad. Bij de rijping van honing wordt de sacharose uit de nectar grotendeels in glucose en fructose omgezet. Bij het indampen worden de sappen zuurder, en tegelijk zoeter, wat het bederf tegengaat.

Versie van 7 nov 2010 om 15:41

Honing een ideeal broodbeleg, maar ook voor gerechten zoals gebak, ijs, vlees-, vis-, en wildgerechten zorgt honing voor dat extra wat honing nu eenmaal is. foto: gbwv

Honing bestaat vooral uit nectar of honingdauw. Onze honingbij dikt deze waterachtige grondstoffen in en voegt er bepaalde enzymen aan toe. Vooral die enzymen maken die grondstoffen tot honing.

De bijen zuigen de nectar of honingdauw vanaf planten op naar hun honingmaag en voegen er daar direct al de eerste enzymen aan toe. Na thuiskomst wordt de nectar via de monddelen aan de huisbijen afgegeven. De verrijking met enzymen vindt vooral plaats vanuit de kopklieren van de bij. Daarom is het van belang dat de nectar meermalen door de bijen wordt "overgenomen" waardoor er een hoger enzymgehalte in de honing bereikt zal worden. Het "overgeven" gebeurt massaal tijdens het indampen van de nectar. Middels ventilatie wordt het ingedikt tot een vochtgehalte van circa 19% (pas dan wordt de honing verzegeld).

De bijen zorgen voor die ventilatie door met hun vleugels de lucht weg te wapperen. Dit wegwapperen van de vrijgekomen waterdamp kun je tot op de vliegplank waarnemen en is wat anders dan stertselen.

Tijdens dit proces wijzigt de zuurgraad. Bij de rijping van honing wordt de sacharose uit de nectar grotendeels in glucose en fructose omgezet. Bij het indampen worden de sappen zuurder, en tegelijk zoeter, wat het bederf tegengaat.

Het resultaat wordt in de raatcellen opgeslagen die boven en achter het broed zitten.

De kleur en de smaak van honing wordt grotendeels bepaald door de oorsprong van de nectar (honing van bijvoorbeeld de paardenbloem smaakt echt anders dan die van bijvoorbeeld de linde). Door analyse van stuifmeelkorrels in de honing kan worden achterhaald welke plant(en) de bron van de honing is (zijn) geweest. Als honing voor minstens een bepaald percentage afkomstig is van dezelfde soort plant dan mag de honing daar naar worden vernoemd (voor bijvoorbeeld klaverhoning is dat minimum 45%, maar voor lindehoning en acaciahoning geldt een minimum van 20%). Over het algemeen is donkerder honing sterker van smaak.

Honing van honingdauw noemt men honingdauw- of bladhoning.


Volgens het Warenwetbesluit honing[1] is honing: De natuurlijke zoete stof, bereid uit bloemennectar of uit afscheidingsproducten van levende plantendelen of uitscheidingsproducten van plantenzuigende insecten op de levende plantendelen, welke grondstoffen door de bijensoort Apis mellifera worden vergaard, verwerkt door vermenging met eigen specifieke stoffen, gedehydreerd en in de honingraten opgeslagen en achtergelaten om te rijpen.

Volgens hetzelfde 'Warenwetbesluit honing' kan op het etiket van een honingprodukt een van de volgende aanduidingen worden gebezigd:


Verwante onderwerpen:


Voetnoten

  1. Het 'Warenwetbesluit honing' uit 2003 is hier te downloaden