Jagen

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Een korfimker uit vroeger jaren, bezig een volk af te jagen in een jaagkorf.
Bart de Coo jagend met stokken in juni 2011.

Jagen (ook wel afjagen of afkloppen) is een techniek uit de korfimkerij waarbij de bijen van de ene (eigen) korf naar een andere (nieuwe) korf worden gejaagd (geklopt). Dit kan om verschillende redenen gebeuren:

  • de eigen korf wordt geslacht om de honing te oogsten,
  • de raten in de eigen korf zijn inmiddels zo oud dat ze aan vervanging toe zijn, en
  • voor het het maken van een kunstzwerm, te weten de jager. Dit gebeurt zodra er sprake is van moerdoppen, stompe (onderkant van de) raten, en veel bijen.


Het jagen doe je 's ochtends vroeg[1], zodat er zo min mogelijk sprake is van uit de raat vallende natte nectar, en je doet het als volgt:

  1. De korf met het volk wordt op de kop gezet en er wordt met krammen een jaagkorf op vast gezet.
  2. Door de korf (zo'n 90 maal per minuut) te bekloppen en er rook in te blazen kruipen de bijen naar boven de jaagkorf in[2]. Het kloppen gebeurt:
    1. aan de kant van het vlieggat en daar precies tegenover ((anders loop je kans op het beschadigen van de raat),
    2. van beneden naar boven tot aan de jaagkorf (die dus niet wordt beklopt),
    3. eerst 2 tot 3 minuten, waarna er even een pauze wordt genomen waarin de bijen honing zullen opnemen en tot rust zullen komen, waarna er nog zo'n 10 tot 15 minuten wordt geklopt.
  3. De boel wordt omgedraaid (zodat de jaagkorf onder komt). Om ook nog de laatste bijen in de jaagkorf te krijgen:
    1. wordt nog een paar keer op de grond gebotst, en
    2. wordt nog een paar keer tegen de wanden van de bovenste korf geklopt.
  4. De jaagkorf wordt los gemaakt en er wordt gecontroleerd of ook de koningin in de jaag korf zit[3] (zo nee, dan de korven weer aan elkaar bevestigen en nog even verder 'jagen')


In onderstaand historisch filmpje[4] wordt het jagen getoond.

(Deze film heeft geen geluid)


De vervolgacties hangen af van de doelstelling van het jagen:

  • Als het jagen is gebeurt om een jager (kunstzwerm) te maken
    • dan wordt de jager (de bijen met hun koningin in een nieuwe korf) op een nieuwe plek geplaatst. De haalbijen zullen daarna afvliegen. De jager lijkt dus veel op een broedloze veger en moet in het begin worden gevoerd.
    • De oude korf blijft dan op de oude plaats, ontvangt alle haalbijen en zal middels redcellen een nieuwe koningin maken (door het kloppen en het botsen zullen de aanstaande koninginnen in de bestaande moerdoppen niet meer levensvatbaar zijn).
  • Als het jagen is gebeurt voor de honingoogst of wegens raatvernieuwing
    • dan komt het gehele afgejaagde volk in de nieuwe korf uiteraard gewoon weer op de oude plek te staan. Ook dan dient er te worden gevoerd.


De korfimker gebruikt bij het jagen in plaats van de jaagkorf niet direct al de nieuwe korf:

  • omdat de nieuwe korf niet zo breed als een jaagkorf is
    • en daarom niet zo goed op de oude korf vast gekramd kan worden,
    • en daarom minder geschikt is om de koningin in te vinden
  • omdat de nieuwe korf ook al gespijld zal zijn wat het eveneens lastiger maakt om de koningin te vinden.


Een munt uit de verzameling van Piet Vanmarsenlle waarop sprake is van trommelen in plaats van kloppen.

Voetnoten

  1. J.J.Speelziek. Korfimkerij, vroeger en nu. Teuge, 1995.
  2. Om je rug te sparen kun je ook met stokken op de jaagkorf trommelen in plaats van met de handen op de onderste korf. Een succesvolle procedure gaat dan als volgt: af te jagen korf bijendicht onder een wijde jaagkorf plaatsen, beetje rook in het vlieggat van de af te jagen korf, twee minuten trommelen met stokken op de jaagkorf, roken & wachten, zes minuten trommelen, roken en wachten, twee minuten trommelen. Een jager werd daarom in verschillende delen van het land ook wel een trommelzwerm genoemd.
  3. Het aanwezig zijn van de koningin kan op verschillende worden geconstateerd: 1) je ziet de koningin, of 2) het volk bovenin de jaagkorf gedraagt zich rustig, of 3) er worden (witte) eitjes aangetroffen op een (zwarte) doek onder de jager.
  4. Betreft een scene uit de geluidloze film 'Bijenwereld in 1927'.