Johann Blatt

Uit Imkerpedia
Versie door Albert Stoter (Overleg | bijdragen) op 16 sep 2011 om 21:00

(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken
Johann Blatt.

De mede-naamgever aan de Dadant-Blatt kast, oftewel de Zwitser Johann Blatt werd geboren op 28 januari 1815 te Rütschelen in het kanton Bern als jongste van zes kinderen. Zijn vader Hans Ulrich Blatt was kruidenier, schoenmaker en landbouwer.


Na afronding van zijn opleiding tot schoenmaker, verlaat Johann Blatt in 1833 op 18-jarige leeftijd het ouderlijk huis en gaat op 'Wanderschaft' (een leerling in een bepaald ambacht trekt dan rond van leermeester naar leermeester). Op die manier komt hij zowel in de leer bij schoenmakers in Zwitserland als in Frankrijk, en (per 1838) in Engeland. Na deze leertijd vestigt hij zich uiteindelijk in Londen waar hij huwt met Mary Anne Bright.


Als schoenmaker gaat het hem daar vervolgens zakelijk goed, maar persoonlijk slecht. In 1851 wordt zijn achtste kind een dochter (Alice) geboren, maar van de eerdere zeven kinderen leeft er op dat moment nog maar één. Alle andere kinderen zijn dan al gestorven aan mazelen, voorhoofdsholte- huid- en/of longontsteking. Als datzelfde jaar ook het zevende kind overlijdt besluit Johann Blatt om Londen, en het volgens hem ziekmakende nevelklimaat, te verlaten.

Mary Anne Blatt-Bright.

Hij vertrekt met kerst om zijn dochtertje op nieuwjaarsdag 1852 bij zijn zus in Rütschelen te logeren te geven. Hierna gaat hij weer terug naar Londen, maar alleen om aldaar zijn zaak te beëindigen en zijn vrouw op te halen.


Op 15 juni 1852 keert hij definitief in Zwitserland en vervolgens naar Rütschelen terug. Mede door zijn opgedane internationale kontakten in Frankrijk en vooral Londen legt hij zich als tussenhandelaar toe op import en export van etenswaren en gebruiksartikelen. Het grensstation in Basel gebruikt hij daarbij als distributiecentrum.


De zaken gaan goed, en in 1862 koopt hij een landbouwbedrijf in Rheinfelden (dichter bij Basel) omdat hij dan inmiddels genoeg heeft van van het heen en weer gereis. Aldaar komt hij in kontact met de leraar en bijenhouder Melchior Vogel, en aldus (pas omstreeks zijn 50e verjaardag) ook met de bijenteelt.

Melchior Vogel werkte toen reeds met brede ramen in kasten (in plaats van met bijenkorven), en Johann Blatt onderkende direct de grote voordelen van deze kasten. Hij bracht er verbeteringen in aan en maakte er veel reclame voor. Hierdoor werden deze kasten bekend als 'Blattstock' (en bij ons uiteindelijk als Dadant-Blatt), maar Johann vond dat aan Melchior Vogel de meeste eer toekwam en sprak zelf consequent van 'Breitwabenstock'.


Johann Blatt was kwa bijenhouden vooral een autodidact. Dit hield hem niet tegen om zijn zelf opgedane inzichten actief te verspreiden en hij richtte samen met anderen het tijdschrift «Schwiezer Bienen­zeitung» op.

In 1874 bouwt hij een groot bijenhuis voor ongeveer 300 volken, alle gehuisvest in een Dadant-Blatt. Dit bijenhuis was tevens een woonhuis en werd een bezienswaardigheid. Naar de mening van Johann hoorde de imker tussen zijn bijen te wonen. Dit heeft hijzelf echter nooit gedaan en in 1877 gaan al zijn volken aan vuilbroed ten gronde.

Johann Blatt sterft in 1884 te Rheinfelden.


Zijn kleinzoon Emil Roniger schrijft in 1950, op grond van de aantekeningen van zijn grootvader en de verhalen van zijn moeder (Alice), het boek "Johann Blatt, Leben und Wirken" (Johann Blatt, leven en werken)[1]. Emil heeft ook nog veel andere boeken geschreven, en is ook van plan geweest om nog een apart boek te schrijven over het werk van zijn grootvader als bijenteler. Dat boek is er helaas nooit gekomen.


Het (reislustige) leven van Johann Blatt vertoond veel overeekomsten met die van Charles Dadant. Over Blatt is echter veel minder bekend, en zijn naam is veel minder een begrip dan die van Charles Dadant.


Bronnen

  • Hans Kurth. Johann Blatt aus Rütschelen (1815–1884). Jahrbuch des Oberaargaus, Bd. 43 (2000)


Voetnoten

  1. Emil Roniger: Johann Blatt. Leben und Wirken eines Pioniers der schweizerischen Bienenzucht, geschildert von seinem Enkel. Davos-Dorf 1952.