Kalkbroed

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Een groepje volgroeide kalkbroedsporocysten. Het maatstreepje is 40 μm lang.
Een geopende sporocyst toont de bolvormig gegroepeerde sporen. Het maatstreepje is 10 μm lang. IW vertoont een stukje interne wand van de sporocyst, en EW een stukje externe wand.

Kalkbroed wordt veroorzaakt door de sporevormende schimmel Ascosphaera apis. De sporen van deze schimmel kunnen wel tot zo'n 15 jaar levensvatbaar blijven.

De sporen worden via de mond van de larve opgenomen en ontkiemen in de darm. Daar vormen ze schimmeldraden die een soort vlechtwerk - het mycelium - vormen. Op een gegeven moment breekt dit mycelium door de darmwand van de larve en neemt dan de gehele larve (vaak met uitzondering van de kop) in. Er kan zo in eerste instantie een kalkwitte mummie ontstaan. Zodra er sporevorming optreedt, kleuren de dode larven echter donker.

Iedere larve die geïnfecteerd raakt, produceert uiteindelijk ongeveer 100 miljoen sporen. Het meest hiervan zullen door de bijen met de lijkjes naar buiten worden gewerkt. Vele sporen zullen echter via de voedseloverdracht weer bij nieuwe larven terecht komen. Ook komen er sporen in de voorraad van het volk terecht.

De gevoeligheid voor infectie door kalkbroed is het grootst, vlak nadat de larve zich is gaan verpoppen (gesloten broed). De schimmel Ascosphaera apis groeit daarbij het best bij een temperatuur van rond de 28 °Celsius[1]. Een lichte afkoeling van het broed gedurende enkele uren is voldoende om de schimmel zijn werk te laten doen. Kalkbroed manifesteert zich dan ook het meest:

  • bij de snel groeiende broednesten en de koudeprikken in het voorjaar,
    • bij gunstig weer zet het volk zoveel broed aan dat ze dat bij een koudeprik niet meer allemaal op de benodigde temperatuur van 35 °Celsius kunnen houden (vaak gaat dan met name het darrenbroed aan de randen van het broednest ten gronde),
  • bij kleine zwakke bijenvolken, en
  • bij imkers die hun bijenkasten gedurende een koude periode lang open laten.

Er is sprake van een erfelijke mate van weerbaarheid tegen kalkbroed zodat het omwisselen van de oorspronkelijke moer (met een gebleken slechte weerbaarheid) door een andere moer de ziekte vaak doet verdwijnen.

De schimmel Ascosphaera apis is heterophallisch: de schimmel kan niet zichzelf bevruchten, maar is voor bevruchting aangewezen op een genetisch andere partner die bovendien van een ander paringstype is. Bij sommige schimmels kan er sprake zijn van meerdere paringstypen, maar Ascosphaera apis is (net als de mens) dimorphisch (twee paringstypen).

Twee kruisende schimmeldraden vormen dan samen een bolvormige sporocyst waarin meerdere sporen ontstaan die zich ook weer bolvormig groeperen (zie nevenstaande illustraties).


De verspreiding

De sporen hebben een kleverige buitenlaag, die hen in staat stelt om aan de cellen en volwassen bijen te kleven.

Zowel door het uitwisselen van materialen onderling als het vervliegen van de bijen kunnen de sporen zich tussen de volken verspreiden. Sporen van kalkbroed zijn waarschijnlijk in het merendeel van de volken aanwezig. De sporen kunnen in zelfs ogenschijnlijk onaangetaste volken aangetoond worden.

In 2008 zijn in Nederland 170 imkers bezocht en van 850 volken monsters genomen en onderzocht. Bij dit onderzoek is in 36 % van de volken kalkbroed aangetroffen.


Ziektebeeld

De volgende signalen kunnen duiden op een kalkbroed infectie:

  • Larven gaan meestal vlak na het sluiten van het broed dood.
  • Koninginnenlarven worden gewoonlijk niet geïnfecteerd.
  • Kleine gaatjes in de celdeksels.
  • In het open broed ogen de larven gezwollen, sponsachtig en nemen soms de zeshoekige vorm van de broedcel aan.
  • De celdeksels van het zieke broed worden door de werksters verwijderd.


Maatregelen

Uit het bovenstaande volgen haast vanzelf de te nemen maatregelen:

  • aansturen op grote sterke volken, kleine volken verenigen,
  • met name bij koudere buitentemperaturen niet te lang in de bijenkasten werken,
  • het vervangen van de moer, en
  • het werken met nieuwe of ontsmette materialen (geen gebruikte niet ontsmette materialen vanaf andere bijenhouders overnemen).

In de handel wordt Mycostop verkocht als middel tegen kalkbroed.


Navigatie


Voetnoten

  1. T.P.Liu. Fine structure of the sporocysts of Ascosphaera apis during development as revealed by the scanning electron microscope. Mycopathologia (100, 1987), blz. 155-158.