Kieler bevruchtingskastje: verschil tussen versies

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
k
k
 
Regel 5: Regel 5:
  
  
Het kastje is gemaakt van piepschuim, en heeft schuine binnenwanden (waar de bijen minder snel raat aan vast zullen bouwen, zie [[Top Bar Hive|TBH]]). Het oude model heeft alleen een bijeningang aan de onderkant. De moderne versie heeft zowel een bijeningang aan de voor- als aan de onderkant. Beide openingen kunnen op de standen 'open', 'gesloten', of '[[moerrooster]]' worden gezet. De opening aan de voorkant middels een draaischijf, en de opening aan de onderkant middels een uitschuifbare bodem (met ventilatierooster).
+
Het kastje is gemaakt van piepschuim, en heeft schuine binnenwanden (waar de bijen minder snel raat aan vast zullen bouwen, zie [[Top Bar Hive|TBH]]). Het oude model heeft alleen een bijeningang aan de onderkant. De moderne versie heeft zowel een bijeningang aan de voor- als aan de onderkant. Beide openingen kunnen op de standen 'open', 'gesloten', of '[[moerrooster]]' worden gezet. De opening aan de voorkant middels een draaischijf<ref>In de handel zijn passende draaischijven verkrijgbaar met 4 standen. In dat geval is ook de stand [[darrenrooster]] beschikbaar.</ref>, de opening aan de onderkant middels een uitschuifbare bodem (met ventilatierooster).
  
  
Regel 37: Regel 37:
 
==Voorkomen==
 
==Voorkomen==
 
Nederland, België, Duitsland
 
Nederland, België, Duitsland
 +
 +
==Voetnoten==
 +
<references />
  
 
==Navigatie==
 
==Navigatie==

Huidige versie van 8 mrt 2017 om 21:31

Omschrijving

Kieler bevruchtingskastje: het oude model met alleen een bijeningang aan de onderkant.

Het Kieler bevruchtingskastje is bedoeld voor een bevruchtingsvolkje. Het is van Duitse oorsprong en heet daar "Kieler Begattungskasten". 'Kieler' komt vermoedelijk van het Noordduitse Kiel.


Het kastje is gemaakt van piepschuim, en heeft schuine binnenwanden (waar de bijen minder snel raat aan vast zullen bouwen, zie TBH). Het oude model heeft alleen een bijeningang aan de onderkant. De moderne versie heeft zowel een bijeningang aan de voor- als aan de onderkant. Beide openingen kunnen op de standen 'open', 'gesloten', of 'moerrooster' worden gezet. De opening aan de voorkant middels een draaischijf[1], de opening aan de onderkant middels een uitschuifbare bodem (met ventilatierooster).


In het kastje is plaats voor 6 toplatjes, maar bij de start van het bevruchtingsvolkje zullen de achterste 2 posities meestal worden ingenomen door een uitneembaar voerbakje.


De kastjes moeten met minstens twee soeplepels bijen worden gevuld. Daartoe kun je het kastje het beste op de kop zetten om de bijen via de bodem in het kastje te doen. Dat is gemakkelijker dan via de bovenkant omdat je dan na vulling snel alle raatjes weer terug moet plaatsen.


De zes raampjes kunnen na het bevruchtingsseizoen per twee in een regulier broed- of honingkamerraam geplaatst worden, waarna het volkje in een grotere kast kan doorgroeien. Om dit groeiscenario te bespoedigen kun je het volkje bij aanvang meer bijen meegeven (bijvoorbeeld vier soeplepels).


Het moderne Kieler bevruchtingskastje lijkt veel op het Segeberger bevruchtingskastje. De buitenafmetingen zijn zelfs identiek en je kunt de verschillende kastjes dan ook prima op elkaar stapelen. Het Segeberger bevruchtingkastje heeft echter een vast voergedeelte (dat niet uitneembaar is), en ook is de helling van de schuine binnenwanden iets anders dan die van de Kieler. De deksels van de Segeberger passen (iets los) op de moderne Kieler bevruchtingskastjes, maar niet andersom.


Voor het Kieler bevruchtingskastje zijn ook opzetkamertjes verkrijgbaar.


Datering

Tot heden

Voorkomen

Nederland, België, Duitsland

Voetnoten

  1. In de handel zijn passende draaischijven verkrijgbaar met 4 standen. In dat geval is ook de stand darrenrooster beschikbaar.

Navigatie