Kleine bijenkastkever

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Larven van de kleine bijenkastkever in een bijenraat.

De kleine bijenkastkever (Aethina tumida Murray, ook wel genoemd: kleine kastkever, kleine afrikaanse kastkever, of kastkever) komt van oorsprong uit Afrika ten zuiden van de Sahara, en is daar alleen dodelijk voor zwakke volken.

Een samenwerkingsverband van meerdere werkbijen van de afrikaanse honingbij houdt enerzijds de kleine bijenkastkever op z'n plaats en metselt anderzijds de kever in met propolis.

In de loop der evolutie hebben de lokale ondersoorten van onze westerse honingbij geleerd hoe ze deze kever moeten aan pakken. Zo metselt de afrikaanse honingbij volwassen kevers in met propolis. Helaas is deze kever zich echter over de gehele wereld aan het verspreiden met desastreuze gevolgen voor de ondersoorten die met deze kever onbekend zijn.

In 2014 is de kleine bijenkastkever aangetroffen in Zuid-Italië. Ondanks allerlei voortdurende bestrijdingsmaatregelen bleek de kever in 2015 en 2016 nog steeds aanwezig te zijn. Waarschijnlijk zal de kever zich nu dus verder over Europa zal verspreiden.

Aangezien de kever ook in het gematigde klimaat van Canada kan overleven, ligt het voor de hand dat de kever ook in Nederland kan overleven, en zich ook in ons klimaat kan voortplanten.


Schade:

  • Vooral de larve is het vernietigende element. De larve vreet zich door de raten op zoek naar stuifmeel, honing en broed (eitjes). De honing loopt uit en gaat gisten. Bij een ernstige besmetting blijft er van de hele kastinhoud slechts een zwart poeder (uitwerpselen vermengd met wasmul) over. De kastwanden vertonen bruine slijmsporen en korsten. De bijen zijn dan al lang vertrokken of ten gronde gegaan.


Maatregelen: