Kleine bijenkastkever

Uit Imkerpedia
Versie door Albert Stoter (Overleg | bijdragen) op 8 sep 2017 om 14:09

(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken
Larven van de kleine bijenkastkever in een bijenraat.

De kleine bijenkastkever (Aethina tumida Murray, ook wel genoemd: kleine kastkever, kleine afrikaanse kastkever, of kastkever) komt van oorsprong uit Afrika ten zuiden van de Sahara, en is daar alleen dodelijk voor zwakke volken.

Een samenwerkingsverband van meerdere werkbijen van de afrikaanse honingbij houdt enerzijds de kleine bijenkastkever op z'n plaats en metselt anderzijds de kever in met propolis.

In de loop der evolutie hebben de betreffende lokale ondersoorten van onze westerse honingbij geleerd hoe ze deze kever moeten aan pakken.

  • Zo metselt de afrikaanse honingbij volwassen kevers in met propolis.
  • Bij de vliegopening wordt goed opgelet dat er geen kleine bijenkastkever kan binnenkomen.
  • De kevers worden fysiek aangepakt / uit de kast verwijderd.


Door menselijk handelen (wereldwijd transport van bijenvolken) verspreid de kleine bijenkastkever zich inmiddels over de gehele wereld.

Voor ons in de Lage Landen is vooral van belang dat de kleine bijenkastkever in 2014 is aangetroffen in Zuid-Italië, en dat deze daar ondanks allerlei voortdurende bestrijdingsmaatregelen (in 2015 en 2016) nog steeds aanwezig is. Waarschijnlijk zal de kever zich nu dus verder over Europa verspreiden.

Aangezien de kever ook in het gematigde klimaat van Canada kan overleven, ligt het voor de hand dat de kever ook in Nederland kan overleven, en zich ook in ons klimaat kan voortplanten.

De ondersoorten van onze westerse honingbij die deze kever niet van oorsprong kennen (dus ook de onze) vertonen in grote lijnen wel dezelfde afweermechanismen als de ondersoorten ten zuiden van de Sahara, maar zijn er veel minder effectief mee. Hierdoor kunnen bij ons ook sterke volken aan deze kever ten gronde gaan. Waarschijnlijk zal selectie op den duur wel tot meer effectiviteit leiden, maar voordat het zover is ...


Schade:

  • Vooral de larve is het vernietigende element. De larve vreet zich door de raten op zoek naar stuifmeel, honing en broed (eitjes). De honing loopt uit en gaat gisten. Bij een ernstige besmetting blijft er van de hele kastinhoud slechts een zwart poeder (uitwerpselen vermengd met wasmul) over. De kastwanden vertonen bruine slijmsporen en korsten. De bijen zijn dan al lang vertrokken of ten gronde gegaan.


De imker kan tegen de verspreiding van de kleine bijenkastkever diverse maatregelen nemen[1].

Voetnoten

  1. Zie hoofdstuk 4 van: B. Cornelissen. De Kleine Bijenkastkever, een beknopt overzicht van de huidige kennis. December 2015