Kunstmatige inseminatie van koninginnen

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Introductie

Kunstmatige inseminatie van koninginnen is een van de technieken om tot gecontroleerde paring te kunnen komen. Deze techniek is inmiddels zo ver gevorderd dat de kwaliteit en levensduur van kunstmatig geïnsemineerde koninginnen die van natuurlijk bevruchte koninginnen evenaart.


Voordelen van kunstmatige inseminatie van koninginnen:

  • Je kunt nog precieser (dan bij bevruchtingsstations en maneschijnparing) bepalen met welke darren er wordt gepaard[1], en
  • Door het gebruik van een mix van sperma van een grotere hoeveelheid verschillende darren is er de mogelijkheid een grotere diversiteit aan darrenherkomsten te benutten. Hierdoor kan de erfelijke basis (tegen inteelt) breder worden gehouden houden.


Het moment van sperma winnen. Meer informatie op http://home.kpn.nl/kroese.001/

Werkwijze

Het sperma wordt verkregen door in het achterlijf van de dar te knijpen waardoor het geslachtsapparaat uitstulpt en het sperma naar buiten komt op een slijmbolletje (mucusbol).

Dit sperma moet dan heel secuur met een klein glazen pipet van die mucusbol worden afgezogen. Dit gaat in bijna de helft van de pogingen verkeerd aangezien de mucus vrij snel hard wordt, en als je wat van dat slijmpropje in je pipet krijgt kun je de hele boel weggooien.

Per kunstmatige inseminatie heb je zo’n 10 tot 12 goede spermawinnigen nodig.

Het moment van insemineren.

Vervolgens wordt de koningin zodanig in een rond plastic buisje gemanoeuvreerd dat ze er met haar achterlijf uitsteekt. Hierna wordt ze met een beetje CO2 onder narcose gebracht.

In het achterlijf in het vaginale kanaal heeft de koningin een klepje waar de pipet met sperma langs moet. Dit klepje kan (tegelijkertijd met de angel die hier ook zit) met een speciaal grijpertje iets opgetrokken worden zodat de doorgang vrijkomt.

Het komt al met al heel precies om het sperma op de goede plaats in te brengen, en voor en goed zicht is een microscoop beslist nooodzakelijk.


Voetnoten

  1. Zo wordt er bij de selectieteelt van VSH-bijen zelfs gebruik gemaakt van darren die - via de tussenstap van eierleggende werksters - voortkomen uit werkbijen die het betreffende gewenste VSH-gedrag het meest (hebben) laten zien.