Kuntzschbeute

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Omschrijving

Kuntzschbeute voor één volk
Kuntzschbeute voor twee volken

Het grootste deel van onderstaande omschrijving is gebaseerd op enkele artikelen uit 1931 in het Maandschrift van de VBBN [1] :


Deze van oorsprong Duitse kast (ook wel Kuntzsch-Zwilling genoemd) is vanaf 1912 ontwikkeld door Max Kuntzsch als achterbehandelingskast. Het had van oorsprong een trapeziumvormige raammaat, maar kreeg later een rechthoekige raammaat van 330 x 250mm.


In 1931 had een fabriek na 10 jaar zelfs al 10.000 kuntzschkasten geproduceerd, terwijl er in Duitsland meerdere fabrieken waren die kuntzschkasten produceerden.[1]


De kuntzschkast betreft meestal een tweelingkast waarin twee volken onafhankelijk van elkaar hun arbeid kunnen verrichten. Er bestaan echter ook kuntzschkasten voor slechts één volk.


A = Honingkamer, B = 6-raams broedkamer, C = 3-raams zijafdeling

De Kuntzsch-Zwilling betreft een kast uit één stuk van 630mm x 770mm x 590mm (hxbxd) [2] die door twee kruisende middenschotten (één verticaal en één horizontaal) in 4 delen wordt verdeeld. De kast wordt van achteren gesloten door twee deuren, waarvan de ene naar boven en de andere naar beneden kan worden opengeklapt. Hierbij kan de onderste klapdeur als werktafel dienst doen omdat deze zodanig aan een ketting is bevestigd dat het met de onderkant een horizontaal vlak vormt, dus de bodemplank naar achteren verlengt.

Aldus kan deze kast 2 onafhankelijke volken bevatten met ieder:

  • een honingkamer in warmbouw bovenin met gedeeltelijk uit te halen ramen, en
  • een broedruimte in koudbouw op een slede onderin. Elke broedruimte is door een scheidingswand ook nog weer in 2 gedeelten verdeeld, een grotere (6 raams broedkamer) en een kleinere (3 raams zijafdeling).


Max Kuntzsch ontwikkelde deze kast voor zijn volgende bedrijfsmethode:


Overwintering van het bijenvolk gebeurt in de honingkamer. De bijen kunnen dan via een klimraam in de broedkamer beneden komen, en via een voorportaal naar buiten. Al met al kunnen de bijen in de honingkamer niet direct het buitenlicht zien waardoor ze in de winter ook niet bij veel zonlicht (eventueel in combinatie met sneeuw) naar buiten worden gelokt. Het boven overwinteren waarborgt aldus een rustige winterzit, met bovendien geen gevaar voor muizen en mezen, geen vocht en geen al te grote afkoeling.


Na de uitwintering wordt het eerste broednest eveneens boven gevormd en blijft daar totdat de imker het nodig oordeelt de moer met een raampje naar beneden naar de 6 raams broedkamer te hangen (en de honingkamer via een moerrooster af te sluiten). Hierna zal vrij spoedig die vrij kleine 6 raams broedkamer zijn volgebouwd. Ter voorkoming van zwermen kan dan een raampje gesloten broed worden geruild met een nog leeg raampje uit de honingkamer. Dit kan worden volgehouden totdat er een stevige dracht is (die de honingkamer doet vollopen en tevens de zwermdrift in toom houdt).


Bijenstal met Kuntzsch-Zwilling kasten

Mocht stevige dracht te lang op zich laten wachten, zodat sterker ingegrepen zou moeten worden, dan bewijst de 3 raams zijafdeling zijn dienst. Men plaatst het raampje waarop de moer zit met een paar raampjes voorzien van kunstraat, of desnoods één met en één zonder kunstraat in de 3 raams zijafdeling, en het scheidingsplankje tussen het 6 en het 3 raams gedeelte wordt verwisseld met een moerrooster. In deze kleine ruimte kan de moer niet veel meer beginnen en krijgt een poosje gedeeltelijke vakantie, terwijl in de ruimte naast en boven deze afdeling het broed gelegenheid heeft uit te lopen en de cellen gereed gemaakt worden voor de hoofddracht die nu toch wel spoedig zal komen.


Wil men later uit de bovenste verdieping de honing wegnemen, dan kan men dit doen, zonder door de bijen te worden lastig gevallen en wat meer zegt, zonder roverij uit te lokken. De kast is namelijk zó geconstrueerd, dat men op het moerrooster een dun plankje kan leggen en tevens een vlieggat van de honingkamer kan openen. De zich in die ruimte bevindende bijen kunnen dus alleen door dit vlieggat de woning verlaten en voegen zich daarna in de onderruimte. Aldus loopt de honingkamer dus langzaam leeg leeg en kunnen de honingraten zonder dat het volk het bemerkt, uit de woning worden verwijderd.


Op dit plaatje de kast, maar tevens een andere vinding van Kuntzsch, de 'Wabenzange' (ramentang)

Door in de honingkamer steeds een leeg bouwraampje aanwezig te hebben (achterin, en daardoor dus na het openen van de kast direct zichbaar), kan men vlot een mening omtrent het volk vormen: zien of er bouwlust aanwezig is, of (in welke mate) er darrenraat wordt gebouwd. Het bouwraampje laat het volk de vrije teugel:

"Wil het fijn werk bouwen, best, wil het darrenwerk aanzetten, óók goed. Maar. . . . . . .aan òns te beoordeelen hoever we dit spelletje zullen laten spelen. Eens in de week wordt het bouwraampje onder handen genomen en van de aangezette raat en het darrenbroed!! ontdaan. Dat kan geen kwaad, omdat immers dit darrenbroed nu zoowat 8 dagen oud is, dus op het punt staat gesloten te worden en dus alleen nog maar warm gehouden zou moeten worden. Op deze wijze gewerkt, verhinderen we darrenaanzet niet, doch voorkomen we, dat er darren geboren worden, het volk blijft aan het werk en aan de natuurlijke driften wordt geen geweld gedaan. Wie het niet kan schelen of zijn volk weinig of veel darren voortbrengt, of hij, die het juist van een rijke darrenfamilie wil hebben, kan eenvoudig achter het te verzegelen bouwraampje opnieuw een bouwraampje hangen enz.

Het bouwraampje heeft nog iets voor. Het is namelijk de verklikker van het zieleleven van het volk. Als er gebouwd zal worden, wordt het raampje in gebruik genomen en gewoonlijk darrenraat aangezet. Is de kast nog niet vol, m.a.w. kunnen er nog raampjes bij, dan neemt men het bouwraampje even weg en geeft eerst een raam met kunstraat, om vervolgens weer het bouwraampje in te brengen. Dit raampje sluit dus steeds het broednest af en kunnen we niet missen, daar het als het ware de thermometer van het volk is en ons daardoor onschatbare diensten bewijst." [3]


Naar de huidige maatstaven is de bedrijfsmethode van Kuntzsch een zeer arbeidsintensieve bedrijfswijze in een te kleine kast.[4]


Datering en voorkomen

Vanaf 1912. De kast wordt ook heden ten dage nog wel sporadisch in Duitsland toegepast.


Voetnoten

  1. 1,0 1,1 Joh.A. Joustra, "IETS OVER HET KUNTZSCHBEDRIJF", Maandschrift voor bijenteelt (VBBN), 1931, april, zie het Groentjesarchief
  2. http://www.imkerhomepage.de/die_imkerei/beutenvielfalt/beutenvielfalt.html
  3. Joh.A. Joustra, "IETS OVER HET KUNTZSCHBEDRIJF (deel II)", Maandschrift voor bijenteelt (VBBN), 1931, mei, zie het Groentjesarchief
  4. Geert Staemmler. Artikel "Imker ABC". in Die Neue Bienezucht (Norddeutsche Imkerzeiting), 1 juni 2004. blz 207


Navigatie