Labor-doos

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Een trotse presentatie van de Labor-doos in 1932
Bart de Coo's Labor-doos, anno 2011.

De Labor-doos is een gazen constructie waarin losse stukken honingraat kunnen worden geslingerd.

Het gaat hier dan meestal om stukken honingraat uit onbedrade natuurbouw die anders niet kan worden geslingerd. Denk aan honingraten uit korven, Warré kasten, of Top Bar Hives.

Dergelijke constructies zijn al heel lang in meerdere landen in gebruik[1] maar dit was niet bekend bij de naamgevers van de Labor-doos (Dr. H. W. de Boer en B. H. Lammerink) toen zij in 1932 met veel enthousiasme hun 'sensationele nederlandsche uitvinding' publiceerden[2].

Zij noemden deze constructie een Labor-doos genoemd omdat (citaat uit het artikel van de naamgevers): „labor" beteekent: werk, arbeid, wij hopen, dat de korfimker aan den arbeid zal tijgen, dat hij niet zal zeggen: „het zal wel niet kunnen", of „ik vrees dat liet niet kan" doek dat hij zal probeeren. Wij twijfelen er niet aan dat de korfimker er in zal slagen, volgens de door ons aangegeven methode, slingerhoning van uitstekende kwaliteit uit zijne korven te winnen.


Gebruiksaanwijziging

  • Leg de stukken raat in de Labor-doos.
  • Ontzegel daarna met een ontzegelvork aan een kant de raten.
  • Sluit daarna de doos en leg deze op de andere zijde, waarna na heropening ook de andere kant kan worden ontzegeld.
  • Sluit de doos weer en plaats deze in de honingslinger, op dezelfde wijze als een broedkamerraam in de honingslinger wordt gezet.
  • Slingeren.

Bij heidehoning wordt eerst één zijde van de raten met een kolbtoestel bewerkt en geslingerd, en daarna pas de andere.


Voetnoten

  1. Joh. A. Joustra. De Labor-doos niet nieuw. Maandschrift voor Bijenteelt, december 1932.
  2. Dr. H. W. de Boer en B. H. Lammerink. Het centrifugeren (slingeren) van korfhoning. Maandschrift voor Bijenteelt, november 1932. Als sub-artikel van Joh. A. Joustra's artikel 'Korfslingerhonig gelijkwaardig aan Kastslingerhonig!'