Langstroth

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Portret van Langstroth rond zijn 80e verjaardag; het straalt een uiterst vriendelijke en toegankelijke man uit.

Wie de achternaam van Lorenzo Lorraine Langstroth (1810 - 1895) hoort, denkt onmiddellijk aan de Langstrothkast en de bijenruimte met vaak de bijgedachte dat net zo goed iemand anders, dan deze Amerikaan, op het idee gekomen kan zijn. Wie nader kijkt naar de mens en imker Langstroth, komt een geniale man tegen, die tijdens zijn tragische leven veel bewondering en grote sympathie heeft gewekt en deze gevoelens ook bij de latere toeschouwer oproept. Zijn leven vult het grootste gedeelte van de 19e eeuw. Voor de imkerij is zijn betekenis enorm.


Mieren lang.jpg

De jonge Lorenzo was bezeten van insecten, mar van bijen had hij nog geen weet, vooral mieren hadden zijn belangstelling. Tot misnoegen van zijn moeder versleet hij menige knie van zijn broek, knielend voor een nest, waar hij met stukjes vlees de reacties van de mieren prikkelde en onderzocht. Zijn ouders waren niet weg van deze hobby en op school werd hij eens zwaar gestraft door zijn onderwijzer, toen hij vliegen ging vangen die hij mee wilde nemen in een papiertje. Zijn jonge jaren speelden zich af in Philadelphia waar zijn weinig bemiddelde ouders een onbeduidend stukje land hadden; zijn vader Johan Langstroth en zijn moeder Rebecca hadden zes kinderen; hij was als tweede kind en oudste zoon geboren op 25 december 1810. Als hij niet op school zat, was hij in de natuur te vinden maar zijn schoolprestaties leden daar allerminst onder. Hij behoorde tot de knappe koppen en mocht als een van de weinigen naar het Yale-college nog voordat hij 17 jaar oud was. Enige belangstelling voor religie had hij toen nog niet. Wel las hij binnen de kortste keren vloeiend Latijn. Een medestudent haalde hem vier jaar later ( 1831, hij was nu 21) over mee te gaan naar de Yale-Trinity school om tot dominee te worden opgeleid; die opleiding duurde 5 jaar. Om de opleiding te bekostigen gaf hij les op een meisjesschool in de omgeving; hij gaf er Wiskunde en Latijn en kwam zó sympathiek over, dat hij er ondanks deze vakken niet werd weggepest. In 1836 rondde hij zijn studie af; hij is nu 26 en zijn leven kan beginnen.


De meest luxe vorm van honingaanbod in de jaren vóór 1850 was mooi uitgesneden raathoning. Via raathoning maakte Langstroth kennis met bijen; hij zal er naderhand menige prijs mee in de wacht slepen.

Zijn eerste baan als pastor krijgt hij in Andover onmiddellijk na zijn afstuderen in 1836; het is een grote gemeente; Lorenzo was serieus, bevlogen, zeer gezien en had zijn handen vol aan deze zware job, die hij maar twee jaar zal volhouden. Hij trouwt in een gelukkig huwelijk met Anne Tucker; zij krijgen drie kinderen; twee dochters en een zoon, James. Hier begint zijn passie voor bijen. Voorjaar 1838: Langstroth is op bezoek bij een vriend en ziet daar een glazen bak met raathoning; hij wil er alles van weten en zijn vriend nam hem mee "naar zolder" waar de bijen stonden; Lorenzo ziet dat aan en raakt in vuur en vlam. Hij is niet te stuiten en Anne ziet hem diezelfde avond thuis komen, zeulend met twee bijenvolken in een paar gammele houten kistjes. De bijen waar Langstroth kennis mee maakte waren Zwarte bijen. Van oorsprong waren er alleen Angelloze bijen in Amerika; indianen haalden er mondjesmaat honing van. Sinds 1622 worden Mellifera´s binnen gebracht door Engelse kolonisten; Vooral door zwermen verspreiden deze zich over heel Amerika. Sinds 1630 zaten ze ook in Massachusetts, waar Andover ligt. Imkers hielden bijen in strokorven, in Klotzbeute of in houten boxen. Om honing te winnen, moesten de volken worden afgezwafeld; soms zette een imker een losse kop op de box om honing te winnen zonder het volk te hoeven doden.


Het winnen van honing was vóór 1850 niet eenvoudig; volken en raten raakten doorgaans zwaar beschadigd. Slimme lieden probeerden van alles uit om tot verbetering te komen: links: een kast met moerafsluiter; de moer kon niet in de zijcompartimenten komen en dit leverde enige zuivere raathoning op. Zo ook het opzetstuk op de korf rechts; de moer werd buitengesloten; bij het oogsten bleef het volk in tact. Omdat de raten werden vastgekit aan dak en zijwanden, was het oogsten een kleverige zooi.

Hoe het Langstroth die zomer van 1838 vergaan is met zijn bijen weten wij niet; een mentor had hij niet en zijn enige lectuur was een hoofdstuk uit het leerboek "Georgica" van de Romeinse dichter Vergilius (30 voor Chr.) en een eigentijds boekje van iemand die nog aan het bestaan van moeren twijfelde: veel zal hij er niet van opgestoken hebben. Hij moest werken met eigen waarnemingen., waarvoor hij weinig tijd had want zijn parochie stelde hem hoge eisen. Aan het eind van het jaar wordt hij getroffen door een zenuwziekte die hem het verdere werk onmogelijk maakte. Hij moest zijn pastoraat opgeven; hij solliciteerde naar een directeurschap van een academie; voor een gezin met drie kinderen moest er toch brood op de plank komen. Hij kreeg de baan, maar na een half jaar ging het weer mis. Zenuwinzinkingen zullen hem zijn leven lang veel ongemak bezorgen. Van 1840 tot 1848 vinden wij hem terug in Greenfield als hoofd van een meisjesschool ; daarnaast deed hij pastoraal werk; zijn gezondheid eiste veel buitenlucht; hij had nu ook meer tijd. Hij breidde zijn bijenstand uit en hielt zich vanaf nu intens met de bijenhouderij bezig. Hij begint een bijenbibliotheek op te bouwen; leest veel; observeert; experimenteert en houdt ruim contact met imkers in zijn nieuwe omgeving. De teeltmethoden die hij aantrof bevielen hem allerminst. Bijenziektes waren niet te controleren; zwermverhindering lukte niet ; de honingwinning was zo gebrekkig, dat beroepsmatig imkeren nauwelijks een bestaan bood. Alleen volledige controle over bijen en kast zouden oplossingen kunnen brengen en daar zal hij zich intens mee bezig houden.


Deze kast in boekvorm van François Huber en de al oude mandkast uit Griekenland, hier als aarden pot in gebruik, zetten de grijze cellen van Langstroth op scherp.

In 1840 kreeg hij brieven van François Huber in handen, de blinde imker, die omstreeks 1780 een boek schreef over zijn kast in boekvorm. Langstroth kocht de kast en maakte er enkele na. In zijn boek "Langstroth, the hive and the honeybee" (1860) schrijft hij daarover:

Het gebruik van de Huberkast bevredigde mij; zonder al te veel voorzorgen kon je de raat eruit nemen zonder de bijen al te zeer te verstoren. Zonder kennis van deze feiten had ik de kast met uitneembare ramen te gevaarlijk gevonden voor gebruik.

De kast van Huber inspireerde ook Amerika´s eerste commerciële imker Mozes Quinby.

Na veel geëxperimenteer laat Langstroth de boekkast van Huber schieten: het sluiten van de bladzijden kostte te veel bijen en was daarom zeer onpraktisch. Hij houdt de kast als demonstratie kast in gebruik maar stapt zelf over op de Bevankast. In deze kast hingen de raten aan losse bovenlatten. In Europa werd daarmee geëxperimenteerd. De bijen kitten evenwel de raten vast aan dekplank en zijwanden; alles bijeen schoot men er weinig mee op. Langstroth verbeterde de kast van Bevan door de draaglatten op de goede afstand van elkaar te zetten. Dan leest hij over de sinds de oudheid in Griekenland gebruikte mandkast. Via Engeland bereikten hem publicaties daarover. Latten werden boven op de rand gelegd op de goede afstand van elkaar, zodat de bijen haar raten niet aan elkaar vast zetten. De wanden liepen schuin naar beneden af en werden door de bijen als bodem beschouwd. De raten worden niet vastgekit. Langstroth probeerde ook dit systeem uit maar stuitte terstond op grote bezwaren: Dekplank of dekkleed werden gekit aan de draaglatten; de raat aan de draaglat mocht niet groot zijn; als zij te zwaar wordt scheurt zij af; de manden konden niet op elkaar worden gezet. Voor een rendabele imkerij was deze bijenwoning niet geschikt. Het moest toch mogelijk zijn de raat in een raampje te dwingen waarvan de zijkanten recht naar beneden gaan!! Ondertussen werd Langstroth zo door zijn zenuwziekte geplaagd, dat hij Greenfield moest verlaten. Zijn pastorale werk moest hij opgeven en hij keerde terug naar Philadelphia, zijn geboortestad; als hoofd van een meisjesschool kon hij de kost verdienen; zijn bijen moest hij onderbrengen op de zoldervertrekken van het huis. Het is nu 1848.


Ziekte dreef Lorenzo Langstroth terug naar zijn geboortestad Philadelphia; hij zal er zijn bijen houden op de zolderkamer van zijn huis van 1848 tot 1852. Het idee van een bijenvolk in een hanteerbare kast kan hij niet loslaten. Huber voldeed niet, evenmin als de mandwoning uit Griekenland. Hij hield zijn bijen in de Bevankast, waar vanaf bovenlatten de raten neerwaarts gaan; de raten worden vastgekit aan de zijwanden, de latten kleven aan de afdekking van de kast; als je een draaglat hebt losgewrikt, loop je het risico, dat de zware raat eraf scheurt.; om dezelfde reden kun je met zo´n kast nauwelijks reizen, broed bekijken of de moer afnemen. Een collega, Berg, maakte hem attent op de gelijksoortige wijze van imkeren door Dzierzon uit Europa en hij maakte studie van diens experimenten.


De kasten van Dzierzon. Links: tekening van zijn kast in etages, waarmee hij in de jaren 1850 experimenteerde; de raten hangen in losse bouw aan bovenlatten die op de juiste afstand van elkaar staan. In Amerika werden zij korte tijd beproefd maar al spoedig stapte men er van af. Rechts: zijn eerdere proeven met volledige raampjes in een Klotzbeute.

Echter, Langstroth kwam ook met die kasten van Dzierzon niet verder. Het waren achterbehandelingskasten; je moest de etages van achteren uitschuiven, terwijl de latten boven- en de raten zijwaarts waren vastgekit; een moeilijke exercitie! Het systeem van de raampjes in de Klotzbeute was nog erger. Hetzelfde lot kregen de kasten van de baron uit Weimar (von Berlepsch) die zelf in zijn boek van 1848 klaagde, dat zijn ramen zo moeilijk waren los te wrikken. Contacten met Dzierzon zullen wel leiden tot de aankoop van Ligustica moeren, maar dat is van later datum. Lorenzo had veel succes met de glazen bakjes, die hij op de dekplank van zijn kasten zette; van binnenuit konden de bijen er bij en sloegen er fantastische raathoning in op. In 1851 begon hij verdere experimenten uit te voeren: hij wilde zonder verstoringen de dekplank kunnen afnemen. Met een systeem van inkepingen in de wanden van de kast probeerde hij ruimte te scheppen tussen dekplank en draaglatten.Toen hij de latten 3/8e inch (plm.9 mm.)liet zakken, lieten de bijen de dekplank vrij!! Daarna liet de puzzel, hoe hij een raampje ook vrij kon laten blijven van de kastwand, hem niet meer los. Het systeem Dzierzon/von Berlepsch en anderen werkte niet; bijen kitten de raampjes aan de kastwand vast; telers lieten die kasten links liggen.


Op 30 oktober 1851 tijdens een wandeling ´s avonds schiet het als een flits bij hem binnen: de bijenruimte moet niet alleen tussen de ramen onderling en tussen de draaglatten en de dekplank, maar ook tussen de ramen en de wanden en de bodem van de kast worden toegepast.

Overal (in de tekening met roze aangegeven) bijenruimte! De raten onderling op de goede afstand houden was al een bekend principe geworden; hoe je kunt voorkomen, dat de raampjes worden vastgekit aan onderdelen van de kast, vereiste een geniale vondst. Voor onze begrippen lijkt dit zo simpel, maar dat is de ontdekking van het wiel ook, en het inzicht van de opwaartse druk van het water (Archimedes) en ontdekken, dat de aarde rond de zon gaat. In de bijenteelt was er heel wat afgetobd voordat het idee van de bijenruimte bij iemand binnen kwam.

Die nacht werkt hij aan de tekening van de NIEUWE LANGSTROTHKAST. Hij schrijft de enorme voordelen op:

  1. Wetenschappelijke bestudering van bijen kan nu gemakkelijk en snel.
  2. De beroepsimker kan een rendabele imkerij opzetten: honingproductie zal meer dan vertienvoudigd worden; door gemakkelijke moerteelt kunnen snel vele volken ter beschikking zijn voor bestuivingdoeleinden.
  3. Hobbyimkers en boerenfamilies kunnen eenvoudig aan eigen honing komen; zwermen beheersen; ziektes bestrijden.


De kast zoals Langstroth hem tekende voor zijn boek in 1853/1857. De feitelijke kasten die in gebruik komen zien er minder gecompliceerd uit; zij waren gemakkelijk en goedkoop na te maken; dat zal ook gebeuren. Veel meer dan een hoop ellende heeft Langstroth niet van zijn vinding gehad.

Vóór het einde van 1851 heeft Langstroth zijn nieuwe kast klaar. In het voorjaar van 1852 heeft hij al zijn Bevankasten omgebouwd naar het nieuwe systeem en hij vond buiten Philadelphia een nieuwe en ruime plek voor zijn bijen. Hij nodigt de pers uit om zijn vinding wereldkundig te maken. Pogingen echter om de kast in zijn omgeving geaccepteerd te krijgen stuit op veel weerstand. Hij huurt een timmerbedrijfje in en in de zomer van 1852 heeft hij meer dan 116 kasten, die hij voor het merendeel verkoopt over grote afstanden in Amerika, in afwachting van een patent; hij kan die inkomsten goed gebruiken. Het patent op zijn "beehive" komt af op 5 oktober 1852; patentnummer 9,300. Dan slaat opnieuw zijn ziekte toe; een vervanger vindt hij niet en op een paar volken na moet hij opnieuw alles van de hand doen.


Langstroth gaat opnieuw naar Greenfield en trekt bij zijn zuster (en zwager) in; in zijn oude gemeente kan hij nog de preken verzorgen. Een groot deel van de zomer verblijft hij bij zijn vrouw en beide dochters, die in Philadelphia achterbleven. Het kapitaaltje dat hij met zijn kasten verdiende, vertrouwde hij toe aan een bevriende tandarts om het veilig te stellen; hij zal er niet veel van terug zien. Ene Samuel Wagner had de vertaling in het Engels gereed van het vermaarde handboek van Dzierzon uit 1848; voordat hij evenwel het manuscript bij de uitgever afleverde, hoorde hij van de Langstrothkast; hij zocht Langstroth op, bekeek zijn kast en trok vervolgens de vertaling van het boek van Dzierzon in. Hij haalde Langstroth over zijn bevindingen, zijn kast en methode van bijenteelt in een boek te publiceren. Ook Quinby begreep, dat de Langstroth-box de bijenteelt tot een belangrijke industrie zou opvoeren en drong er eveneens bij Langstroth op aan zijn vinding publiek te maken. Zo begon Lorenzo aan zijn handboek "Langstroth, the hive and the honeybee". De kopieën stuurde hij naar zijn vrouw Anne, die er vlot leesbaar Engels van maakte. Een paar maanden later was het boek klaar. Bij de tandarts viel geen geld meer te halen en zo moest hij het doen met een kleine oplage, waarvoor zijn zwager hem geld gaf. Zo verscheen dit eerste handboek voor bijentelers in het Engels in mei 1853 bij Hopkins, Northampton: "Langstroth; the hive and the honeybee; a beekeepers manual". Het boek wordt nog steeds gebruikt. Zwakke gezondheid en gebrek aan zakelijk instinct (hij had geen idee, wat hij met zijn patent kon doen!) zorgen ervoor, dat Langstroth geen profijt heeft gehad noch van zijn kast noch van zijn boek. Hij had een patent op de kasten maar geen werkplaats om ze te maken; hij had geen PR om ze te promoten. De constructie van de kast was simpel en iedere timmerman, die een voorbeeld had, kon ze namaken; het ontbrak Langstroth aan mogelijkheden om er ook maar iets tegen te doen. In het vervolg zullen wij zien hoe gewiekste zakenlieden ermee aan de haal gaan.

Ligustica1.jpg

In 1853 ontstond er een goede samenwerking tussen Langstroth en Samuel Wagner. Wagner had goede contacten in Europa met name met Dzierzon. Het Ligustica programma van Dzierzon inspireerde beide om samen leiding te geven aan de Amerikaanse bijenteelt. De Ligustica leek de ideale bij om dat voor elkaar te krijgen. Via Wagner is er correspondentie tussen Dzierzon en Langstroth. De eerste bestelling van Langstroth bij Dzierzon mislukt; de Ligustica volkjes, die Dzierzon stuurt, overleven de overtocht niet. De tweede bestelling komt niet bij Dzierzon aan, omdat de brief door de Amerikaanse regering wordt onderschept.

Langstroth-cottage.jpg

Langstroth-cottage in Oxford, Ohio. Het huis is van 1856; het werd in 1859 verkocht aan Langstroth; er lag een lap grond omheen van plm.4 hectare. In de "honingtuin" werden 28 jaar lang Italiaanse bijen gehouden.Het huis is thans onderdeel van de Miami universiteit

In 1858 werd de familie Langstroth weer herenigd en verhuisde naar Oxford in de staat Ohio. Zoon James woonde er in een boerderij. Langstroth´s zwager kocht voor Lorenzo en zijn gezin de prachtige cottage die boven staat afgebeeld. Met Zoon James zette Langstroth er zijn bijenteeltbedrijf op: Langstroth & son. Zij richtten er een bijenbloementuin in: "de honingtuin", waar zij de Italiaanse Ligustica zouden gaan telen . Eromheen kwam een grote appelbongerd, een groot stuk grond met lindebomen; de rest van het gebied werd gebruikt als klaver- en Boekweitveld. Alle voorwaarden voor een bloeiend bedrijf waren nu aanwezig. In het voorjaar van 1859 gaat opnieuw een bestelling voor Ligusticamoeren de deur uit naar Dzierzon; de Amerikaanse regering onderschepte de brief en wilde de "yellow honeybee" zelf exploiteren; een bewijs hoeveel vertrouwen er was om met de nieuwe kast en de nieuwe bij een grootscheepse industrie op te zetten. Dzierzon stuurde 30 volken in boomstamsegmenten; 7 volken overleefden in erbarmelijke conditie de overtocht; de regering moest de hulp van Langstroth inroepen, die er in 2 maanden tijd vitale volken van maakte. In 1860 werden opnieuw een partij moeren verscheept; een scheepslading vol: er komen 2 moeren levend aan. Totale kosten $ 1200,-- per moer. Naderhand werd de verscheping o.l.v. Charles Dadant aanzienlijk verbeterd door de bijen geen water mee te geven. Langstroth & son werden Ligustica- moertelers met een eigen "lijn" in Oxford. Sinds de jaren 1866 werden de moeren per post verstuurd ; zij bleven over afstanden van 2000 km. in leven. Kosten: $ 20,--

Oxfordmoer.jpg

Van de "20 dollar Oxfordmoer" had men hoge verwachtingen: zachtaardig, grote haaldrift, groot broednest al vroeg in het seizoen, ziektebestendig.

Van deze beginperiode stammen vele artikelen in tijdschriften en correspondentie met o.a. Dzierzon. In de zomer was er volop bedrijvigheid. De winters werden meer en meer een hel; Lorenzo werd geplaagd door zware depressies die dusdanige vorm aannamen, dat hij zich van ieder contact moest onthouden; zelfs het aanhoren van het woord "bee" kon hij dan niet verdragen; hij zag grauw en mensen die hem tegenkwamen schrokken van de verandering van deze zo innemende en vriendelijk man. De "nieuwe bijenteelt" had intussen meerdere grote bedrijven aangetrokken:

  • In het Westen van de USA ontwikkelde zich een enorm imkersbedrijf door Otis in Kenosha. Voor Langstroth waren die streken onbereikbaar en hij verkocht de patent licentie voor de Westelijke staten aan Otis. Deze had meerdere agenten in dienst die zelfstandig te werk konden gaan. Zij verkochten diverse soorten kasten en namen daar patent op inclusief de Langstrothkast.
  • In New-York ontstond het enorme bedrijf van Homer King die zich sowieso van het patent van Langstroth niets aantrok en de kast onder eigen licentie verkocht.

Langstroth´s boek komt in 1862 naar Engeland en vindt snel via vertalingen in het Italiaans, Russisch, Pools zijn weg door Europa. Overal duiken nu zijn kasten op, verhandeld onder de naam Langstroth of onder de naam van anderen die zich het patent gewoon toe-eigenen. Menig "uitvinder" is er financieel of in reputatie beter van geworden. Als men Dzierzon, von Berlepsch of andere prominente imkers in Europa als "uitvinder" aanwijst, moet men daarbij bedenken, dat nimmer deze kopstukken zelf de vinding hebben opgeëist. Voor Langstroth zelf werd het hoogtijd iets aan zijn patent te doen. Het patent zou in 1866 aflopen. Om verlenging te bekomen moest hij voor de patentcommissie verschijnen om zijn zaak te bepleiten. Toen de dag aanbrak, was Lorenzo te ziek om zelfs maar de buitenlucht in te kunnen. Zijn vrouw Anne schrijft er een brief over; deze brief gedateerd 25 juli 1866 ligt nog in de archieven van het kantoor; zij geeft een uitvoerige beschrijving van de onstaangeschiedenis van de kast. Het kantoor reageert er niet meer op en het patent van Langstroth verloopt. Deze behandeling van Langstroth is een van de meest onterende feiten uit de annalen van de bedrijfsgeschiedenis. Het vervolg is al even bedroevend: Otis die een belang heeft bij het patent begint een rechtszaak tegen King; Langstroth wordt opgeroepen maar moet wegens ziekte verstek laten gaan; de zaak wordt verdaagd; Otis overlijdt en de zaak is van de baan. Nu begint een hetze van beschuldigingen en scheldpartijen tot op de grote congressen toe. In maart 1871 doet Langstroth verslag hoe King hem "een kunstje" flikte. Vervolgens roept hij alle Amerikaanse imkers op naar King te berichten "welk feit inbreuk zou kunnen doen" op zijn (L´s) patent: "als blijkt, dat ik geen recht heb mij de eerste te noemen, geef ik onmiddellijk mijn claims op". Er meldde zich niemand aan maar King bleef Langstroth achtervolgen met leugens en insinuaties. De geschiedenis van de fraude staat vermeld in de annalen van het patentkantoor; men pleegde er strafbare feiten mee; maar het kantoor heeft er niets tegen ondernomen.

Charles Dadant

Charles Dadant 1817 - 1902 zal de eigenlijke erfenis van Langstroth overnemen. Deze Fransman stak in 1863 naar Amerika over om er wijnbouw te plegen; hij werd een vooraanstaand bijenteler. Hij haalde persoonlijk de ligustica moeren op in Europa en bedacht hoe hij ze heelhuids de oceaan over moest krijgen; hij promoot de Dadantkast die een vervolg is van de Quinbykast en een verbetering van de Langstrothkast.

Langstroth & son maakten nog volop gebruik van twee vindingen die de rationele imkerij verder voorwaarts hielpen: 1858 het kunstraat en 1865 de honingslinger.Dadant en zijn zoon Camille zullen het gebruik ervan enorm promoten. Wegens voortdurende ziekte had Langstroth geen kans gezien zijn boek te herschrijven; er kwamen slechts ongewijzigde herdrukken. In 1880 hielpen Charles en Camille Dadant hem ermee en konden zo mede een eigen stempel drukken op het vervolg; de gewijzigde druk kwam in 1889; verdere drukken werden alle door de Dadant´s gepromoot. De moerimport en moerproductie van de Italiaanse bij bereikt zijn hoogtepunt in 1886 als miljoenen ligustica moeren haar weg krijgen naar de Ver.Staten en Canada. In 1912 wordt de import verboden wegens de Tracheeënmijt. Sinds 1890 is de Langstrothkast algemeen in gebruik; ook dubbelwandig met geïsoleerde tussenruimte; sinds 1900 gebruikt men vooral het Hoffmannraam. De moerteelt krijgt in de Ver.Staten een nieuwe impuls sinds in 1977 de KI mogelijk werd.

De plaatsen waar Langstroth zich bewoog en die genoemd zijn in de tekst

Het leven van Langstroth krijgt een triest vervolg. De Amerikaanse burgeroorlog 1862-1866 breekt uit.

Langstroth vindt de oorlog van het Noorden tegen de slavernij in de Zuidelijke staten rechtvaardig; hij steunt Lincoln en hij stuurt zijn zoon James mee ten strijde. Na de oorlog komt deze met een zware tuberculose thuis en overlijdt in 1870. Kort daarvoor was Langstroth tot erevoorzitter benoemd op het eerste grote imkercongres in de U.S. Het overlijden van zijn vrouw Anne in 1874 betekent voor Lorenzo Langstroth het einde; hij is nu 64 en moet zijn bijen opgeven.

In 1887 gaat hij bij zijn dochter wonen in Dayton; De omgeving kent hem daar als de gemoedelijke bijenvader; hoewel kinderen in de 19e eeuw terugschrikken voor de strenge blik van een Calvinistische dominee, hebben zij geen moeite deze bijenman aan te spreken; hij stelt ze op hun gemak en legt hen allerlei uit over de bijen. ´s zondags verzorgt hij de preek in de kerk. Als laatste contact met de imkerijwereld woont hij in 1895 nog het grote congres in Toronto, Canada, bij en wordt daar zeer geëerd. Op 6 oktober van datzelfde jaar overlijdt hij, op 85 jarige leeftijd. Hij was net begonnen aan zijn Zondagspreek Het thema van de preek was "De Liefde God´s". Zijn biograaf Eves Root zal over hem schrijven: "Hij was een dichter, een wijze, een filosoof en een humaan mens in een.."


Bronnen