Layens kast

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Omschrijving

Layens02zelf.jpg
achterkant

Georges De Layens (1834 - 1897) introduceerde in Frankrijk als een van de eersten een kast met uitneembare ramen. De door hem ontwikkelde kast heeft een vaste bodem en ramen met direct aan elkaar sluitende toplatten (zie ook de Top Bar Hive).


De Layens kast wordt van boven afgesloten met een deksel die middels scharnieren aan de voorkant van de kast vastzit. Het vlieggat zit onderin midvoor.


Layens wilde in deze kast voldoen aan de door Huber beschreven ruimtebehoefte voor het broednest van een bijenvolk. De ramen van deze kast hebben daarom de tamelijk forse afmeting van 31 x 37 cm.

De verticale latten van deze ramen rusten op de bodem van de kast zodat het gewicht van de ramen niet alleen door de oortjes van de ramen wordt gedragen.


voorkant (colmena = bijenkast in't spaans)

In de Layens kast staan de ramen in koudbouw. Het broednest van normaal gesproken 9 ramen zit daarbij in de midden. De honing wordt geoogst vanuit de ramen aan de beide buitenkanten. In de winter wordt het broednest door ingeplaatste wanden van de rest van de kast afgeschermd.


De standaard Layens kast heeft zo'n 14 ramen, maar er zijn ook Layens kasten tot wel 24 ramen breed, en voor kleine volken zijn er ook smallere.


Voordelen:

  • De koningin blijft in het broedgedeelte en gaat nimmer elders leggen. Wat dat betreft geen moerrooster nodig
  • Door vast bodem gemakkelijk verplaatsbaar.

Nadelen:

  • De zware en daardoor moeilijk hanteerbare ramen.
  • De kast heeft een vaste grootte en kan niet flexibel worden uitgebreid (zoals bij verticale kasten wel kan).
  • Je laat, in verhouding tot andere kasten, veel honing aan de bijen.


Hurpin02kaft.jpg


In 1941 publiceert Jean Hurpin "La ruche de Layens modernisée" waarin hij een modernere versie van de Layens kast publiceert.

Doorsnede van de Jean Hurpin versie van Layens. Hier is tevens te zien dat Hurpin de honingramen niet alleen korter maakt, maar ook op grotere afstand (45 mm) van elkaar en het broednest zet. Hurpin beoogt aldus een barrière voor de koningin te vormen, zodat deze geen eitjes in de honingramen zal leggen.

Hij maakt de honingkamerramen aan de zijkanten korter (31 x 20,9 cm), en sluit de hierdoor overblijvende ruimte aan de onderkant simpelweg af. Ook zet hij de kast op pootjes, en plaats hij de vliegplank ("planche de vol") iets verder naar onder. Aldus wordt het bijna meer een soort van meubelstuk (zie de foto op het kaft links).

Jean Hurpen verandert niets aan het grote broednest, dat blijft onveranderd de kern van de Layens kast. Als je elk van de honingramen voor de helft meetelt blijft ook de totale raat-inhoud van de kast hetzelfde als de 14 ramen van het origineel van Layens.


De hierboven vermelde raammaten zijn niet geheel uniform. Er wordt bijvoorbeeld ook melding gemaakt van Layens raammaten van 35 x 30 cm (broedkamer) en van 31 x 18 (honingkamer).


Bij modernere versies van de Layens kast is er ook sprake geweest van honingkamers bovenop het broednest. Dit valt op te maken uit "L'Apiculture Pour Tous" van Abbé Warré (die in genoemd boek o.a. beschrijft dat hij de Warré kast heeft ontwikkeld na eerst ervaring met verschillende andere kasten te hebben opgedaan, waaronder ook - modernere versies van - de Layens kast - met een honingkamer er bovenop).


Datering en Voorkomen

Deze kast wordt sinds het eind van de 19e eeuw gebruikt in Frankrijk ("Ruche Layens"), maar wordt vooral nog steeds volop gebruikt in Spanje ("Colmena Layens"). Dat laatste vooral omdat het een gemakkelijk naar verschillende drachten te vervoeren kist is.

Een opstelling van "Colmena Layens" in Spanje


Navigatie