Mierenzuurbehandeling

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Bij een mierenzuurbehandeling wordt er mierenzuur in de bijenwoning gebracht ter bestrijding van de varroamijt. Het mierenzuur doodt de varroamijt middels aantasting van diens ademhalingsstelsel. Omdat mierenzuur deel uitmaakt van de stofwisseling van de varroamijt is de kans gering dat de varroamijt een resistentie tegen mierenzuur zal ontwikkelen.

In tegenstelling tot veel andere bestrijdingsmiddelen tegen de varroamijt dringt mierenzuur ook door tot in het gesloten broed zodat ook daar de mijt wordt gedood.


Gevolgen voor de bijen

Voor een effectieve bestrijding van de varroamijt is het van belang dat er een voldoende hoge concentratie van de mierenzuurdamp voldoende lang in de kast aanwezig is. Helaas ligt die concentratie niet erg ver van de concentratie die gezonde volwassen bijen kunnen tolereren. Juist een effectieve (varroa-dodende) mierenzuurbehandeling gaat daarom helaas vaak ook gepaard met sterfte van open broed (met name bijenlarven) en (de zwakste) volwassen bijen.

Een te hoge concentratie mierenzuur gaat gepaard met het leeglopen van de bijenkast (de bijen vluchten). Dit kan ook het (al dan niet tijdelijke) gevolg zijn van het niet geleidelijk maar plotsklaps toedienen van een wel juiste dosering mierenzuur.

Nabij de bron van het mierenzuur zal de concentratie mierenzuur het grootst zijn. Om de sterfte aan bijenlarven te minimaliseren is het verstandig om zoveel mogelijk afstand te hebben tussen die bron en het broednest[1]


Factoren die de effectiviteit van een mierenzuurbehandeling beïnvloeden

De volgende factoren zijn van invloed op de verdamping en/of de concentratie van mierenzuur in de bijenkast:

  • De temperatuur.
    • Mierenzuur verdampt bij 30°Celsius zo'n 15x sneller dan bij 10°Celsius.
    • Zowel de warmte van gesloten broed (dat door de bijen op 35° Celsius wordt gehouden) als een voldoende hoge buitentemperatuur dragen bij aan een grotere verdamping van het mierenzuur. Buitentemperaturen van boven de 25°C zijn daarentegen te hoog. De acceptabele minimale buitentemperatuur verschilt afhankelijk van de toegepaste manier van mierenzuurbehandeling.
    • Als het warm is zullen de bijen meer ventileren (en dus mierenzuur naar buiten transporteren). In dat geval kun je de behandeling wellicht beter even uitstellen. In plaats daarvan kunt je ook de dagelijks te verdampen hoeveelheid mierenzuur naar boven bijstellen.
  • De relatieve[2] luchtvochtigheid.
    • Bij een hogere relatieve luchtvochtigheid is de verdamping minder dan bij een lagere relatieve luchtvochtigheid.
  • De grootte van de bijenwoning
    • Om dezelfde concentratie te verkrijgen moet er in een grotere bijenkast uiteraard meer mierenzuur worden verdampt dan in een kleinere.
  • De grootte van het verdampingsoppervlak van de gebruikte verdamper.
    • Verschillende verdampers hebben een verschillend verdampingsoppervlakte. Zo heeft de Liebig verdamper een klein verdampingsoppervlakte zodat deze verdamper een hogere binnentemperatuur nodig heeft dan verdampers met een groter verdampingsoppervlakte.
  • De gebruikte concentratie mierenzuur.
    • In de handel zijn zowel oplossingen met 60-65% als met 85% mierenzuur te koop. Uiteraard hoef je, onder verder gelijke omstandigheden, van een oplossing met 85% mierenzuur minder te verdampen dan van een oplossing met 60-65% mierenzuur. Met behulp van een oplossing met een hogere concentratie mierenzuur zal sneller meer mierenzuur verdampen. De verschillen tussen de bij de verschillende mierenzuurbehandelingen verdampers voorgeschreven hoeveelheden zijn ten dele op deze verschillende concentraties terug te voeren.
    • Het verdunnen van een concentratie mierenzuur van 85% naar 60% is een gevaarlijke handeling. Het is daarom aan te bevelen om de 60% concentratie kant en klaar in de winkel aan te schaffen. Wil je het wel zelf maken:
      • Zorg dat je volledig in zuurbestendige kleding (bijvoorbeeld regenkleding) bent gehuld, met daarbij laarzen, plastic handschoenen en een gezichtsmasker.
      • Giet de 85% mierenzuurconcentratie in het water en niet andersom. Giet je het water wel bij de 85% mierenzuurconcentratie) dan loop je kans op een explosie!!
        • Voor 1 liter 60% mierenzuur is 294 milliliter water nodig waarin 706 milliliter 85% mierenzuur wordt gegoten.
        • Als je in 0,4 liter water voorzichtig 1 liter 85% mierenzuur giet dan verkrijg je 1,4 liter 60,7% mierenzuur.
  • De aanvoer van nectar of suikerwater.
    • Als de bijen de bijen nectar of suikerwater moeten indikken zullen ze ook veel ventileren. Ook dan is het beter om even met de mierenzuurbehandeling te wachten totdat het meeste suikerwater is verzegeld.
  • De aanwezigheid van nog niet verzegelde honing/nectar/suikerwater. Mierenzuur lost in water op. Zolang honing/nectar/suikerwater nog niet luchtdicht is verzegeld[3] zal er dus ook mierenzuur in deze honing/nectar/suikerwater trekken. Dit heeft de volgende nadelen:
    • De (varroa dodende) concentratie in de lucht vermindert, waardoor de bestrijding minder effectief is. Een effectieve mierenzuurbehandeling start dus pas enige dagen na dracht of voeren van suikerwater zodat de bijen het meeste voer verzegeld zullen hebben voordat de mierenzuurbehandeling begint.
    • Een mierenzuurbehandeling kan de smaak van eventueel nog te oogsten honing beïnvloeden. De smaakgrens voor mierenzuur is per persoon verschillend[4], maar er zijn mensen die de aanwezigheid van mierenzuur al kunnen opmerken als deze boven de 150 mg/kg komt. Dat is een concentratie die gehaald kan worden als de honingbak direct ná de mierenzuurbehandeling wordt geplaatst. Om deze redenen wordt voorgeschreven om een mierenzuurbehandeling pas na de laatste honingoogst te doen[5] of anders de betreffende honing niet te oogsten.


Verschillende werkwijzen en/of hulpmiddelen

Er bestaan verschillende manieren waarop een mierenzuurbehandeling kan worden uitgevoerd. Onderstaand een opsomming:


Welke mierenzuurbehandeling er ook wordt toegepast, in alle gevallen:

  • dient de onderkant van de kast gedurende de behandeling gesloten te zijn om te snelle vervlieging van het mierenzuur te voorkomen,
  • dient de vliegopening wel gewoon geopend te zijn, en
  • dient men zichzelf tegen het mierenzuur af te schermen (middels handschoenen en maatregelen ter voorkoming van inademing).
Om een langere periode boven de maximum tolerantie van de varroa te blijven moet een schokbehandeling een paar keer vlak na elkaar worden herhaald.


Bij de verschillende werkwijzen en/of middelen worden meestal verschillende hoeveelheden te verdampen mierenzuur voorgeschreven. Dit lijkt raar, maar heeft meestal (een van) de volgende verklaringen:

  • Er bestaan zowel zogenaamde schokbehandelingen met herhaaldelijk een hogere concentratie mierenzuur van wel 30 milliliter per volle broedkamer, als langer durende behandelingen met een continue lagere concentratie mierenzuur van 10 tot 20 milliliter per volle broedkamer per dag.
  • In verschillende mierenzuurbehandelingen wordt gewerkt met verschillende concentraties mierenzuur. Ogenschijnlijke verschillen (zoals een voorgeschreven verdamping van zo'n 10-15 milliliter versus een voorgeschreven verdamping van 15-20 milliliter) komen zo vaak neer op ongeveer dezelfde hoeveelheid puur mierenzuur.


Ook in verschillende maanden worden vaak verschillende hoeveelheden te verdampen mierenzuur voorgeschreven. Dit hangt waarschijnlijk samen met de in verschillende maanden heersende verschillende temperaturen, drachtomstandigheden, etc. (waardoor de bijen bijvoorbeeld meer of minder ventileren). Het is waarschijnlijk beter om de verdamping regelrecht op dergelijke factoren te baseren. Verschillende jaren laten immers nogal eens verschillende klimatologische omstandigheden en drachtomstandigheden zien.


Wanneer?

Bij het bepalen welk moment het beste is voor een mierenzuurbehandeling moeten we onder andere rekening houden met de volgende tegenstrijdigheden:

  • Het liefst geef je de varroapopulatie een opdoffer voordat de winterbijen worden gevormd, maar bovendien voer je de behandeling het liefst uit in een periode met minder bijenlarven.
  • Met een langer durende behandeling dood je meer varroa, maar ook meer bijenlarven.
  • De verdamping van mierenzuur gaat het best met voldoende hoge buitentemperaturen, maar de laatste honingoogst is meestal pas na de warmste perioden van het jaar.
  • Na de laatste honingoogst wil je het volk voeren en wellicht zelfs inwinteren, maar dan is een mierenzuurbehandeling minder effectief omdat het mierenzuur dat via de ventilatie sneller wordt afgevoerd of in het nog niet verzegelde voer gaat zitten.


Op grond van deze overwegingen wordt vaak de volgende aanpak aanbevolen:

  1. Na de laatste honingoogst voer je het volk snel en genoeg om eventuele verhongering te voorkomen.
  2. Je geeft de bijen een paar dagen om het voer te verzegelen.
  3. Je voert een korte mierenzuurbehandeling van hooguit een week uit met continu een voldoende hoge concentratie mierenzuur.
  4. Je wintert het volk in.
  5. Je geeft de bijen een paar dagen om het voer te verzegelen.
  6. Je voert een langer durende mierenzuurbehandeling van zo'n twee weken uit met continu een voldoende hoge concentratie mierenzuur. Inmiddels profiteer je van de voerkoepel die er is ontstaan tussen de bron van het mierenzuur en het broednest dat inmiddels kleiner is dan eerder in het jaar. Bovendien zullen er inmiddels minder kwetsbare bijenlarven zijn.


Voetnoten

  1. Aan de andere kant, voor een optimale verdamping van het mierenzuur moet de gekozen verdampingsconstructie vaak juist boven het broednest worden geplaatst, omdat het daar het warmst is. Dit geldt overigens niet (in gelijke mate) voor alle verdampingsconstructies.
  2. Warme lucht kan meer vocht bevatten dan koude lucht en zal bij een gelijke hoeveelheid vocht in de lucht dus droger zijn dan koude lucht. Het begrip 'relatieve luchtvochtigheid' geeft weer hoeveel vocht er in de lucht zit is relatie tot de hoeveelheid vocht die er - bij die temperatuur - in zou kunnen zitten.
  3. Broed wordt in het popstadium ook verzegeld, maar dat is niet luchtdicht.
  4. De minimaal geproefde dosis verschilt maar liefst van 150 - 600 mg/kg.
  5. Bij de eerstvolgende honingoogst in het nieuwe jaar zal het mierenzuur inmiddels nagenoeg geheel zijn verdwenen.