Mini-plus

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Mini-plus met dikkere en dunnere ramen.
Mini-plus broedraam. Je ziet ook eens stukje onderbouw.
Mini-plus kastjes boven elkaar op een zelfgemaakte bodem.

De mini-plus is een bevruchtingskastje dat echter het hele jaar rond bijen kan bevatten. Er kunnen daarom ook reserve-koninginnen in worden gehouden, en er kan ook in worden overwinterd. De mini-plus hoeft dus niet noodzakelijk elk jaar opnieuw te worden opgestart en afgebroken.


De mini-plus is gemaakt van het isolerende EPS (van ongeveer 90 gram/liter), en bovendien is het kastje bijna vierkant waardoor het de warmtebehoudende bolvorm dicht benaderd. Volkjes in een mini-plus kunnen hierdoor heel snel groeien.

Eén mini-plus bevat 6 raampjes die elk de grootte hebben van een half Dadant-Blatt-honingkamerraam.[1]. Men spreekt ook wel over een grootte van een kwart Dadant-Blatt, maar dan betreft het het Dadant-Blatt broedkamerraam[2].

Door deze grootte van de mini-plus wordt een pas bevruchte koningin veel minder in haar eileg belemmerd dan bij andere bevruchtingskastjes. Dit komt haar kwaliteit ten goede.

Het voerbakje zit in de mini-plus in de bodem. Die bodem is eveneens voorzien van een luchtrooster.


Omdat de mini-plus groter is dan andere bevruchtingskastjes, moeten er bij het opstarten meer bijen in worden gedaan: een volle voerbak, één of twee ramen voer, twee ramen met gesloten broed, aangevuld met ramen voorzien van kunstraat en tenslotte een 250 gram bijen (een yoghurtbeker vol)[3].

Zodra de broedkamer geheel is bezet (en de jonge koningin niet verder kan met de eileg), zijn er legio vervolgmogelijkheden, onder andere:

  • Je voert de koningin van de mini-plus in in een ander volk door de mini-plus met dat andere volk te verenigen. Zodra de koningin onderin bij dat andere volk zit kun je onder de mini-plus aanbrengen. Na 21 dagen is al het werksterbroed uitgelopen en kan het kastje worden verwijderd.
  • Je doet de koningin in een zesramer, en veegt daar de bijen bij[4]. Het lege kastje (met voer en ramen broed) zet je gewoon bovenop een ander mini-plus kastje.
  • Je laat het volkje verder groeien in de mini-plus: je plaatst er een extra mini-plus zonder bodem bovenop die gevuld is met ramen kunstraat en wellicht een reeds uitgebouwd raam.


Om een volkje in een mini-plus te overwinteren dient het voervakje te worden afgesloten omdat deze anders volloopt met condenswater waarin de bijen kunnen verdrinken. Het luchtrooster wordt geopend en pas weer bij de eerste voorjaarsinspectie weer dichtgemaakt. Een volkje worden bij voorkeur in drie mini-plus kastjes overwinterd, maar twee kan ook. Voor de mini-plus bestaan passende voerbakken waarmee 2,5 liter suikerstroop in één keer gegeven kan worden. Er wordt tenminste 8 liter gegeven. Hierna wordt de eventueel aanwezig plastic folie vervangen door een dekplank van zachtboard. Op het deksel wordt een steen gelegd.


De mini-plus heeft de volgende zwakke kanten:

  • Het is vrij lastig om de vliegopening open, dicht of kleiner te zetten.
  • De ruimte tussen het deksel en de bovenkant van de raampjes is groter dan de bijenruimte waardoor die raampjes aan het deksel worden vastgebouwd.
    • Je kunt veel verstoring voorkomen door het gebruik van een plastic folie bovenop de ramen.
  • De ruimte tussen de onderste lat en de bodem is te groot waardoor de bijen daar ook onder de raampjes gaan bouwen.
    • Dit kun je bijvoorbeeld ten dele[5] oplossen met een inlegplank met darrenrooster waarbij je alleen de de onderingang open laat. Dit is bovendien een goede oplossing op bevruchtingsstations (waar immers geen vreemde darren worden geduld).
  • De mini-plus heeft meer ruimte dan voor 6 raampjes nodig is. Hierdoor loop je de kans dat niet alle ramen even dik worden uitgebouwd wat het uitwisselen van de ramen flink lastiger kan maken[6]. Deze extra ruimte heeft bij aanvang wel als voordeel dat er gemakkelijk een invoerkooitje of een nog gesloten moerdopje tussen de ramen kan worden geplaatst.
  • Op sommige plaatsen is het EPS te dun om goed te isoleren waardoor condens ontstaat. Bovendien is de groene specht er ook zo doorheen.


Navigatie


Literatuur

  • Meine Erfahrungen mit der Mini-plus-beute door Georg Prestrich te Bodelshausen. DIZ 7/2002, p. 12. Vertaling Frans 't Hoen in Bijen april 2005.


Voetnoten

  1. Aan het eind van het seizoen kun je deze ramen dus per 2 aan elkaar monteren en als honingkamerraam in een Dadant-Blatt honingkamer plaatsen.
  2. Als je de raatjes uit de mini-plus-raampjes snijdt dan kunnen er vier van in een Dadant-Blatt-broedkamerraam.
  3. Frans 't Hoen. Mijn ervaringen met het mini-plus-kastje. Bijen april 2005. Betrof een vertaling van: Georg Prestrich te Bodelshausen. Meine Erfahrungen mit der Mini-plus-beute, DIZ 7/2002, p. 12.
  4. Die zesramer wordt daartoe vooraf gevuld met een raam voer, een raam verzegeld broed en vier ramen met kunstraat. De bijen uit de mini-plus zullen bij aanvang zo'n twee ramen van de zesramer bezetten.
  5. Er kan dan nog steeds wel onderbouw in de voederbak plaatsvinden.
  6. Ook het toepassen van de mogelijkheid - om 2 (4) van dergelijke ramen (raten) in een Dadant-Blatt honingkamer (broedkamer) raam te plaatsen - kan hierdoor worden belemmerd.