Nosema ceranae

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Er bestaan 2 varianten Nosema, te weten Nosema apis en Nosema ceranae.

De Nosema ceranae werd pas in 1994[1] voor het eerst beschreven. Dat was echter niet in onze westerse honingbij (Apis mellifera), maar in de aziatische honingbij (Apis cerana). Lang is gedacht dat Nosema ceranae strikt met deze Apis cerana verbonden was, maar in 2005 werd Nosema ceranae ook gevonden in Apis Mellifera volken in Taiwan[2] en Spanje[3]. De Spaanse bevindingen toonde daarbij dus ook Nosema ceranae aan buiten het verspreidingsgebeid van de Apis cerana!


Door de komst van Nosema ceranae is het ziektepatroon van de Nosema veranderd. Nosema apis heeft twee typische pieken, in het voorjaar en in het najaar. In de winter en in de zomer worden praktisch geen Nosema apis infecties gemeld.

In Spanje, in het Centro Apicola Regional (CAR) laboratorium van M. Higes, werden tot 2002 de meeste Nosema besmettingen ook in de lente en herfst gevonden maar vanaf 2003 veranderde dit. In 2005 was er geen seizoensinvloed meer te vinden! Gedurende het hele jaar kunnen Nosemasporen gevonden worden.

In de monsters van 2005 en 2007 uit Spanje, Frankrijk, Zwitserland en Duitsland bleek dat de meeste besmettingen inmiddels Nosema ceranae betrof. Slechts in een klein deel werd alleen Nosema apis gevonden, en in een paar gevallen werden beide Nosema soorten gevonden. Dit bevestigt het beeld, dat ook al in de USA is geconstateerd: Nosema ceranae lijkt Nosema apis te verdringen.


Nadat Nosema cerenae in 2007 voor het eerst in Nederland werd geconstateerd werden in 2008 ook in Nederland 170 imkers bezocht en zijn van 850 volken monsters genomen en onderzocht. Uit dit onderzoek bleek dat toen al nog maar 10% van de volken met Nosema apis besmet was en 87% van de volken met Nosema cerana. Slecht 10% van de monsters was niet besmet met het ene of het andere Nosema.


Wat Nosema ceranae precies in het lichaam van de honingbij doet weten we nog niet. Daarvoor is de ziekte nog te kort bekend. Laboratoriumtesten[4] toonden aan dat na het voeren van gezonde jonge bijen met sporen van Nosema ceranae 80% van de ventriculuscellen besmet was. In de ventriculuscellen werd de levenscyclus in drie dagen voltooid en werden weer nieuwe sporen gevormd die deels het lichaam verlieten en deels nieuwe cellen van de ventriculus besmetten. De bijen die met Nosema ceranae gevoerd werden waren binnen acht dagen allemaal dood.

De praktijk lijkt minder dramatisch te zijn. Ondanks het feit dat in de volken in de USA en in Europa al veel meer Nosema ceranae voorkomt dan Nosema apis zijn niet alle bijen meteen dood gegaan, ook niet die besmet zijn met Nosema ceranae. Toch moet er ernstig rekening mee gehouden worden dat Nosema ceranae, naast Varroa destructor een serieuze risicofactor is voor het bijenhouden.

Maatregelen

Zie Nosema.

Voetnoten

  1. I.Fries, F.Feng, A.daSilva, A.Slemenda, S.B.Pieniazek. Nosema ceranae n.sp. (Microspora, Nosematidae), morphological and molecular characterization of a microsoridian parasite of the Asian honey bee Apis cerana (Hymenoptera, Apidae), European journal of protistology (32, 1996): 356-365.
  2. Wei-Fone Huang, Jing-Hao Jiang, Yue-Wen Chen, Chung-Hsiung Wang. A Nosema ceranae isolate from the honeybee Apis mellifera. Apidologie (38, 2007): 30-37.
  3. M.Higes, R.Martin, A.Meana. Nosema ceranae, a new microsporidian parasite in honeybees in Europe. Journal of Invertebrate Pathology (92, 2006): 93-95.
  4. M.Higes, P.Garcia-Palencia, R.Martin-Hernandez, A.Meana.Experimental infection of Apis mellifera honeybees with Nosema ceranae (microsporidia). Journal of Invertebrate Pathology (94, 2007):211-217.

Navigatie