Oostindische kers

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

(Latijnse naam: Tropaeolum majus)

Die kleurenpracht doet je bijna zeer aan je ogen.
Ook prachtige bladeren.

Omschrijving en kenmerken

De Oostindische kers is een eenjarige plant met zowel kruipende laagblijvende als klimmende rassen. Een klimmende variant door een heg geeft door de bloemen vaak een grappig effect. De Oostindische kers is een gemakkelijk te houden plant die via zaden jaren op dezelfde lokatie stand kan houden. Op een arme grond krijg je meer bloemen, en op een rijke grond meer bladeren.


De naamgeving van de Oostindische kers is echter op alle fronten verwarrend:

  • De plant komt van oorspong niet uit Oost-Indië, maar uit Zuid-Amerika (Bolivia, Peru, Colombia). Net zo'n vergissing als 'indianen'?
  • Het 'kers' is de naamgeving komt waarschijnlijk door de scherpe smaak die in het Engels 'cress' en in het Duits 'Kresse' heet.


Zowel de bloemen, de bladeren als de zaden zijn met een licht peperige smaak eetbaar. Ook bladluis en de rups van het klein- en groot koolwitje weten de Oostindische kers hogelijk te waarderen. Zelfs zodanig dat de Oostindische kers goed kan worden gebruikt om deze van andere planten weg te houden. Slakken hebber er helaas een hekel aan.


De kelkbladeren (geel tot rood, en ook in bonte schakeringen) hebben aan de basis openingen waardoor onze honingbij de bloemen ook vaak via de onderkant benadert en verlaat.


  • Bloeiperiode: juli tot vorst
  • Grootte: tot 250 centimeter lang/hoog
  • Bevlieging door honingbijen: (np)3 (maar als de planten vlakbij een bijenstal staan, dan kan het wel (np)5 zijn)


Verwijzingen en bronnen