Raad-tweeling

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Omschrijving

Tekening van de Raad-tweeling

De Raad-tweeling werd al voor 1933 door Chr.H.J.Raad ontwikkeld om optimaal te kunnen profiteren van Alley's Trap. [1] [2]


In een Raad-tweeling kunnen twee volken, waarbij elk volk een eigen broedkamer conform de "gewone" Raad-kast heeft. Daarnaast bestaat de Raad-tweeling uit:

  • twee hoge honingkamers (op elke broedkamer één), en
  • een dubbele honingkamer met twintig raampjes (passend boven beide broedkamers tegelijk).


Het opmerkelijkste / belangrijkste onderdeel van de Raad-tweeling is echter het schot dat tussen beide broedkamers in zit. In dit tussenschot zitten 2 typen afsluitbare openingen:

  • een opening bij de bodem waardoor er bijen van de ene naar de andere broedkamer kunnen, en
  • een grote opening afgedekt met gaat waardoor er alleen uitwisseling van lucht kan plaatvinden.


De bijpassende methode

We overwinteren één volk in de linkse broedkamer, de rechtse is leeg, alle openingen in het tussenschot zijn gesloten. Spoedig na de reinigingsvlucht sluiten we het linkse vlieggat door de vliegplank omhoog te klappen; we openen het inwendige vlieggat en wennen het bijenvolk er dus aan om het rechtse vlieggat te gebruiken.

Nu komt de zwermtijd. We plaatsen onze koninginneval voor het rechtse vlieggat; zodra de zwerm afkomt, houdt de val de moer gevangen. Terwijl de zwermbijen rondzwermen, openen we het dak van de Raad-tweeling. Slechts vier handelingen hebben we nu te verrichten:

  1. we klappen de linkse vliegplank omlaag; dit geopende vlieggat stelt vele bijen in staat zich nog bij den rondvliegenden zwerm te voegen;
  2. we sluiten het inwendige vlieggat, waardoor we beide broedkamers scheiden;
  3. we hangen in de rechtse broedkamer tien raampjes met raten of kunstraat;
  4. we openen het schuifje in de koninginneval om de moer in de rechtse broedkamer te laten gaan, waar zich weldra de terugkerende zwermbijen bij haar voegen. Het linkse volk verliest alle haalbijen aan de zwerm rechts en zwermt niet voor de tweede keer.


Tijdens de bloei van de heide kunnen we, door het plaatsen van de broedramen in warme bouw achter in de kast raathoning winnen. Vóór de inwintering stellen we alle ramen weer in koude bouw.


Daarna komt weer het nieuwe voorjaar. Stel, dat half April beide volken vijf ramen met broed bezitten. Nu vangen we rechts de oude koningin uit. Gedurende minstens 24 uur halen we de grote schuif in het tussenschot omhoog, waardoor de volken dezelfde lucht krijgen. Daarna verenigen we beiden als volgt tot een zeer sterk volk: de vijf raten met broed links laten we in dezelfde volgorde staan; ook de jonge koningin blijft op haar plaats. De raten zonder broed nemen we uit; hiervoor in de plaats komen de vijf broedraten van rechts. We leggen het koninginnerooster; en hierboven komt de honingkamer met de tien overige raten.

De rechtse broedkamer is nu weer leeg. We openen het inwendige vlieggat en sluiten het linkse. Binnenkort is het hele reuzenvolk gewend het rechtse vlieggat te gebruiken en hebben we dus enzelfden toestand als het vorige jaar. Maar... met een reuzenvolk, dat er op los gaat!


Hiermee zijn echter alle mogelijkheden met onze tweelingkast nog lang niet uitgeput. In plaats van een moer uit te vangen, kunnen we ook beiden volken dezelfde lucht geven door de schuif in het tusschenschot open te trekken. We vereenigen de volken niet en openen ook niet het inwendige vlieggat. Beide moeren gaan door met eieren leggen in haar eigen broedkamer. Op de broedkamers leggen we moerroosters en stellen daarop de dubbele honingkamer met twintig ramen, waarin de twee volken gezamenlijk aan het werk gaan. Zodra de honingdracht ten einde loopt dient men de volken, om geen moer te verliezen, alsnog te scheiden.


Werkbeschrijving van het tussenschot

Tekening van het tussenschot

Het tussenschot bestaat uit drie plankjes van 10 mm dikte, rondom aan elkaar verbonden door 30 mm brede latjes. De totale dikte wordt aldus 90 mm. Het middelste plankje steekt 20 mm boven de rest uit. We zagen er dicht bij de achterkant een hap uit van 180 X 180 mm en maken door een paar sponningen van reepjes bladzink van het uitgezaagde stuk een schuif, welke het gat openen en sluiten kan. Ook in de beide buitenste plankjes zagen we op dezelfde plaats een ongeveer even groot gat, waarover we metaalgaas spijkeren.

Ten slotte zagen we uit de onderkant van het gehele tussenschot een rechthoekige dorgang van 15 mm hoog en ongeveer 120 mm breed, dicht bij den voorkant van het schot. Dit is het "inwendige vlieggat". Daarvoor brengen we een zinken schuifje aan, waarmee we het dus kunnen openen of sluiten. Aangezien deze schuifjes tamelijk onderaan zitten is het handig als het gehele tussenschot uitneembaar is (door het bijvoorbeeld in een inkeping in de beide tegenoverstaande binnenwand te kunnen laten glijden).


Voetnoten

  1. Mellophilia. Excursie naar het Gooi door de Afd. Kennemerland. Maandschrift Bijenteelt, augustus 1934
  2. Chr.H.J. Raad. De enkele Raad-kast en de Raad-tweeling. Maandschrift Bijenteelt, april 1940


Navigatie