Raat

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Dwarsdoorsnede van een stukje raat met bijenlarfjes.

Bijenraat bestaat uit een middenwand met haaks daarop (in V-vorm) aan beide zijden cellen in een zeshoekige vorm, en wordt door de bouwbijen (met behulp van hun bovenkaken[1] en hun poten) gemaakt met bijenwas.

De raat dient als kraamkamer voor het broed of als opslagplaats voor honing of stuifmeel. Cellen met rijpe honing of poppen worden afgesloten met een wasdekseltje.

Bij natuurbouw zijn de bovenste cellen in een raat groter zijn dan de cellen onderin[2].

Er bestaat daarnaast een onderscheid tussen werksterraat en darrenraat. Onder bepaalde omstandigheden zijn er op de raat tijdelijk ook nog moerdoppen of redcellen aan te treffen.


Steeds oudere, steeds donkerdere raat.

Verse raat is wit. Later wordt het geel, en nadat er een flink aantal malen broed in heeft gezeten wordt de raat steeds donkerder bruin van kleur. Dit komt doordat elke uitlopende bij een dun vliesje van de verpopping achterlaat. Bovendien wordt het celletje voorafgaand aan het volgende gebruik met behulp van propolis weer proper gemaakt. Hierdoor worden de cellen niet alleen steeds donkerder, maar uiteraard ook steeds kleiner. Tussen die alsmaar toenemende laag vliesjes kunnen zich ook steeds meer potentiële ziekteverwekkers ophopen. Zonder ingrijpen van de bijenhouder resulteert dit in steeds kleinere bijen en bijenziekten.

In de natuur wordt dit opgelost doordat de volken kunnen kaalzwermen (alle bijen gaan dan met de laatste nazwerm mee). De te slechte kwaliteit van de raten kan daar zelfs de reden zijn tot trekzwermen[3].

De achtergelaten raten worden opgepeuzeld door de larven van de wasmot waarna uiteindelijk weer een mooie schone holte resteert voor een eventuele volgende bijenbewoning.

De bijenhouder bootst dit afstoten van oude raten na via het toepassen van enige vorm van raatvernieuwing.

Een en ander betekent echter niet dat de bijenhouder elk raam dat de bijen niet meer direct nodig hebben (zoals een geslingerd honingraam na afloop van de dracht) zomaar weggooit of smelt. Overtollige, maar nog niet of nauwelijks bebroede ramen worden met enig beleid opgeslagen en hergebruikt.


Gerelateerde informatie


Voetnoten

  1. Onze honingbij heeft nauwelijk een onderkaak die bovendien is vergroeid met de onderlip om samen de slurf te vormen. Zie de anatomie van onze honingbij.
  2. http://beenatural.wordpress.com/observations/natural-comb/
  3. Trekzwermen komen bij onze noordelijke ondersoorten echter veel minder voor dan bij de zuidelijker ondersoorten van onze Apis mellifera.