Reformkast

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Onderstaande omschrijving betreft een artikel uit een exemplaar van het geïllustreerde weekblad voor land- en tuinbouw "De Veldbode" uit 1915. Betreffend artikel gaf indertijd ook al aanleiding tot een bespreking van deze kast in het maandblad van de VBBN. [1]


Omschrijving

Toen de losse bouw in ons land haar intrede begon te doen, meenden tal van bijenhouders de imkerswereld te moeten verrassen met een nieuwe bijenwoning.

Toch bleken deze uitvindingen onpractisch en de kasten "nauw verschenen, gingen gauw weer henen”.

Hun eenige reputatie bleef nog, dat ze hoogstens geschikt waren voor brandhout.

Uit het buitenland werden sommige kasten ingevoerd, die elders te goeder naam en faam bekend stonden.

Toch zijn ook van deze al weer enkele verdwenen, zooals de Berlepsch, de Dathe en andere kasten.

Behalve eenige Duitsche kasten heeft het Amerikaansche en in hoofdzaak het Engelsche systeem zich gehandhaafd en daaruit is met eenige wijzigingen de Simplex-kast ontstaan, welke de heer KELTING in den handel brengt.

Zeer zeker heeft ook de heer BEIL hard gewerkt om het bijenwoningvraagstuk op te lossen.

Hield de eerste het oog gevestigd op Amerika en Engeland, de laatste bleef meer de richting door Duitschland aangegeven.

Van een zuiver oorspronkelijke kast is in ons land geen sprake.

De Reformkast van C. Klumpenaar te Veenendaal.

Wie de bijenteelt in ons land wil bevorderen, moet op een vrij standpunt staan en niet uitsluitend één kast aanbevelen.

En toch gebeurt dit door mannen, die in de imkerwereld veel invloed uitoefenen.


Daardoor wordt de arbeid van sommigen, wier verbeteringen geheel in den ban zijn gedaan, totaal verlamd terwijl degene die steeds opgehemeld wordt, niet meer wordt geprikkeld om te verbeteren.

We herinneren ons een gedeelte van een bijensprookje (dat we later in zijn geheel willen vertellen), waarin o.a. voorkomt, hoe de wijze bijenmoeder alle zwakke arbeidsters steunde, hoe ze de bescheidene naar voren wist te brengen en de heftige twist te kalmeeren, hoe ze wist op te wekken tot energie en den verlammenden invloed ontnam aan alles.wat met zichzelf zoo ingenomen was of te vroeg op lauweren ging rusten, enz.

Die wijze bijenmoeder wist alle krachten te benutten en leiding te geven en te onderhouden.

Aangespoord door haar voorbeeld meenden we de opduikende krachten van hand en hoofd in onze imkerswereld niet te moeten negeeren, maar de aandacht er op te vestigen en te steunen.

't Zijn op allerlei gebied lang niet altijd de geleerden geweest, die de uitvindingen en de verbeteringen hebben gebracht.

Zeer veel is te danken aan het practisch inzicht van handwerkslieden en ook op 't gebied der bijenteelt is dit eveneens zoo.

Wij herinneren ons, hoeveel de bijenteelt heeft te danken aan den timmerman MEHRING, al was het maar alleen om van diens uitvinding der kunstraat te gewagen.

Thans vestigen we de aandacht op den arbeid van den heer C. KLUMPENAAR te Veenendaal, die in zijn omtrek als een zeer kundig werkman bekend staat.

Als bijenliefhebber woonde hij trouw bij den curcus in bijenteelt, die in 't vorige jaar te Veenendaal werd gegeven.

Daar werd o.a. gezegd, dat de heer KELTING reeds jaren lang in zijn advertentiën bekend maakte, dat de Simplex-kast aan alle eischen voldoet.

De onderdelen van de Reformkast.


De leider van den cursus wees er echter op, dat deze kast bij haar deugden wel gebreken bezit, wat hem door ervaring is gebleken:"

1. Het hout en vooral dat er buitenbakken is te dun waardoor, de kasten te gauw zijn versleten en de buitenbakken haar nodige stevigheid te vroeg verliezen. Vooral de bodem is te dun waardoor de bijen in den winter te koud zitten. Dikwijls krijgt die bodem door krimpen een naad, welke hinderlijk en gevaarlijk is.

2. De kast, is er op berekend, dat zij buiten vrij kan worden opgesteld, zonder stal of afdak. Daarom is het dakje met zink beslagen. Toch wateren die dakjes veelal in, tot schade van het bijenvolk en vooral van de buitenbakken, die van binnen spoedig verweeren en hun kracht verliezen.

3. Het binden der binnenbakken en met een tweede touw de buitenbakken is omslachtig en niet doelmatig. De kleine oogjes in den bodem houden te weinig hout en zijn te zwak. Na eenig gebruik trekt men ze bij het binden los en dan staat men zoo kort voor de reis onnoozel te kijken, omdat die ongelukjes niet spoedig zijn te herstellen. Bovendien lijden de bovenranden der buitenbakken door het binden der buitentouwen.

4. De Simplex‑kast is niet berekend op de nieuwe omhangmethode en hierom alleen was het voorbarig steeds te zeggen, dat deze kast niet te verbeteren is. De nieuwe omhangmethode, door den heer BEIL het eerst bij zijn kast toegepast, zal voor ons land in de komende jaren de methode worden, welke de vooruitgang van den lossen bouw in ons land zeer sterk zal bevorderen. (Tot heden beteekent de losse bouw in ons land nog weinig.) Voor die verbeterde omhangmethode is het in de eerste plaats noodig, dat de kast tijdelijk in 2 zelfstandige ruimten kan gedeeld worden, die toch op elkaar blijven, wat bij BEIL's kast onmogelijk is. Bij de Simplex was het dit tot vóór korten tijd niet, toen een timmerman te Wageningen een lossen bodem maakte, die tusschen twee buitenbakken wordt gelegd en de gewenschte tijdelijke scheiding teweegbracht.

Deze zolder is, eenigszins gewijzigd, door den heer KELTING overgenomen en onder den naam "separator" in den handel gebracht. Toch is ze nog niet doelmatig genoeg. Een groot gebrek bij de Simplex blijft bestaan, daar in deze kast niet van onderen kan gevoederd worden. Dit is noodig, wanneer bij de omhangmethode de tijdelijke scheiding in 2 zelfstandige volken heeft plaats gehad, die boven elkander staan, met den losen bodem er tusschen. Dan toch kan slechts het bovenste volk gevoederd worden en kan men het onderste volk niet met voedsel bereiken, wanneer de nood aan den man komt.

De heer KLUMPENAAR heeft over deze zaken nagedacht en verschillende verbeteringen en veranderingen aangebracht en zijn kast onder den naam reform‑kast in den handel gebracht. Het hoofdsysteem is gebleven, evengoed als de heer KELTING dit overnam van Engelschen en Amerikanen.

De reformkast is een mooi stuk werk, dat, gemaakt uit deugdelijke grondstof, zeker meer dan een menschenleeftijd den “tand des tijds” zal kunnen weerstaan, wanneer de imker voor onderhoud zorg draagt.

De buitenbakken zijn 2½ cm., de binnenbakken 2 cm. dik.

Het dak is van degelijke constructie en steekt over, waardoor inwateren niet voorkomt, wat een behoud voor de kast is.

Op eenvoudige wijze kan het dakje met een hangslotje op de kast gesloten worden, waardoor nieuwsgierige, baldadige of diefachtige bezoekers uit de kast moeten blijven, wanneer deze zonder voldoend toezicht is, bijv. op de heide.

De bodem is dikker en steviger gebouwd, terwijl een practische vliegplank is aangebracht, welke gemakkelijk kan afgenomen worden.

Bij de Simplex ontbreekt de vliegplank geheel.

Toch is zoo'n vliegplank van belang voor de bijen, wanneer ze moé en beladen uit de velden komen aanvliegen en gemakkelijk voor het vlieggat neerstrijken en niet bij de woning neerslaan, vooral bij wind.

Bovendien is de vliegplank voor den imker een groote aantrekkelijkheid.

't Is de groote stoep voor de poort van 't bijenhuis, waarop zich als 't ware een groot deel van 't bijenleven daarbinnen weerspiegelt en waar de imker vele studies kan maken.

Bij de reformkast worden geen touwen gebruikt om de verschillende onderdeelen gedurende het reizen bijeen te houden.

Men steekt echter aan de beide zijkanten der kast tusschen de binnen‑en buitenbakken een ijzeren staafje, dat op den boden in een stevig oog haakt.

Van boven wordt op de bakken een sluitlatje gelegd, dat met 2 vleugelschroeven aan de staafjes wordt bevestigd.

Zoo houdt het sluitlatje de bakken vast op elkander en kan men er geschikt meé reizen.

De lastige touwen zijn bij deze eenvoudige opsluiting vervallen.

Men kan hiermede ook alle kasten reisvaardig maken zoo vroeg men wil, terwijl men met de touwen alleen de binnenverpakking tijdig kan klaar maken, terwijl men met de buitentouwen moet wachten totdat de bijen 's avonds binnen en de vlieggaten gesloten zijn.

Dan valt de schemering en bij een groot getal kasten zit men dan in het donker te binden.

De losse bodem (door sommigen separator genoemd) is bij de reformkast eenvoudig en sterk geconstrueerd.

Zijn grootste verdienste is, dat inwateren onmogelijk is.

Eindelijk moeten we ' nog wijzen op een zeer belangrijke inrichting van de reformkast: de voederinrichting aan den bodem.

Dit is een mooie vinding, waardoor de omhangmetbode is mogelijk gemaakt bij kasten, die van boven worden behandeld.

Wanneer men wil voederen, laat men over de geheele breedte het achterste gedeelte; van den bodem als een deurtje naar beneden draaien (het is met een paar scharniertjes aan het andere gedeelte van den bodem bevestigd).

In de opening, die ontstaat, schuift men het passend voederbakje, dat van binnen met zink is beslagen.

Het bakje kan niet terugloopen en de kans om bij 't voederen bijen dood te drukken is uiterst klein.

De geheele inrichting is eenvoudig en practisch. Op de teekening van de kast in zijn geheel, staat 't voederbakje links en op de afbeelding van de‑onderdeelen der kast staat het rechts.

De reformkast wordt door vakimkers zeer gunstig beoordeeld,en wij twijfelen niet of zij zal steeds meer de aandacht trekken en veel bijdragen tot uitbreiding van den lossen bouw.

Voor de toepassing van de nieuwe omhangmethode is de reformkast bij uitnemendheid geschikt.

Reeds vóór het eindigen van den cursus in bijenteelt te Veenendaal toonde de heer KLUMPENAAR de kast op een der lesavonden, terwijl zij op de bijenmarkt te Veenen­daal veel bekijks had.


Voetnoten

  1. H.Stienstra. "Een nieuwe bijenkast". maandblad van de VBBN maart 1915.


Navigatie