Roverij

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Roverij betreft het roven van honing of suiker van het ene volk door een ander volk:

  • In een periode zonder dracht kunnen zwakke volken (bijvoorbeeld kleine volken, volken waar - n.a.v. zwermverhindering door de imker - alle haalbijen van zijn afgevlogen, of bevruchtingsvolkjes) zomaar leeggeplunderd worden.
  • Gedurende de inwintering kunnen bijen ook suiker gaan roven (en de bijenhouder maar denken dat het volk zo goed opneemt).
    • In zekere zin is er bij roverij in het najaar sprake van versterking van de natuurlijke selectie. De zwakste volken zijn toch al niet in staat om de winter te overleven en door (onvrijwillig) honing te doneren aan sterkere buurvolken worden de overlevingskansen van die sterkere volken vergroot. De populatie Westerse honingbijen als geheel heeft er baat bij. Er zit is echter wel een adder onder het gras: de varroamijt. De in het najaar zwakkere volken hebben die zwakte vaak te danken aan een fikse populatie varroa. Deze kunnen door de roverij overstappen op de berovende bijen en aldus in de sterkere volken terecht komen.


Ook achteraf is roverij vast te stellen. Er zijn dan veel cellen te zien met rafelige randen. Verder ligt er buitengewoon veel mul op de bodem.

Roverij is op de volgende manier te herkennen / vast te stellen:

  • Door het van kast naar kast vliegen van bijen.
    • Om dit gemakkelijker te kunnen vaststellen kun je bij een kast wat wit meel over de uitvliegende bijen strooien.
  • Door de sterke reactie van wachtbijen op voor het vlieggat vliegende bijen.
  • Doordat er bij roverij tot later in de avond (tot het bijna donker is) wordt door gevlogen.
  • De rovers zien eruit alsof ze glad geschoren zijn op het achterlijf. Dit komt doordat ze helemaal nat zijn geworden van de honing die ze hebben geroofd. Ze nemen geen tijd om schoon gelikt te worden, maar gaan snel weer op rooftocht.
  • Na het vliegen (als het donker wordt) de kast sluiten, en dan de volgende morgen kijken of er "vreemde" bijen voor de kast zitten of vliegen.


Oorzaken:

  • Gebrekkige dracht.
  • In verhouding tot het volk te grote (moeilijk verdedigbare) vliegopening.
  • Voeren buiten de bijenstand zodat de bijen het van elders halen (in plaats vanaf bloemen) als het ware wordt aangeleerd.
  • Morsen met voer (maar dat is eigenlijk hetzelfde als het vorige punt).


Maatregelen:

  • Vlieggaten verkleinen.
  • Vliegplank minder toegankelijk maken middels bijvoorbeeld een plukje gemaaid gras.
  • Het rovende volk[1] iets anders te doen geven (door het bijvoorbeeld open te laten staan of met meel te bestrooien).
  • Het rovende volk op afstand plaatsen.
    • Eventueel kun je van te voren een doorschijnende plaat op beroofde kast leggen. De rovers willen zo snel mogelijk naar huis en vliegen tegen die plaat. Na een tijdje (bijvoorbeeld als het aantal rovers niet meer toeneemt) sluit je de kast en verplaats je deze 2 x de Actieradius van de haalbij. Al de rovers neem je op die manier mee en gaan nu voor het beroofde kastje werken.
  • De beroofde kast een aantal dagen overdag sluiten, en daarna de vliegopening zo klein houden dat er slechts één bij tegelijkertijd doorheen kan. Dus hooguit 6-7 mm of zo.
  • Als er sprake is van roverij bij inwinteren: op de dag zo laat mogelijk (en in kleinere hoeveelheden tegelijk) voeren zodat het meeste suikerwater de volgende ochtend al is verwerkt.


In onderstaand filmpje zie je het gedrag van een paar rovende bijen (in een Top Bar Hive).

(Dit filmpje bevat een aan/uit te zetten ondertiteling.)


Voetnoten

  1. Zo nodig te achterhalen met de meelproef.