SMR

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
De resultaten van VSH-gedrag zijn goed herkenbaar aan geopende broedcellen met (1) wit- of (2) paars-rood-ogige poppen. Op deze foto lijken (3) larven wellicht veel op wit-ogige poppen, maar ze verschillen wel degelijk. Op de foto is er ook een (4) bij bezig om een pop 'uit te kauwen'. (Door op deze foto te klikken kun je deze vergroten)

SMR (later omgedoopt tot VSH) is de afkorting van 'suppressed mite reproduction" (oftewel 'onderdrukte mijt voortplanting').

De SMR-bijen werden ontwikkeld door onderzoekers van het amerikaanse Agricultural Research Service, te weten Dr. Prof. Harbo en Haris.

Bij hun werk, dat zeker tien jaar in beslag nam, versterkten ze een bij sommige bijen van nature aanwezige genetische aanleg tot het (waarschijnlijk via reuk) onderkennen en verwijderen van met varroa geïnfecteerde gesloten broedcellen. Dit 'versterken' gebeurt dan door bij opeenvolgende generaties geselecteerde koninginnen (van volken waarbij deze aanleg in hogere mate werd aangetroffen) via kunstmatige inseminatie te voorzien van sperma van geselecteerde darren (uit dezelfde volken).

Deze werkwijze leidt natuurlijk wel tot inteelt. Om dit tegen te gaan werd geïnsemineerd met een spermamengsel van ongeveer 200 darren (terwijl in de natuur wordt gepaard met 'slechts' zo'n 10 - 20 darren).

Later is SMR omgedoopt tot VSH ('varroa sensitive hygiene' oftewel 'varrao gevoelige hygiëne') om zodoende beter tot uiting te laten komen dat het hier gaat om een gedrag van de bij (en niet zozeer van de varroa): poppen met mijten die zijn gestart met het zich voortplanten worden verwijderd, maar alle andere poppen niet.

Door deze verwijdering sterven vooral de jonge varroa (die de cel namelijk niet eerder kunnen verlaten dan nadat ze voldoende volgroeid zijn, en zonder voedsel zal ze dat niet meer lukken). De moeder-varrao overleeft deze pop-verwijderings-actie waarschijnlijk wel, maar heeft geen nageslacht kunnen produceren. Ze zal dat vervolgens wellicht in een andere broedcel opnieuw proberen (en daar dan hopelijk dezelfde behandeling ondergaan).

Bijenvolken waarvan de VSH-koningin vrij in de natuur heeft mogen paren vertonen nog steeds voldoende VSH-gedrag om effectief te zijn. VSH gedrag is niet het gevolg van één recessief of dominant gen, maar van meerdere elkaar aanvullende genen. Hoe meer van deze genen aanwezig zijn hoe meer het gedrag tot uiting komt. Inmiddels zijn VSH F1-koninginnen ook buiten het onderzoek aan de bijenteelt beschikbaar gesteld.


In onderstaand filmpje zie je het VSH-gedrag, en dat de verwijderde pop dan vaak (ten dele) wordt opgegeten.

Op het eind van het filmpje zie je bovendien een varroamijt. Dit is waarschijnlijk de moeder-varrao die de ruiming wel heeft overleefd, maar geen nageslacht heeft kunnen produceren.


Soms wordt specifiek van die werkbijen nageteelt die het VSH-gedrag het meest laten zien. Betreffende werkbijen worden dan gestimuleerd om eierleggende werksters te worden.