Saffierhyacinth

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Puschkinia-scilloides-var-libanotica-01.jpg
Close-up van de kleine bloemetjes.

(Latijnse naam: Puschkinia scilloides var. libanotica)

Omschrijving en kenmerken

Het geslacht Puschkinia bevat slechts 2 soorten (Puschkinia scilloides en Puschkinia peshmenii), en is nauw verwant aan de geslachten Scilla en Chionodoxa (alle drie uit dezelfde subfamilie Scilloideae), maar het verschilt van deze door een uit meel- en helmdraden samengesteld kroontje.

De Puschkinia-soorten bloeien daarbij zelfs eerder dan de scilla en Chionodoxa zodat ze in het voorjaar echt bij de allereerste bloeiers horen.


Het geslacht Puschkinia is genoemd naar de Russische graaf Apollos Apollosvich Mussin-Pushkin, een in 1805 overleden plantkundige die veel planten in de Kaukasus verzamelde.

Ook de saffierhyacinth (Puschkinia scilloides var. libanotica, ook wel buishyacint) komt van oorsprong uit de Kaukasus (en West Azië).


Gezien de onderlinge verwantschap is het niet vreemd dat de saffierhyacinth wel heel veel op de sterhyacinth (Scilla mischtschenkoana) lijkt. Ook de saffierhyacinth is een prachtig, laagblijvend plantje met trosjes heel lichtblauwe bloemtjes, met daarin een donderblauw streepje.


De saffierhyacinth lijkt een kwetsbaar plantje, maar kan zich uitstekend zelf via zaad vermeerderen en doet het zowel goed in de zon als in de schaduw. Ze slaagt er als vroege bloeier in om ook bij temperaturen onder het vriespunt te bloeien. Dan heeft onze honingbij er natuurlijk niet zo veel aan, maar zodra de temperatuur dan echt omhoog gaat is de saffierhyacinth er al helemaal klaar voor om bevlogen te worden.


  • Bloeiperiode: 3 weken, ergens in de periode februari - april (afhankelijk van het verloop van de winter)
  • Grootte: tot 20 centimeter hoog
  • Bevlieging door honingbijen: (np)3
  • Kleur Stuifmeel: lichtoranje stuifmeelklompjes (zie filmpje)


De onderstaande video-opnamen zijn van 2 april 2011 (het bevliegen), en van 29 april 2011 (de gevormde vruchten met zaad). Beiden te Apeldoorn.

Verwijzingen en bronnen