Simplexkast

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

De simplexkast is een bijenkast die gebaseerd is op (maar een simpeler versie is van) de reeds in 1890 in Engeland ontwikkelde WBC-kast, en is naast de spaarkast en de dadantkast een van de meest gebruikte kasten in Nederland. Evenals de WBC-kast is de simplexkast dubbelwandig middels buitenbakken die om binnenbakken passen.

Historie

Al in het Maandschrift voor Bijenteelt van 15 augustus 1903 wordt melding gemaakt van de door de firma KELTING "gewijzigde W.B.C. kast met dubbele wanden voor en achter"[1]. De firma KELTING was ooit begonnen met het vlechten en in de handel brengen van boogkorven (dus ook reeds losse bouw, maar later ging men over op de fabricage van bijenkasten (in 1874 paste Kelting "voor het eerst den lossen bouw toe in een door hem zelf gebouwde dzierzonkast, met staafjes")[2].

Kelting's simplexkast uit Maandschrift voor Bijenteelt in 1909

Wanneer de omgebouwde WBC-kast precies is omgedoopt tot de simplexkast is vooralsnog ongewis, maar in het Maandschrift voor Bijenteelt wordt voor het eerst in april 1909 melding gemaakt van een "simplexkast" als te winnen prijs (voor de grootste inzending van korven) in een 'Korfvlechtwedstrijd te Haaksbergen'[3].

Na deze eerste vermelding komen we de simplexkast al gauw steeds vaker tegen zoals bijvoorbeeld in het augustusnummer van hetzelfde jaar. We zien de simplexkast dan in het ene artikel tegen als prijswinnaar op "De Deventer tenoontstelling" (als "het beste volk in lossen bouw")[4], en wordt in een ander artikel de ("al aardig bekend en in gebruik zijnde") simplexkast uitgebreid beschreven [2] als verbetering van "Keltings Hollandsche W.B.C. kast". Onderstaand een gedeelte van de omschrijving:

Deze raampjes hebben de afmeting van het Engelsche standaardraam. De bovenlat is 17 Engelsche duim is 17 x 2.54 cM. = 43 cM. ruim, de onderlat is 35.5 cM., de hoogte van bovenkant bovenlat tot onderkant benedenlat 21.6 cM. De kast is dubbelwandig, d.w.z. er is een kast, die de broedruimte vormt en hieromheen een andere kast, zoo is het ook met de honigruimte, die half zoo hoog is als de broedruimte. De raampjes worden op afstand gehouden door de uitstekende W.B.C. blikjes.

Als reden voor het ontstaan van de simplexkast wordt het volgende vermeld:

De simplex kast is door den drang der omstandigheden ontstaan. Men wil een goedkoope kast, een kast waarmede gereisd kan worden en tegelijkertijd een goede kast. De heer Kelting heeft getracht aan deze drie voorwaarden, die elkander eigenlijk uitsluiten, te voldoen, en men kan gerust zeggen, dat hij hierin is geslaagd. De kast heeft in ‘t geheel geen uitsteeksels. De vliegplank is los en kan op zeer eenvoudige wijze gebruikt worden om het vlieggat te verkleinen. Het vlieggat zelf kan gemakkelijk gesloten worden, zooals dit bij het reizen noodig is, de sluiting van het vlieggat gaat hoogst eenvoudig maar is niettemin een ware verdienste, bij geen kast werd deze sluiting tot heden toegepast.

Een misvatting?

Soms wordt gesteld dat de simplex is ontstaan als gevolg van de grote uitval van bijenvolken te Engeland vanwege de tracheeënmijt. Hierdoor ontstond er in Engeland veel vraag naar bijenvolken. Ook vanuit Nederland werden er volken naar Engeland uitgevoerd. Handelstechnisch was het handig om deze volken op Engelse ramen aan te bieden. Nadien zou zich deze raammaat ook verder in Nederland hebben verspreid en daar de naam 'simplex' hebben gekregen.

Om de volgende redenen is dit verhaal niet aannemelijk:

  • De eerste uitval van bijenvolken te Engeland vond plaats in 1904, en pas in 1921 ontdekte men de tracheeënmijt als grote boosdoener. Kelting was echter al in 1903 bezig met het ombouwen van de WBC-kast (die vervolgens in 1909 al redelijk bekend was als simplexkast).
  • Pas in juni 1933 valt er in het Maandschrift Bijenteelt m.b.t. "Invoering van de Engelsche raammaat in verband met onze Bijenmarkten en den handel in bijenvolken op Engeland in de toekomst." het volgende te lezen: "In Engeland bestaat en bestond reeds veel eerder groote vraag naar Hollandsche bijen tengevolge van de mijtziekte, die in Engeland het ergst, doch over vrijwel geheel Europa verspreid is, doch waar blijkens uitspraken van zeer nauwkeurige onderzoekers in ons land, Nederland nog geheel bevrijd van blijkt te zijn, en onze bijen er wellicht imuun voor zijn. Ondanks er een bestrijdingsmiddel voor is gevonden, blijft er toch in Engeland nog veel vraag bestaan voor onze bijen ... Tengevolge van het door onzen grooten Kelting niet strikt houden aan de Engelsche maat ontstond de simplexraammaat, waarvan feitelijk die van de W.B.C.-kast de grondslag is. Nu heeft Afd. Amersfoort het besluit genomen, de Eng. raammaat in te voeren en doet zich de vraag voor, of het voor ons noodzakelijk is, al onze ramen in die maat te veranderen"[5].

De hedendaagse kast

Simplexkast.jpg

De simplexkast is genormaliseerd onder de hier te downloaden NEN 1061 gedateerd maart 1975, inclusief werktekeningen. Conform die NEN is een toplat (inclusief oren) 435 mm, is de hoogte van het broedraam is 218 mm (van de broedkamer 228 mm), en is de hoogte van het honingraam 140 mm (van de honingkamer 150 mm).

Waarschijnlijk zijn de verschillen tussen het Engelse standaardraam en onze Nederlandse simplex ontstaan als gevolg van afrondingen bij de omrekening van de Engelse (inch) maten naar centimeters.

Wanneer we twee bakken op elkaar plaatsen, bedraagt de afstand tussen de ramen van de bovenste bak en de ramen van de onderste bak 10 mm. Hiervan zit 7 mm boven de onderste ramen en 3 mm onder de bovenste ramen.


De simplexkast kan met zijn binnenbreedte van 385 mm per kastdeel 10 simplexramen van (hart op hart) 38 mm bevatten. De extra ruimte van 5 mm is conform de extra benodigde bijenruimte.

De laatste jaren zijn er steeds meer bijenhouders die 11 ramen (hart op hart 35 mm) in hun simplex- of spaarkast doe. Hierdoor ontbreekt bij de buitenste ramen aan de kant van de kastwand een halve bijenruimte. In de praktijk lost zich dat dan wel weer op, maar het is niet optimaal.

De simplexkast heeft een losse bodem, en (meestal) een opklapbare vliegplank, die tevens als afsluiting van het vlieggat kan functioneren.

Bij simplexkasten heeft met één broedbak niet voldoende ruimte voor het maximale broednest. Daarom moet er, zodra er ruimtegebrek in de broedkamer gaat ontstaan, een broedbak of honingkamer bijgeplaatst worden. Dit is niet uniek voor de simplexkast (het geldt bijvoorbeeld ook voor de de Smith kast en vanzelfsprekend ook voor de Spaarkast).

Verwante kasten

De verbeterde simplexkast, ook bekend als de VS-kast, vloeide voort uit een in 1925 genomen initiatief van VBBN- Hoofdbestuurslid H.C.Versteeg.

Er zijn nog veel meer andere kasten ontwikkeld waar de ramen van de simplexkast in passen

Enkele voorbeelden:

Een kast met simplexramen is daardoor dus niet automatisch een simplexkast.

Belgische Simplex

De Belgische simplex is dezelfde als de Nederlandse simplex, maar dan met andere oren. De Nederlandse bovenlat is 435 millimeter. In België kan dat 400, 420 of 440 millimeter zijn[6].

Datering:

1908 - heden

Voorkomen:

Nederland en Vlaanderen

Voetnoten

  1. F.C. van Brussel. Uit de brievenbus. Maandschrift voor bijenteelt, augustus 1903
  2. 2,0 2,1 H. Stienstra. De Handels-Bijenstand van den heer F. August Kelting te Santpoort. Maandschrift voor Bijenteelt. augustus 1909
  3. J. Spijker. Korfvlechtwedstrijd te Haaksbergen. Maandschrift voor Bijenteelt, april 1909
  4. H. Stienstra. De Deventer tentoonstelling. Maandschrift voor Bijenteelt, aug 1909
  5. W.E.Asbeek Brusse. Afdeelingsberichten. Maandschrift voor Bijenteelt, juni 1933
  6. Jozef Mayer. Raamtypen gebruikt in de EU. Imkerforum, 23 sep 2007.

Navigatie