Soldaat

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Het is nog maar een paar decennia bekend dat er in een bijenvolk naast wachtbijen ook sprake is van soldaten.


De soldaten in een bijenvolk hebben een puur verdedigende functie. Ze komen, waarschijnlijk gealarmeerd door de wachtbijen, massaal naar buiten als er sprake is van een grote bedreiging[1]. De soldaten vertonen bij voorkeur intimiderend gedrag, maar zonodig wordt er ook gestoken.


Soldaten zijn de jongste bijen uit de buitendienst. De andere bijen uit de buitendienst zijn gemiddeld 3 dagen ouder[2]. Hun vleugels zijn ook minder beschadigd. Ten opzichte van de wachtbijen uit de binnendienst zijn de soldaten gemiddeld juist een paar dagen ouder.


Naast de gedragsmatige en leeftijds verschilllen zijn de soldaten vooral fysiologisch en genetisch[1][3] te onderscheiden van de andere werkbijen. Zo hebben soldaten grotere hypopharyngeale voedersapklieren dan de haalbijen terwijl hun hemolymfe wel hetzelfde gehalte juveniel hormoon bevat[4].

De genetische verschillen geven eens te meer aan dat (naast leeftijd en de situationele omstandigheden) ook de paring van de koningin met meerdere darren van invloed is op de taakverdeling binnen het bijenvolk.


De soldaten voeren niet veel uit als er geen sprake is van bedreigingen. Wellicht dat ze tevens een soort reserve vormen voor andere werkzaamheden, aldus bijdragend aan de flexibiliteit en het reactievermogen (op allerlei omstandigheden) van een bijenvolk?


Voetnoten

  1. 1,0 1,1 M.D.Breed, G.E.Robinson, R.E.Page. Division of labor during honey bee colony defense. Behavioral Ecology and Sociobiology, (27, 1990), blz. 395–401.
  2. C.Wagener-Hulme, J.C.Kuehn, D.J.Schulz, G.E.Robinson. Biogenic amines and division of labor in honey bee colonies. Journal Comparitive Physiology A (184, 1999) blz. 471 – 479.
  3. E.J.H.Robinson. Physiology as a caste-defining feature. Insectes Sociaux (56, 2009), blz. 1–6.
  4. Huang Z-Y, Robinson GE, Borst DW (1994) Physiological correlates of division of labor among similarly aged honey bees. Journal of Comparative Physiology A, (174, 1994), blz. 731–739.