Starter

Uit Imkerpedia
Versie door Webmaster (Overleg | bijdragen) op 10 nov 2016 om 21:33

(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken
Deze bijen uit een (waarschijnlijk 3-ramer-)starter lopen gelukkig wel gewoon hun bronvolk weer in. Dit kan dus ook nog wel eens (zie tekst) problemen opleveren.

De starter wordt gemaakt in het kader van koninginnenteelt middels overlarven.

De starter is een tijdelijk "volkje" dat bij voorkeur alleen maar bestaat uit een ruime hoeveelheid moerloze voedsterbijen, die daardoor een buitengewoon grote hoeveelheid koninginnenteeltdoppen met overgelarfde larfjes als moerdoppen zal accepteren (oftewel aannemen of aanblazen).

De starter is echter niet in staat zijn om alle aangenomen doppen ook helemaal tot een goed einde te brengen. Daarom worden de aangenomen doppen een dag later naar één of meerdere pleegvolken overgeplaatst. De bijen uit de starter kunnen dan weer terug naar het volk waar ze uit vandaan kwamen.

Starter in afzonderlijk kastje

De meeste bijenhouders maken een starter in een afzonderlijk kastje. Meestal betreft dat een 3-ramer, met een opbouw waarin de doppen kunnen worden geplaatst (een bouwtekening kun je hier vinden).

De voedsterbijen worden verkregen door vanaf een volk de ramen met open broed te pakken, en daar de bijen vanaf te stoten of te vegen. De weg vliegende bijen laat je daarbij gewoon gaan, want dat zijn juist meestal de oudere bijen. De afgestoten bijen, waarbij je goed hebt opgelet dat daar niet ook de koningin bij zit, geeft je voldoende voer, lauw water en een stuifmeelraam mee. Na een paar uur voelen deze bijen zich behoorlijk moerloos, waarna je ze in contact kunt brengen met de vers met een 1e-dags-larfje gevulde koninginnenteeltdoppen. Vaak gebeurt dat door het uitnemen van een uitschuifbare afscheiding.

Het werken met een 3-raams starter heeft als nadeel dat je veel bijen in een kleine ruimte hebt waardoor je kans loopt op warmloop problemen.

Door het gebruik van een afzonderlijk kastje als starter verliezen de voedsterbijen een dag het contact met het volk waar ze uitkomen en verkrijgen wellicht een andere geur waardoor het lastig kan zijn om ze weer terug te krijgen in het volk waar ze vandaan komen.

Starter bovenop volk

Genoemde nadelen heb je niet als je een starter maakt, bovenop het volk waar de voedsterbijen uit komen, "slechts" gescheiden door een (uitschuifbare) separator:

  • Door de grootte van de broedkamer en de ventilatie door de separator zijn er geen warmloop problemen.
  • De voedsterbijen houden dezelfde geur als het bronvolk.

Procedure:

  • De koningin van het bronvolk wordt gezocht en gaat in het onderste kastdeel onder een moerrooster (het bronvolk moet uit zichzelf reeds uit minstens 2 kastdelen bestaan); het open broed komt boven het moerrooster.
  • De starter-broedkamer wordt naast het bronvolk op de separator gezet en gevuld met voedsterbijen vanaf de ramen met open broed. Wegvliegende (waarschijnlijk oudere) bijen mogen gewoon wegvliegen.
  • De starter krijgt tevens een raam met lauw water, voer en stuifmeel.
  • De aldus gevulde starter wordt van boven met een speciaal deksel afgesloten en met de separator op het bronvolk gezet.
  • Na minstens 2 uur bruist de starter al flink, en wordt een raampje met koninginnenteeltdoppen via de bovenkant de starter ingehangen. Hiertoe het speciale deksel: een deksel met een opening (met een klepje) waar het raam precies door heen kan (zodat er weinig voedsterbijen kunnen ontsnappen).
  • De volgende dag wordt de separator geopend zodat de voedsterbijen gewoon weer terug naar het volk kunnen. De koningin kan vanwege het moerrooster niet bij de doppen komen.
  • Een uurtje later kunnen de koninginnenteeldoppen uit de starter worden gehaald, waarna de aangenomen doppen naar een pleegvolk kunnen.

Filmpje

In onderstaand filmpje wordt het teeltlatje met koninginnenteeltdoppen uit een 6-raams starter gehaald.