Struikheide

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

(Latijnse naam: Calluna vulgaris)

Calluna-vulgaris.jpg

Omschrijving en kenmerken

Struikheide is de enige soort in het geslacht Calluna. Onderscheid met heide-soorten uit het geslacht Dopheide (Erica) is gemakkelijk te maken door te letten op de bladen (eigenlijk miniblaadjes): die zijn tegenoverstaand bij de struikheide en staan in kransen bij de dopheide.

Voordat dit onderscheid werd gemaakt had struikheide de wetenschappelijke naam Erica vulgaris. Pas in het begin van de negentiende eeuw werd de naam Calluna vulgaris gebruikt. Calluna is afgeleid van het Griekse kalluno wat schoonmaken en versieren betekent. Van de struiken werden bezems en borstels gemaakt. Struikheide wordt daarom ook wel bezemheide genoemd.

Struikheide is een pionierplant die voorkomt op arme zandgronden en in kalkarme duinen. Zodra gronden rijker aan voedingstoffen worden wordt de struikheide verdrongen door ander planten. Velden met struikheide blijven daarom meestal alleen in stand dankzij begrazing door heideschapen (die de verdringende planten opeten, en waarvan de mest voor een groot deel 's avonds in de stal terecht komt, en vroeger werd ingezet op de akkertjes) of door het periodiek afgraven van de bovenlaag. Struikheide komt ook voor in gebergtes boven de boomgrens, daar vindt in ieder geval geen verdringing door bomen plaats.

De nectar van de struikheide is gemakkelijk te bereiken, ook door insecten met een wat kortere tong. Als de temperatuur tot ongeveer 10°C daalt, stopt de nectarafscheiding. Voor een goede heidehoning-oogst, is een natte zomer en een warme zonnigen herfst met liefst dauwnachten nodig.

Heidehoning

Alleen de honing van de struikheide mag heidehoning mag worden genoemd, bij de honing van andere soorten heide moet je de specifieke naam van die soorten gebruiken.

Heidehoning is thixotropisch: een pot heidehoning kun je op de kop houden zonder dat het er uitloopt. Pas na roeren begint het te vloeien. Is dit niet zo dan dan hebben de bijen naast de struikheide ook op nog andere drachtbronnen (bijvoorbeeld andere heidesoorten zoals de vossenbes) gefourageerd. In dat geval dien je je honing bij een honingkeuring aan te bieden als "heidemelange", en niet als heidehoning.

De honing van de struikheide moet eerst worden gekolbd voordat deze kan worden geslingerd. Dit is een van de redenen waarom het ook veel wordt aangeboden als heideraathoning, maar dat komt ook omdat hier veel liefhebbers voor zijn.

Heidehoning mag een hoger percentage vocht (23%) bevatten dan andere soorten honing. De grotere stroperigheid van deze honing wordt dus niet bepaald door een geringer vochtpercentage van deze honing.

In weerwil van de stroperigheid duurt het bij heidehoning is juist lang voordat deze kristallisereerd.

Heidehoning dient minimaal 45% struikheidepollen te bevatten.


Citaat uit 'Rondom de honingkeuring- Klasse heidehoning. Maandblad voor imkers, mei 1997, blz. 145':

De klasse 'heide-honing' (klasse 4) is echt een klasse apart. De enzymrijkste honing is specifiek werkzaam in het blaas-, prostaat- en urinewegengebied. Ze is verder wat smaak, geur en consistentie betreft uniek.Het geleiachtige karakter wordt veroorzaakt door de nectar van de struikheide.

Heidehoning bevat vrij veel eiwit (2%) dat de thixotropie veroorzaakt; hierdoor wordt het opstijgen van de luchtbelletjes in deze honing verhinderd. Deze kleine luchtbellen behoren dus in de heidehoning aanwezig te zijn. Zijn ze groot dan kan dat met het afvullen te maken hebben of met een gistingsproces. Soms zien we wel eens heidehoning die wat lichter van kleur is. Het kan dan heide-pershoning zijn.

De zuiverheid van heidehoning kun je aflezen aan de kleur, smaak, geur, consistentie en natuurlijk de hoeveelheid pollen.

Hebben we te maken met een heidemelange dan moet deze honing in klasse 3 gekeurd worden. Ook deze honing heeft bestaansrecht. Enerzijds omdat in de praktijk van het imkeren deze honing gewonnen wordt; anderzijds omdat er een groep consumenten bestaat die deze honing zeer waardeert. Deze honing is namelijk niet zo zwaar van smaak en geur als de zuivere struikheidehoning maar je proeft toch een heidesmaak.


Het stuifmeel van de struikheide heeft een grijze kleur, de stuifmeelklompjes zijn (door toegevoegde nectar) echter grijsbruin.

Pollen informatie

  • Kleur: grijsbruin

Verwijzingen en bronnen