Teunisbloem

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

(Oenothera)

Het topje van de Grote teunisbloem.
De Kleine teunisbloem.

Omschrijving en kenmerken

De Teunisbloem is een geslacht van zo'n 125 soorten eenjarige, tweejarige en vaste planten waarvan de oorsprong in Zuid- en Noord-Amerika ligt. De eerste planten arriveerden in 1614 vanuit Virginia in Europa (in Padua in Italië). Vandaag is de Teunisbloem overal in Europa aan straatranden, spoorbanen en op voedselarme gronden te vinden.


Veel soorten teunisbloem-oenothera zijn nachtbloeiers en hebben de gewoonte de bloemen 's avonds in de schemering te openen. De knoppen ontvouwen zich in enkele minuten tot bloemen, en 's nachts zijn het dan insecten als de nachtuiltjes en de pijlstaarten die zich tegoed doen aan nectar en/of stuifmeel.

De volgende dag verwelken de bloemen, maar dat is vaak pas tegen de middag zodat ook dag-insecten nog hun slag kunnen slaan. 's Avonds gaan er weer nieuwe bloemen open, en dat gaat zo wekenlang door.


In de kruidengeneeskunde heeft de teunisbloem verschillende toepassingen, en de olie uit de zaden van de teunisbloem is rijk aan onverzadigde vetzuren.


In de Lage Landen kennen wij:

  • de Kleine Teunisbloem (Oen. parviflora)
  • de Middelste Teunisbloem (Oenothera biennis)
    • Bloeiperiode: juni - sept
    • Grootte: 50 - 150 centimeter
    • Bevlieging door honingbijen: (np)3
    • Stuifmeel: geelwit, dat soms in slierten aan de poten van onze honingbij wordt vervoerd
  • de Grote Teunisbloem (Oenothera erythrosepala)
    • Bloeiperiode: juni - sept
    • Grootte: 50 - 160 centimeter
    • bevlieging door honingbijen: (np)1
    • Stuifmeel: geelachting


Microscopische opname van stuifmeel van de Teunisbloem.

Pollen informatie

  • Percentage pollen in honing minimaal 1%


Verwijzingen en bronnen