Tropilaelaps

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Het geslacht Tropilaelaps bestaat uit 4 soorten,

  • Tropilaelaps clareae,
  • Tropilaelaps koenigerum,
  • Tropilaelaps mercedesae, en
  • Tropilaelaps thaii.


De oorspronkelijke gastheer is de reuzenhoningbij (Apis dorsata), maar Tropilaelaps kan ook in volken van andere soorten honingbij voorkomen. Zowel Tropilaelaps clareae als Tropilaelaps mercedesae zijn waargenomen en reproduceren in onze Westerse honingbijen. Tropilaelaps wordt niet in Nederland aangetroffen.


De levenscyclus van Tropilaelaps in volken van onze Westerse honingbij is vergelijkbaar met de levenscyclus van Varroa destructor. Onder normale omstandigheden stappen 1 - 4 volwassen mijten in het bijenbroed die elk 1 á 2 nakomelingen produceren.

De mijten hebben een voorkeur voor darrenbroed ten opzichte van werksterbroed (ratio: 3:1).

Er worden net zoveel mannetjes als vrouwtjes geproduceerd. Als een jonge bij uitloopt verlaten de volwassen vrouwtjes de broedcel. De onvolgroeide nakomelingen en de mannetjes blijven achter en gaan dood.

De mijten verblijven hoogstens twee dagen op de volwassen bijen voordat ze weer in de broedcel stappen om zich voort te planten.


Tropilaelaps clareae mijten zijn roodbruin van kleur en ze zijn kleiner dan varroamijten. De mijten zijn ongeveer 1 mm lang en 0.6 mm breed en ovaalrond.

Tropilaelaps mercedesae ziet er hetzelfde uit maar is iets groter dan Tropilaelaps clareae.


Verspreiding

De mijten kunnen zich op natuurlijke wijze verspreiden door vervliegen, roven of zwermen van bijen. Dit is een langzaam proces. Door het verplaatsen van raten en bijen van het ene volk naar het andere kan een imker de verspreiding ongewild behoorlijk versnellen.

Transport van bijen is de snelste en meest voorkomende manier van verspreiding.


Ziektebeeld

Een bijenvolk overleeft een besmetting met een van de soorten Tropilaelaps niet.

Er treedt broedsterfte op en bijen die in het larvale stadium geïnfecteerd zijn geweest kunnen allerlei fysieke en fysiologische afwijkingen hebben.

De voornaamste afwijkingen zijn een kortere levensduur, verminderd lichaamsgewicht, kleiner abdomen en verschrompelde vleugels en poten.

Bij een besmetting is in het broednest een hagelschot patroon te zien.

De mijten zijn zichtbaar met het blote oog. Volwassen mijten rennen snel en onrustig over een raat en zijn daardoor gemakkelijk waar te nemen.


Maatregelen.

Zonder broed overleeft een volwassen mijt hoogstens twee dagen op de bijen.

Dus door een broedloze periode zal de besmetting verdwijnen.


Bron: Bijengezondheid NBV


Navigatie

Overzicht Bijenziekten en plagen.