Valse christusdoorn

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
De open kroon van de valse christusdoorn.
De takdoornen.
De opvallende peulen.
De nog niet geopende knopjes van mannelijke bloemetjes.
De eveneens nog niet geopende vrouwelijke bloemetjes.

(Latijnse naam: Gleditsia triacanthos)

Omschrijving en kenmerken

De winterharde[1] en bladverliezende valse christusdoorn komt van nature voor in Noord-Oostelijk en het midden van de Verenigde Staten met een kleine uitbreiding richting Zuid-Canada (Ontario).

In de Lage landen verschijnt ze steeds meer in de gemeente-plantsoenen omdat de boom niet of nauwelijks hoeft te worden gesnoeid en een veel licht doorlatende kroon heeft (waardoor er desgewenst nog veel onderbeplanting onder de boom kan aarden). Het heeft bovendien mooie bladeren die eerst enkel en later dubbel geveerd zijn. Die bladeren lijken op die van de robinia, maar daar is het zelfs geheel geen familie van.


De valse christusdoorn is overigens slechts één van de soorten uit het geslacht Gleditsia, maar het is wel de soort gleditsia die het meest in de Lage landen voorkomt.


De boom is in zijn natuurlijke vorm zeer opvallend door zijn grote peulen (in zomer en najaar), en door zijn grote vertakte takdoorns die zowel aan de takken als uit de stam groeien. Vanwege die drievoudig vertakte doorns wordt de valse christusdoorn overigens ook wel driedoorn genoemd (en dat vind je ook in de Latijnse naam terug).

In de gemeente-plantsoenen vallen deze bomen meestal veel minder op, want dan staan er meestal vooral mannelijke bomen[2] zonder die peulen, en betreffen het meestal cultivars zonder die gevaarlijke doornen.


In zijn jeugd is de valse christusdoorn een snelle groeier, en de eerste bloei kan al vanaf 3 jaar na de zaai plaatsvinden. De maximale grootte wordt echter pas op latere leeftijd berijkt. De valse christusdoorn kan zo'n 120 - 150 jaar worden.


Nog twee andere planten dragen de nederlandstalige naam ("gewone") 'christusdoorn'. De een (Paliurus spina-christi) is een lage struik, de ander (Euphorbia milii) is een vetplant. Ook deze planten zijn geen familie van de valse christusdoorn (en ook niet van elkaar).


De zoete zaden uit de peulen van de valse christusdoorn zijn eetbaar. Deze zaden kunnen in de herfst worden gezaaid. Normaal worden Gleditsia-cultivars op door zaaien verkregen onderstammen geoculeerd.


Als de valse christusdoorn bloeit en het is mooi weer, dan wordt ze vooral in de namiddag en vroege avond zwermachtig bevlogen. Hij bloeit helaas maar héél kort, soms maar een paar dagen. Soms is het alweer voorbij voordat je het in de gaten hebt gehad. De valse christusdoorn bloeit met tamelijk onopvallende bloemtrosjes.


Filmpje

Opnamen van 20 mei 2011 te Apeldoorn.

Verwijzingen en bronnen

Voetnoten

  1. De eerste jaren kan de boom wel wat lijden onder vorst, maar de oudere bomen hebben daar geheel geen last meer van.
  2. Een valse christusdoorn is meestal overwegend mannelijk of vrouwelijk, met vaak echter ook een paar bloemen van de andere sexe.