Varroa

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Een bijenlarve met Varroa mijt en een bijenpop aangetast door virussen, dat is te zien vanwege het reeds verminkte achterlijf.
Zwaar besmet bijenbroed met veel varroamijten in de cellen en op de larven van de bijen.


De varroamijt (Varroa destructor) is een klein geleedpotig dier dat behoort tot de mijten (Acari).

Meerdere soorten varroa.

Als bijenhouders het in de Lage Landen over 'de varroa' hebben, dan hebben zij het eigenlijk alleen over de soort Varroa destructor. Er bestaan namelijk meerdere varroasoorten binnen het geslacht Varroa. Samen met de soorten uit het geslacht Euvarroa zijn dit stuk voor stuk uitwendig parasiterende mijten, die zich alleen in het broed van de honingbij vermeerderen, en die oorspronkelijk alleen voorkwamen bij de verschillende soorten honingbijen in Zuidoost Azië.

Tot nog toe worden binnen deze beide geslachten de volgende soorten onderkend:

Groot probleem voor onze honingbij.

Van oorsprong heeft de ongeveer 1.6 mm brede en 1.1 mm lange varroa destructor dus de Apis cerena als gastheer, en daarmee leeft deze mijt in balans. Onze honingbij is echter nog lang niet zover. Varroa destructor voedt zich met de lichaamssappen van larven, poppen en volwassen bijen wat hen al extra kwetsbaar maakt, maar bovendien draagt de mijt (onder andere via de gemaakte beetwonden) ziekten als DWV en IAPV op de bijen over[3].

Een infectie van bijenbroed door varroamijt resulteert in bijen met een lager gewicht, een lager eiwitgehalte en kortere levensduur[4]. Speciaal voor winterbijen is dit van belang want zij moeten lang overleven om de winter door te komen en hebben daarvoor hun eiwitvoorraad nodig. De meeste bijenhouders passen dan ook een of ander vorm van varroabestrijding toe.

De sprong van de varroamijt van Apis cerana naar Apis mellifera

Wereldwijde verspreiding van de varroamijt in het rood (2010). Landen zonder de mijt doen er meestal alles aan om dat zo te houden.

Apis cerana en Apis mellifera zijn twee verschillende soorten honingbij die dus ook niet met elkaar zijn te kruisen. Van oorsprong hielden ook natuurlijke barrières deze beide honingbijsoorten uit elkaar. Het was de mens die Apis mellifera heeft geïntroduceerd in het domein van de Apis cerana. Enkele voorbeelden:

  • Al sinds 1792 werden er volken Apis mellifera vanuit Oekraïne ingevoerd in het gebied Primorskiy Krai bij Vladivostok. Het is achteraf niet precies vast te stellen wanneer[5] de varroamijt van de Cerana is overgestapt op wat wij de primorskibij zijn gaan noemen (de aanwezigheid van de varroa op de Primorskibij is pas in 1952 vastgesteld), maar na deze besmetting heeft de varroamijt zich vlot verspreid: in 1975 werd de mijt ook in Europees Rusland vastgesteld, daarna volgde de rest van Europa, weer gevolgd door een snelle verspreiding over nagenoeg de gehele wereld[6].
  • In 1877 werd onze Apis mellifera geïntroduceerd in Japan. In 1957 werd het voorkomen van varroa in deze volken vastgesteld, en van hieruit werden achtereenvolgens Paraguay, Brazilië en Noord-Amerika besmet[6].

Niet 'Varroa jacobsoni, maar 'Varroa destructor' is de boosdoener

Tot het jaar 2000 dacht men dat het de door Edward Jacobson ontdekte, en in 1904 door de Nederlander Oudemans beschreven, varroa jacobsoni was die leidde tot de ondergang van veel Apis mellifera bijenvolken, maar dat bleek dus de de varroa destuctor te zijn. In de onderzoeksliteratuur voor 2000 vind je veel onderzoeksresultaten aangaande de 'varroa jacobsoni' die achteraf dus feitelijk de 'varroa destructor' betreffen !!

De onderkenning van (de rol van) de varroa destructor gebeurde naar aanleiding van een onderzoek door Anderson & Trueman[7], die ontdekten dat er op de Apis cerana minstens 2 verschillende soorten varroa voorkomen:

  • Varroa jacobsoni,
    • voorkomend in de Maleisisch-Indonesische regio,
    • waarbinnen nog weer 9 haplotypen kunnen worden onderscheiden, waarvan er dus slechts één (het Java haplotype) door Oudemans is beschreven, en de
  • Varroa destructor,
    • voorkomend op het Aziatische vasteland,
    • waarbinnen nog weer 6 haplotypen kunnen worden onderscheiden
  • Daarnaast is van 3 haplotypen, voorkomende op de Apis cerana op de Filipijnen, nog onzeker hoe deze moeten worden geclassificeerd.

Volgens Anderson geeft dit grote aantal haplotypen aan dat er een lange periode van co-evolutie (=ontwikkeling door wederzijdse aanpassing) is geweest.

Van de genoemde 18 haplotypen hebben er slechts 2 de overstap naar onze Apis mellifera gemaakt. Beide van de soort 'varroa destructor'!

Het meest voorkomend is het Korea haplotype (zo genoemd omdat deze voor het eerst - ook - op de Apis cerana in Korea is gevonden - dit is natuurlijk dicht in de buurt van de Primorskibij!). Dit haplotype is voor onze Apis mellifera het meest dodelijk en is op onze Apis mellifera gevonden in Europa, het Midden Oosten, Afrika, Azië, en de Amerika's.

Het Japan haplotype (zo genoemd omdat deze voor het eerst - ook - op de Apis cerana in Japan is gevonden) is minder schadelijk (virulent) en komt veel minder voor. Het is alleen op Apis mellifera in Japan, Thailand en de Amerika's gevonden.

Binnen elk van deze twee op de Apis mellifera aangetroffen haplotypen is er maar een geringe genetische variatie die je kwasi-kloonachtig zou kunnen noemen[6]. Dit heeft waarschijnlijk te maken met 2 oorzaken:

  • de incestueuze voorplanting van de mijt waarbij meestal broers met zussen paren, en
  • waarschijnlijk stammen, per op de Apis mellifera aangetroffen haplotypen, alle varroa van maar één (of enkele) stammoeder(s).

Het lijkt erop dat kruising tussen deze 2 typen wel kan, maar slechts zelden leidt tot vruchtbare nazaten (postzygotische isolatie) en dat bij confrontatie tussen de 2 typen het Korea type uiteindelijk altijd de overhand krijgt en het Japan type verdringt.

De levenscyclus van de varroa destructor

De levenscyclus van de vrouwelijke varroamijt bestaat uit een herhaling van 2 fasen:

  • een foretisch fase[8] (waarin de varroamijt zich op een honingbij - en eventueel overstappend van de ene op de andere bij - binnen en tussen bijenvolken verplaatst), en
  • een reproductieve fase (waarin de varoamijt zich in een broedcel van de honingbij - parasiterend op de bijenlarve - voortplant).

De levenscycus van de mannelijk varroamijt bevat alleen één keer een reproductieve fase.


De lengte van de foretische fase wordt onder andere beïnvloed door de broedstatus van het bijenvolk. In een bijenvolk met broed zal deze fase meestal zo'n 1 tot 11 dagen duren, maar in een broedloos volk kan deze fase wel oplopen tot zo'n 6 maanden! Naarmate de foretisch fase langer duurt komt het nageslacht in de er opvolgende reproductieve fase sneller tot wasdom.


De reproductieve fase start met het door de (vrouwelijke) varroamijt betreden van een broedcel van een bijenlarve. De varroamijt verlaat daartoe de transporterende bij via een zijkant van diens buikzijde zodra er door de mijt dichtbij (op zo'n 4 to 7 mm) een geschikte larve wordt opgemerkt[9]. Bij een werksterlarve gebeurt dat tussen zo'n 15 en 20 uur, en bij een darrenlarve tussen zo'n 40 en 50 uur voor het sluiten van de cel[10][11]. Na het betreden werkt de mijt werkt zich langs de larve naar de bodem van de cel, naar het voedersap. Pas zodra de bijenlarve het voedersap op heeft wordt de mijt actief, zuigt zich vast aan de larve en voedt zich met het hemolymfe van de larve.

Zestig uur na het sluiten van de cel legt het varroa destructor vrouwtje haar eerste ei. Dat eerste eitje is onbevrucht en hieruit ontwikkelt zich een mannelijke mijt. Na het leggen van dat eerste eitje wordt om de 25-30 uur ook een bevrucht eitje gelegd waaruit zich een vrouwelijke mijt ontwikkelt. Als de vrouwelijke mijten in de cel (in 7 tot 8 dagen) volgroeid zijn paren zij met het mannetje. Inteelt - paring tussen broer en zussen - is het meest voorkomend. Alleen als er meerdere vrouwelijke varroamijten in één broedcel stappen kan er uitwisseling van genetisch materiaal plaats vinden.

Varroa destructor heeft een "voorkeur" voor vermenigvuldiging in darrenbroed. Deze voorkeur is waarschijnlijk ontstaan in de al eeuwenlange interactie met de Apis cerana[12].

Een varroa destructor vrouwtje legt tot maximaal 4 bevruchte eitjes in werksterbroed en maximaal 7 eitjes in darrenbroed. Vanwege de al genoemde 7 tot 8 dagen benodigde tijd tot volwassenheid zullen de laatste eitjes niet meer volwassen worden. In werksterbroed zullen zo’n 2 vrouwelijke mijten geslachtsrijp en bevrucht worden en (samen met de moeder) de werksterbroedcel verlaten. Omdat darrenbroed 3 dagen langer gesloten is kunnen hierin tot 3 vrouwelijke nakomelingen volgroeien.

De mannelijke varroamijt kan de broedcel niet verlaten. Hij verdroogt nadat de broedcel is geopend (en de volwassen honingbij - samen met de vrouwelijke varroamijten - de broedcel verlaat).

Een varroa destructor vrouwtje leeft in de zomer 2-3 maanden (in de winter 5-8 maanden) en zal in haar leven 2 tot 3 keer in een broedcel stappen om zich voort te planten[13]. In ons gematigde klimaat kunnen er per jaar 10-14 generaties opgroeien.

Filmpje.

In onderstaand filmpje zie je een varroamijt op een pop van een koningin. Deze werd (24-08-2011) ontdekt bij het breken van redcellen (n.a.v. een moerloosheidsproef). Het is tamelijk onverwacht om varroa in een redcel aan te treffen aangezien de varroa in een redcel niet tot volwassen nageslacht kan komen. Het popstadium van een koningin duurt immers slechts 7 dagen.

Verspreiding

De verspreiding van de varroa destructor vindt zowel door de bijenhouder als door de bijen zelf plaats:

  • door de bijenhouder:
    • via het tussen verschillende volken uitwisselen van broedramen
    • door het van elders betrekken van volken
    • door het over flinke afstanden verplaatsen van volken
  • door de bijen:
    • door het roverij roven bij andere volken
    • door rondtrekkende darren
    • door vervliegen van bijen
    • door het zwermen.

De introductie in Nederland

Al voordat de varroamijt in 1983 ook in Nederland zijn intrede deed werd het voortschreiden ervan in de ons omringende landen nauwgezet gevolgd. De varroa bleek Nederland eerstens vanuit Duitsland te naderen. In het Maandschrift voor bijenteelt april 1983 staat dan de alarmerende melding "VARROA NU AAN ACHTERHOEKS-DUITSE GRENS". Dat betreft dan een besmetting aan de Duitse zijde, maar waarschijnlijk niet lang nadat dit nummer op de deurmat was geland meldde zelfs het NOS-journaal van 20:00 uur op donderdagavond 21 april 1983 de definitieve komst van de varroamijt. In het meinummer van het Maandschrift voor bijenteelt staat dan ook de zinsnede "Het is dan zover, de Varroa is in ons land".

Voetnoten

  1. M.S.Mossadegh. Development of Euvarroa sinhai (Acarina: Mesostigmata) a parasitic mite of Apis florea, on Apis mellifera worker brood. Experimental & Applied Acarology 1990 Vol. 9 No. 1-2 pp. 73-78
  2. N.Koeniger, G.Koeniger, L.I.De Guzman and C.Lekprayoon. Survival of Euvarroa sinhai Delfinado and Baker (Acari, Varroidae) on workers of Apis cerana Fabr, Apis florea Fabr and Apis mellifera L in cages. Apidologie 24 (1993) 403-410.
  3. Dit betreft ziekten die de bijen ook op andere manieren kunnen krijgen, maar toegang via een beet is natuurlijk een stuk gemakkelijker dan door bijvoorbeeld de afweer rond het spijsverteringssysteem.
  4. Lonne Gerritsen, Tjeerd Blacquière, Bram Cornelissen, Jeroen Donders, Sjef van der Steen. Op tijd bestrijden van varroa redt de winterbijen. PPO Bijen, juni 2007.
  5. Dat is waarschijnlijk niet direct gebeurt. Er zijn aanwijzingen dat dit wel zo'n 50 tot 100 jaar op zich heeft laten wachten (zie: Webster and Delaplane 2001: Webster TC, Delaplane KS. 2001. Mites of the Honey Bee. Dadant and Sons, Inc., Hamilton, Illinois).
  6. 6,0 6,1 6,2 Michel Solignac, Jean-Marie Cornuet, Dominique Vautrin, Yves Le Conte, Denis Anderson, Jay Evans, Sandrine Cros-Arteil, and Maria Navajas. The invasive Korea and Japan types of Varroa destructor, ectoparasitic mites of the Western honeybee (Apis mellifera), are two partly isolated clones. Proceedings of the Royal Society B (2005) 272, 411–419, doi:10.1098/rspb.2004.2853, Published online 21 February 2005
  7. Anderson, D. L. & Trueman, J. W. ,Varroa jacobsoni (Acari: Varroidae) is more than one species. Journal: Experimental and Applied Acarology, Vol 24, march 2000, blz. 165–189
  8. De foretische fase is meestal een vorm van symbiose waarin het ene organisme het andere organisme alleen als transportmiddel gebruikt. Helaas is het bij de varroamijt zo dat deze zich gedurende het transport ook tegoed doet aan het hemolymfe van het transportmiddel, de betreffende honingbij. De term 'foretische fase' is bij de varroamijt derhalve niet helemaal correct.
  9. Joop Beetsma, Willem Jan Boot, Johan Calis. Invasion behaviour of Varroa jacobsoni Oud.: from bees into brood cells. Apidologie, Springer Verlag, 1999, 30 (2-3), pp.125-140.
  10. Boot W.J., Calis J.N.M., Beetsma J., Differential periods of Varroa mite invasion into worker and drone cells of honey bees, Experimental & Applied Acarology 16 (1992) 295-301.
  11. De broedferomonen van larven van verschillende leeftijden verschillen. Zo kan waarschijnlijk ook de varroa de broedferomonen van de voor betreden geschikte broedcellen herkennen.
  12. Ook bij de Apis cerana duurt de pop-fase van de dar (die 14 - 15 dagen duurt) langer die van de werksterbij (die 12 dagen duurt) zodat er in het darrenbroed meer varroa destructor tot volle wasdom kunnen komen. Bovendien verwijdert de Apis cerana wel aangetast werksterbroed, maar geen aangetast darrenbroed.
  13. In laboratoriumomstandigheden kan een varroamijt wel vaker tot een succesvolle reproductieve fase worden gedwongen. De foretische fase wordt hierbij dan dus overgeslagen.