Varroabestrijding door de bijen zelf

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

De meest optimale bestrijding van de varroamijt zou natuurlijk een bestrijding door onze honingbij Apis mellifera zelf zijn. De Apis mellifera zou, evenals de oorspronkelijke gastheer van de varroa (de Apis cerana), zelf resistent moeten worden tegen de varroa. Met resistentie wordt dan niet eens bedoeld het verwijderen van alle varromijten, maar "slechts" het onder een kritische grens houden van het totale aantal in het volk aanwezige varroamijten.


De (vage) Apis cerana-werkster in het midden doet een zogeheten reinigingsdans waarmee ze de andere werksters ertoe hoop te verleiden om haar schoon te maken.

De eerste vraag die dan boven komt is: hoe houdt de Apis cerana het aantal varroa dan eigenlijk onder die kritische grens? De cerana doet dit als volgt:

  • Bij de cerana kan de varroamijt zich alleen in het darrenbroed voortplanten. Het werksterbroed wordt wel geïnfecteerd, maar de voortplanting in het werksterbroed mislukt omdat daarvoor de periode van het gesloten werksterbroed bij de cerana te kort is. Omdat er veel minder darrenbroed dan werksterbroed is blijft ook het aantal zich hierin voortplantende mijten relatief gering (minder dan 800 mijten per volk)[1].
  • De cerana kan geïnfecteerd broed herkennen, maar verwijdert alleen aangetast werksterbroed. Aangetast darrenbroed wordt ongemoeid gelaten. Te sterk door de varroa aangetaste darren zullen niet uitlopen waardoor ook de betreffende mijten opgesloten blijven en sterven. Op deze wijze wordt ongeveer 25% van de mijten gedood.
    • het kunnen herkennen en verwijderen van geïnfecteerd broed (VSH-gedrag) is overigens een eigenschap die in een bepaalde mate ook wel bij onze Apis mellifera wordt aangetroffen.
  • De cerana zijn meer dan de mellifera geneigd elkaar (op verzoek) schoon te maken. Dit schoonmaken leidt ook tot verwijdering van varroa. Dit gedrag levert echter niet de grootste varroasterfte op.
  • De cerana gaat sneller over tot trekzwermen zodat er vaker broedloze perioden zijn waarin de varroa zich niet kan vermeerderen.


Naast deze van de cerana afgekeken eigenschappen valt ook nog te denken aan:

  • het afscheiden van stoffen die negatief van invloed zijn op de vruchtbaarheid en het voortplantingsgedrag van de varroamijt.
    • Natuurlijke selectie (waarbij zonder of met minimale bestrijding alleen de vitaalste volken mogen overleven) lijkt soms (een mate van) varroaresistentie op te leveren die alleen op deze manier kan worden verklaard.


Tot op heden is het (via selectieteelt) nog niet gelukt om ook onze Apis mellifera honingbij volledig resistent te maken tegen de varroamijt. De resultaten met de primorskibij zijn nog allesbehalve overtuigend. VSH-bijen lijken nog het dichtst in de buurt te komen.

De resistentie van de killer bee (toch ook een Apis mellifera) is tot op heden nog niet echt verklaard[2]. Deze resistentie (met een maximum van 3000 varroamijten per volk) is waarschijnlijk niet pas ontstaan na de besmetting met varroa maar een resultante van reeds aanwezig natuurlijk gedrag van deze hybride[1].

Sommige imkers hebben volken die jaren geen schade van de varroamijt lijken te ondervinden. Op dit moment wordt er vanuit gegaan dat bij deze volken waarschijnlijk alle overige omstandigheden optimaal zijn. Als één van die overige omstandigheden verslechtert (bijvoorbeeld een tekort aan stuifmeel door extreme weersomstandigheden) dan kunnen degelijke volken alsnog instorten.


Gezien het bovenstaande lijken de volgende handelingen van de imker de varroa juist te bevorderen:

  • Grote productievolken groeien niet meer (of minder hard) dan kleine volken waardoor de groei van de varroa de groei van het volk beter kan bijhouden.
  • Grote productievolken hebben in verhouding meer darrenbroed.
  • Imkers proberen vaak het zwermen te voorkomen, maar in zowel de zwerm als in het achtergebleven volk is er een broedloze periode die de voortplanting van de varroa juist mooi onderbreekt.
  • Wellicht leidt de door imkers gewenste zachtaardigheid ook tot zachtaardig gedrag van de bij tegen de varroa.


Voetnoten

  1. 1,0 1,1 Stephen J. Martin, Luis M. Medina. Africanized honeybees have unique tolerance to Varroa mites. TRENDS in Parasitology Vol.20 No.3 March 2004.
  2. Er wordt wel verondersteld dat deze varroa-resistentie van de killer bee het resultaat is van een hogere mijtdoding - op wat voor manier dan ook - van mijten in werksterbroed, en een kortere levenslengte van de killer bee.