Verplaatsen van een bijenvolk

Uit Imkerpedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Vanwege de actieradius van de haalbij zal een verplaatsing van een bijenvolk naar een andere locatie minstens 2x die actieradius moeten zijn, want anders vliegen de haalbijen die op bekend terrein terechtkomen weer terug naar de oude locatie. Bijen vliegen binnen die actieradius ook gerust over bredere rivieren e.d.[1] Zoals bekend is die actieradius veel groter of kleiner afhankelijk van de weersomstandigheden en de kwaliteit van het drachtgebied zodat deze omstandigheden van invloed zijn op de grootte van de minimaal benodigde verplaatsing.


Als je een bijenvolk over een groter afstand wilt verplaatsen (o.a. als je elders een bijenvolk hebt gekocht, of als je een volk naar een ander drachtgebied wilt vervoeren) dan doe je pas 's avonds de vliegopening dicht om daarna het volk te vervoeren. Doe je dit afsluiten overdag dan zijn er veel haalbijen niet thuis. Uiteraard kun je ook 's morgens heel vroeg (als er nog geen haalbijen zijn vertrokken) de vliegopening dicht doen en vervolgens vervoeren. Let op dat het volk na afsluiting van de vliegopening (bijvoorbeeld middels een reisraam) nog voldoende ventilatie heeft!


Als je een bijenvolk wilt verplaatsen naar een ander plek op dezelfde lokatie (waar ook andere bijenwoningen in de buurt staan) dan kun je de bijenwoning elke vliegdag een halve bijenwoning (of eigenlijk halve vliegplank) verplaatsen. Dit moet op (of na) een vliegdag zodat de bijen zich telkens even op de nieuwe plek georiënteerd kunnen hebben voordat er weer een verdere verplaatsing wordt uitgevoerd.


Het na een geringe verplaatsing opnieuw oriënteren kun je bevorderen door het aanbrengen van een hindernis voor de vliegopening (bijvoorbeeld een plankje, of een takje met bladeren). Ook de vertrekkende bijen hebben dan direct in de gaten dat er iets is veranderd, en zullen de directe omgeving van de vliegopening opnieuw in zich op gaan nemen. Ook de kans op vervliegen maak je zo een stuk kleiner.


Als de betreffende bijenwoning uiterlijk goed afwijkt van de andere bijenwoningen dan kunnen de zijwaartse verplaatsingen iets groter zijn. Lijken alle bijenwoningen op elkaar, dan kunnen de verplaatsingen juist minder groot zijn. Gedurende de verplaatsingen kun je bijvoorbeeld ook een opvallend symbool op de voorkant van de kast (daar waar de vliegopening zit) bevestigen. Dat symbool moet dan wel in een voor bijen zichtbare kleur zijn.


Als er geen andere bijenwoningen in de buurt zijn dan kun je een bijenwoning gerust een paar meter per keer verplaatsten. De bijen zullen dan behoorlijk moeten zoeken, maar zullen de bijnwoning dan heus weer vinden. Een volgende verplaatsing voer je dan weer uit zodra alle bijen weer goed zijn ingevlogen.


Als je een bijenvolk naar een geheel andere plek op dezelfde lokatie wilt verplaatsen, waarbij je bijvoorbeeld ook andere bijenwoningen moet passeren, dan kun je het volk beter eerst zo'n 4[2] weken naar een ander locatie (op een afstand van 2x de actieradius) brengen, om ze pas daarna op die nieuwe plek op de oorspronkelijke lokatie te zetten.


Na een winterperiode, oftewel na een wintertros, zal een bijenvolk zich opnieuw invliegen (oriënteren). Gedurende zo'n winterperiode kun je een bijenvolk dus ook verplaatsten, maar dan wel heel voorzichtig, want een wintertros moet je zo min mogelijk storen. Als een bij beneden de 5 graden van de wintertros valt is ze verloren, want ze verstijft direct en kan niet meer terug klimmen.


Na het verplaatsen van een bijenvolk zie je heel vaak dat de bijen bij de eerst vlucht volop stertselen zodat de uitvliegende bijen hun volk gemakkelijker kunnen terugvinden.


Een bijenvolk dat je zo'n 6 tot 9 dagen geleden moerloos hebt gemaakt verplaats je niet! Zo'n volk heeft redcellen waar je voorzichtig mee moet omgaan. Door het schokken en stoten van het reizen kan de larf van een redcel namelijk uit haar brei vallen. Bij verplaatsing vóór de 6 dagen zullen er nadien nog jonge larfjes zijn waarop het volk opnieuw redcellen kan maken. Bij verplaatsing ná 9 dagen zijn er al redcellen die de kwetsbare periode voorbij zijn.


Ook een volkje met een koningin dat nog op bruidsvlucht moet verplaats je liever niet totdat de koningin bevrucht is (oftewel aan de leg is).


Voetnoten

  1. Een waterplas wordt voor bijen pas een barrière zodra deze waterplas breder is dan een actieradius. Hier wordt gebruik van gemaakt bij de bevruchtingsstations op eilanden.
  2. De levensduur van een werkbij overtreft in het bijenseizoen slechts zelden de 6 weken, en van die periode is ze meestal hooguit de helft haalbij.